artikel

actueel

Wetgeving

ARBO zelf wordt deze maand 1, en in dat jaar bereikten ons telkens opnieuw signalen dat veel rond arbeid, zwangerschap en zoogtijd weliswaar is geregeld, maar dat een duidelijk overzicht van regels, richtlijnen en praktijken ontbreekt. Hoog tijd voor een special, zodat de helft van ons die geen kinderen kan krijgen en de helft die dat klusje voor de rest van ons moet opknappen, precies weten waar ze aan toe zijn.

 

Zwaar lichamelijk werk, zoals bijvoorbeeld in de verpleging of in de schoonmaaksector, vervroegd de bevalling met gemiddeld drie weken. Daardoor neemt de kans op problemen rond de geboorte en daarna explosief toe.

 

Rond de 17e week van de zwangerschap is het beste moment voor een eerste orienterend gesprek met de bedrijfsarts. Noodzakelijke aanpassingen aan het werk moeten in de 20e week gerealiseerd zijn, wanneer ze pas later worden genomen verkleinen ze de kans op langdurige uitval in de rest van de draagtijd nog maar nauwelijks.

 

De Arbeidstijdenwet geeft zwangere vrouwen recht op extra pauzes tot een achtste van de werktijd. Zogende moeders hebben recht op een kwart van de werktijd extra pauze om hun kind te voeden. Alles met doorbetaling van loon. Bovendien moet er voor die pauzes een ruimte met liggelegenheid zijn, die van binnenuit afsluitbaar is.

 

Van de vrouwen tussen de 15 en 45 jaar is gemiddeld vijf procent zwanger. Van hen verzuimt 51 procent tijdens de zwangerschap meer dan twee weken. Aansluitend op het zwangerschapsverlof verzuimt 29 procent, waarvan meer dan de helft langer dan twaalf weken.

 

Werkgevers betalen tijdens dat verzuim of niets, of honderd procent. Zij hebben er dus belang bij dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid aan zwangerschap of bevalling wordt gerelateerd.’ De in 1999 ingevoerde Standaard Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid biedt houvast bij het bepalen van die relatie.

 

In de meeste gevallen leidt verzuim rondom de zwangerschap uiteindelijk niet tot langdurig verblijf in de WAO. Het hebben van kinderen leidt bij vrouwen en mannen tot een verhoging met 0,1 procent van het WAO-risico.

 

Roken op de werplek is taboe sinds begin deze maand. Het recht op een rookvrije werkplek geldt echter niet overal. In voor publiek bestemde delen van horeca-inrichtingen en inrichtingen voor podiumkunsten, tabaksspeciaalzaken, onder voorwaarden internationaal en buitenlands personenvervoer, als prive aan te merken ruimten, speciaal afgesloten rookruimten en de open lucht vallen niet onder de regeling. De werkgever mag een rookruimte inrichten, maar hoeft dit niet. In een werkkamer geldt geen rookverbod omdat het geen gezamenlijke ruimte is, maar als er bezoek of andere werknemers over de vloer komen dan mag er weer niet gerookt worden. Werkgevers die tekortschieten kunnen een boete krijgen van € 300,– voor de eerste keer tot € 2400,– bij herhaling. Voor overtreding van het verbod op reclame voor tabaksproducten, of op overtreding van het verkoopverbod zoals het verkopen van tabak aan jongeren onder de zestien jaar, geldt voor winkeliers een boete van € 4500,–. Een schijntje nog vergeleken met de boetes voor overtredingen van het reclameverbod door groothandelaren, fabrikanten en importeurs. Zij betalen een boete die varieert van € 45.000,– tot € 135.000,– voor recidivisten.

 

Werknemers hebben te weinig tijd of te weinig energie om de rollen in het werk en in de prive-situatie goed te combineren. Dat schrijft promovendus Nicole Jansen in haar promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht. Ruim tien procent van de werknemers heeft een conflict tussen werk en thuis. Werktijdregelingen zouden een oplossing kunnen zijn voor het vermijden of verminderen van dit probleem. Het oplossen van dit conflict is niet alleen uit sociaal oogpunt lucratief. Wie problemen heeft met het evenwicht tussen prive en werk loopt meer kans op langdurige vermoeidheid en is vaker ziek. Ook gaan deze werknemers hun werktijden aanpassen. Daarmee beinvloedt zo’n conflict direct de arbeidsdeelname.

 

Negentien Poolse werknemers ontvingen vorige maand van BFQ het diploma basisveiligheid 1 waarmee ze VCA-gecertificeerd onderhoudswerk mogen verrichten in bijvoorbeeld olieraffinaderijen. De Polen werken voor het detacheringbureau Metaal Flex Nederland van Roel van Heugten. Grote voordeel van de Poolse werknemers is dat ze zelden ziek zijn en erg flexibel ingezet kunnen worden, zo beweert Van Heugten. ’Onder Nederlanders kom je vaak grijs verzuim tegen in de vorm van baaldagen. Bij de Polen niet. Die willen geld verdienen. Bij ziekte krijgen ze negentig procent van hun loon en ze kunnen niet overwerken.’ De Poolse werknemers doen werk waar volgens Van Heugten Nederlandse werknemers vaak hun neus ophalen. Metaal Flex heeft eigen wervingskantoren in Polen. Ze krijgen een sofinummer, verzekeringen en een huis in Nederland. Het detacheringbureau zegt te beschikken over tolken, 25 woningen en negentig auto’s waarmee ze naar het werk gaan. Ook kunnen de Poolse werknemers, dankzij een eigen pendeldienst van het bedrijf die vier keer in de week naar Polen rijdt, regelmatig het vaderland bezoeken. Van Heugten erkent dat het gevaar van oververmoeidheid voor gevaarlijke situaties kan zorgen. ‘Daarom gaat ook altijd een supervisor van ons mee. Als deze merkt dat de werknemers te moe zijn om nog te werken, dan stopt hij het werk en roept hij een andere fitte werknemer op. Dat kost dan drie tot vier procent extra. Als bedrijven dat niet willen betalen, houdt het op. Ik vind dat je sociaal moet ondernemen. Als de kostprijs dusdanig laag moet zijn dat de gezondheid of veiligheid van de werknemers in het gedrang komt, dan kun je beter stoppen met je bedrijf.’ Het is de bedoeling dat het aantal Poolse gedetacheerden de komende tijd sterk toeneemt. Metaal Flex werft in Polen via radio- en tv-commercials, advertenties en eigen consulenten.

 

De Arbo Unie in Vlissingen is samen met de Hogeschool uit die plaats een opleiding begonnen tot duikerarts. Volgens de initiatiefnemers kent Nederland door een wijziging in de Arbowetgeving een tekort aan gecertificeerde duikerartsen. De eerste achttien bedrijfsartsen uit heel Nederland rondden vorige maand de opleiding af. Begin dit jaar is de wet- en regelgeving voor personen die werken onder atmosferische druk aangescherpt. Dit om het aantal ongevallen met dodelijke afloop onder bijvoorbeeld beroepsduikers, brandweer- en politieduikers en caissonwerkers te verminderen. Door de aanscherping moeten alle duikers elk jaar medisch gekeurd worden. Alleen een duikerarts die door de overheid is erkend mag die keuring echter uitvoeren. Op dit moment zijn er te weinig gecertificeerde artsen om aan de toegenomen vraag naar keuringen te voldoen. Reden voor de Arbo Unie om het Expertisecentrum voor Arbeid onder Overdruk en Perslucht op te richten en de opleiding Arbeid onder Overdruk te beginnen.

 

Arbodiensten krijgen een 6,5 van de werkgevers. Dat is 0,2 procent meer dan vorig jaar. Dit maakte het onderzoeksbureau Heliview vorige maand bekend. Heliview onderzocht 809 bedrijven voor de Arbodiensten- en Reintegratiemarkt Monitor 2003. Meer dan de helft van de bedrijven zegt ook zonder wettelijke verplichting een arbodienst in te schakelen. Driekwart neemt dan in ieder geval sommige diensten van de arbodiensten af. Vooral onder middelgrote bedrijven blijken de arbodiensten het goed te doen. Deze bedrijven met een werknemersaantal tussen de vijftig en honderd gaven arbodiensten in 2002 een 6,1 en vorig jaar een zeven.

 

Drie jaar lang onderhandelen en miljoenen euro’s zijn verspild nu de gesprekken over een arboconvenant tussen de vakcentrales, het ministerie van Sociale Zaken en de metaalwerkgevers verenigd in de FME zijn stopgezet. De FME wenst niet langer te onderhandelen over bindende afspraken over onder meer geluid, gevaarlijke stoffen, lasrook en fysieke belasting. FME-woordvoerder Albert Roele ziet niets in ‘nog meer regels’. ‘Wij hebben als metaalwerkgevers het beste met onze werknemers voor. We zitten echter niet te wachten op nog meer regels op macroniveau. En nog meer lijstjes die we moeten invullen. We willen arbozaken op bedrijfsniveau maken. Sterker, die maken we ook op bedrijfsniveau. De metaalwerkgevers hebben geen behoefte aan het algemeen verbindend verklaren van allerlei eisen en voorschriften. Dat leidt tot verzet bij ondernemers.’ De vakcentrales richten nu hun pijlen op het opstellen van beleidsregels voor werkgevers, werknemers en arbeidsinspectie die de gezondheid van werknemers moeten beschermen. De voorstellen van de vakorganisaties en de visie van de bonden op het mislukken van het arboconvenant staan in het rapport met de creatieve titel ‘Heavy metal unplugged’.

 

Bij zeventien distributiebedrijven van kunstmest kunnen bij blootstelling aan een externe warmtebron giftige gassen vrijkomen. Acuut en omvangrijk risico voor de omgeving is er niet. Dat concludeert de Arbeidsinspectie na een onderzoek dat een vervolg is op een onderzoek van collegaministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu. Dat inspecteerde bedrijven die ammoniumnitraathoudende meststoffen produceren naar aanleiding van de ramp in een chemische fabriek in Toulouse. Daar ontplofte twee jaar geleden ammoniumnitraat. De Arbeidsinspectie stelde verder tekortkomingen vast bij de risico-inventarisatie en bij de organisatie van de bedrijfshulpverlening.

 

Onder de naam ‘Zorgverzekeraars, RSI, werkdruk en bevordering vroegtijdige reintegratie 2003- 2006′ spreken de zorgverzekeraars, SZW en de vakcentrales af het verzuim onder personeel van de verzekeraars met vijftien procent terug te dringen. De kosten van het convenant – 1,5 miljoen euro – worden voor de ene helft gedragen door het ministerie en voor de andere helft door de sociale partners. Het verzuim in de sector is 35 procent hoger dan het landelijk gemiddelde. Vooral RSI is een veelvoorkomende klacht. Zevenendertig procent van de werknemers in de sector heeft er last van. Ongeveer dertien procent van de werknemers in de sector loopt het risico uit te vallen door hoge werkdruk. Er komt een werkdrukgids, en een richtlijn om psychosociale klachten op het werk aan te pakken. Ook kunnen medewerkers deelnemen aan een weerbaarheidstraining of een cursus omgaan met agressie en geweld.

 

Het aantal arbeidsplaatsen in de arbodienstverlening steeg in 2002 tot tienduizend. Bijna een verdubbeling sinds 1994. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De werkgelegenheid groeit vooral doordat arbodiensten meer administratieve krachten, arbo-adviseurs en ‘overig personeel’ in dienst nemen. Het aantal artsen nam in 2002 voor het eerst af met honderdzestig tot ongeveer tweeduizend. De omzet van de diensten steeg met 12 procent tot 961 miljoen euro. Maar ook de kosten stegen met bijna 12 procent. Het bedrijfsresultaat kwam uit op 34,6 miljoen euro.

 

Reintegratietrajecten vergroten nauwelijks de kansen op werkhervatting. Dat blijkt uit onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). De RWI wil nader onderzoek naar de effectiviteit van reintegratietrajecten voor arbeidsgehandicapten. De Raad voor Werk en Inkomen is het overleg- en adviesorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI adviseert de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over arbeidsmarktbeleid. Doel van deze adviezen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Een andere taak is het vergroten van transparantie en kwaliteit op de reintegratiemarkt. De kans op werkhervatting lag voor arbeidsgehandicapten zonder traject op 27 procent, tegen slechts 34 procent met reintegratietraject. Volgens de RWI mogen geen verregaande conclusies worden getrokken uit deze cijfers, omdat het om een relatief kleinschalig onderzoek gaat. Nader en uitgebreider onderzoek naar de gehele populatie arbeidsgehandicapten is wel nodig, aldus de raad. Opvallend is dat uit een ander deel van hetzelfde onderzoek blijkt dat de kansen voor werklozen op werkhervatting door het volgen van een reintegratietraject aanmerkelijk groter lijken te zijn: 73 procent met, tegen 56 procent zonder traject. Het onderzoek van de RWI dat werd uitgevoerd door SEO/TNO-Arbeid biedt volgens de RWI aanknopingspunten voor zowel het ministerie als het UWV om de manier waarop de aanbesteding van reintegratietrajecten plaatsvindt te verbeteren. Om de beschikbare uitvoeringscapaciteit van het UWV en de beperkte financiele middelen voor de reintegratie van arbeidsgehandicapten zo efficient en effectief mogelijk in te zetten, bepleit de RWI dat er vooraf meer duidelijkheid komt over de vraag voor wie inkoop van bepaalde activiteiten effectief is. Door transparantie op dit punt kunnen reintegratie-inspanningen voortaan specifiek gericht worden op mensen voor wie deze activiteiten daadwerkelijk toegevoegde waarde hebben. Daarnaast wil de RWI dat het UWV bij de aanbesteding meer homogene doelgroepen gaat samenstellen. Dit heeft als voordeel dat er minder afroming van clienten (= alleen actie op de kansrijke arbeidsgehandicapten) door reintegratiebedrijven zal plaatsvinden. De reintegratiebedrijven kunnen zo meer maatwerk leveren. Bovendien worden de kosten van reintegratietrajecten hierdoor lager. SZW kan vervolgens, zo stelt de RWI, met het UWV scherpere prestatieafspraken maken. Er is immers meer informatie beschikbaar over de arbeidsmarktkansen van de diverse doelgroepen. Het UWV kan dan op zijn beurt hardere resultaten afspreken met de reintegratiebedrijven.

 

De Arbeidstijdenwet heeft zijn langste tijd gehad als het aan minister De Geus van SZW ligt. In het Algemeen dagblad noemde hij de wet betuttelend en zei hij het genoeg te vinden dat de overheid een rustdag per week en een bepaalde rusttijd per etmaal voorschrijft. De coalitiepartijen denken ook in deze richting. De Geus krijgt de handen van de bonden en de PvdA niet op elkaar voor dit plan.

 

Voor het arboplusconvenant voor de grafimedia stellen de sociale partners en SZW ruim 700.000 euro beschikbaar. Het is een aanvulling op het al bestaande convenant voor de sector. Het is de eerste keer dat een convenant aangevuld wordt. In de sector werken 60.000 mensen. In het convenant worden afspraken gemaakt over terugdringen van RSI en het gebruik van oplosmiddelen.

 

Een definitief rookverbod in de horeca zal zeker tien jaar moeten worden uitgesteld, om het nemen van anti-rookmaatregelen door ondernemers (bijvoorbeeld afzuiginstallaties) financieel te rechtvaardigen. Dat stelt Koninklijke Horeca Nederland (KHN) in het Stappenplan Rookbeleid Horeca. Het stappenplan van KHN loopt tot 2007 en voorziet onder meer in de invoering van gevelschildjes voor restaurants en cafes. De bedoeling is dat de etablissementen zich door middel van deze bordjes onderscheiden in een vijftal categorieen: geheel rookvrij, roken overal toegestaan (met of zonder luchtventilatie) en roken alleen toegestaan in aangewezen ruimtes (met of zonder luchtventilatie). Bovendien wil KHN gelegenheden waar veel kinderen komen (bijvoorbeeld pannenkoekenrestaurants) versneld rookvrij maken.

 

Het College van Zorgverzekeringen (CVZ) volgt op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) het komend jaar nauwgezet hoe bedrijfsartsen omgaan met de verwijsbevoegdheid. Sinds 1 januari mogen bedrijfsartsen werknemers doorverwijzen naar collega’s uit het curatieve circuit. De zorgverzekeraars vergoeden vervolgens de behandeling. Met de verwijsbevoegdheid hopen de ministeries van VWS en SZW de samenwerking tussen bedrijfsartsen en hun collega’s uit de behandelingssector te verbeteren en de WAO-instroom en het ziekteverzuim terug te dringen. Het CVZ heeft een aantal deelprojecten uitgezet waardoor via concrete patientencasussen duidelijk wordt welke gevolgen de verwijsfunctie op macroniveau heeft. De projectleiding van het onderzoek, dat een jaar duurt, is in handen van TNO Arbeid.

 

In de sector koek, snoep en chocolade krijgt als het goed is de komende tweeeneenhalf jaar twintig procent minder medewerkers last van RSI. Dat staat in het arboconventant voor de sector dat vorige maand werd ondertekend door de branchevereniging Vereniging voor de Bakkerij- en Zoetwarenindustrie en de vakbonden FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond en De Unie. Door onder meer inpakwerk krijgt nu nog 37 procent van de werknemers RSI-klachten. Een kwart van de medewerkers wordt hierdoor beperkt in het werk. De sector wil die 25 procent terugbrengen naar 15. Ook het aantal mensen dat door overbelasting risico loopt op lichamelijke klachten moet met ruim een derde verminderen. Het aantal klachten over te hoge werkdruk dient met twintig procent af te nemen. Het ziekteverzuim in de sector daalt hierdoor idealiter met vijftien procent en de WAO-instroom met twintig procent. Om deze mooie verwachtingen waar te maken, hebben de convenantspartijen een ‘werkwijzer’ gemaakt. Deze schat met behulp van digitale technieken risico’s in en draagt oplossingen aan. Ook komt er een oplossingsboek. Een kennis- en expertisecentrum adviseert bedrijven en verzamelt kennis over goede voorbeelden en nieuwe ontwikkelingen. Arbodienstverlening zal meer maatwerk moeten worden en ziekteverzuim wordt eenduidig geregistreerd. Het convenant loopt tot 1 juli 2006 en kost 2,5 miljoen euro. SZW draagt 1 miljoen euro bij. De rest betalen de sociale partners zelf.

 

Tweederde van alle dwarslaesiepatienten die een baan hadden, en niet de 25 tot 40 procent zoals in de literatuur wordt vermeld, kunnen na revalidatie weer aan het werk. Dat stelt revalidatiearts Marleen Schonherr. Ze onderzocht de revalidatie en herintreding op de arbeidsmarkt van een groep dwarslaesiepatienten. Schonherr promoveerde vorige maand aan de universiteit van Groningen in de Medische Wetenschappen. Dwarslaesies ontstaan door ongelukken, maar het ruggenmerg kan ook beschadigd raken door uitzaaiingen bij kanker of door ontstekingen. Jaarlijks komen er ruim 250 nieuwe patienten bij. Wanneer het ruggenmerg in de nek beschadigd is, verliest de patient controle over en gevoel in zowel armen als benen. Bij een lagere dwarslaesie worden alleen de benen getroffen. Slechts een zeer kleine minderheid van de dwarslaesiepatienten kan helemaal niets meer. Volgens Schonherr komt de aandoening in veel gradaties voor en dient het herstel zich te richten op maximaal gebruik van de resterende functies. De zorg is erg versnipperd. Patienten worden vanuit allerlei afdelingen en ziekenhuizen doorverwezen naar de revalidatie- kliniek, om na revalidatie weer met andere instanties te maken te krijgen. Een ‘regionale zorgketen’ waarin alle revalidatieactiviteiten worden geintegreerd vanaf de eerste dag tot in de follow-up, zou volgens de promovenda soelaas bieden. Van de herintreders kon zestig procent weer bij zijn oude baas aan de slag, meestal met aanpassingen aan de werkplek en werk- tijden of via een omscholing. Het blijkt dat het succes van de reintegratie vooral afhangt van positieve verwachtingen en het doorzettingsvermogen van de patient. Factoren als de hoogte van de dwarslaesie of leeftijd spelen nauwelijks een rol. Wel is het zaak al vroeg in de revalidatiefase te beginnen met het opstellen van een reintegratieplan, in nauw overleg met de werkgever en de bedrijfsarts, zo stelt Schonherr. Schonherr pleit voor meer aandacht voor dwarslaesie en reintegratie, ook na de revalidatie.

 

Charles Engelen, A en O deskundige van de Arbo Unie, houdt het na zeven jaar voor gezien als voorzitter van de Beroepsvereniging van A&O-deskundigen (BA&O). Hij werd vorige maand opgevolgd door Jan Touwslager. Touwslager werkt bij Kiwa. Het Wetsvoorstel gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs is door de Eerste Kamer. De wet regelt het verbod op leeftijdsdiscriminatie op de terreinen arbeid, beroep en beroepsonderwijs. Alleen als het stellen van een leeftijdsgrens objectief te rechtvaardigen is, is onderscheid naar leeftijd wel toegestaan Wim Meijer, oud Kamerlid en oud-fractievoorzitter van de PvdA, gaat voor minister De Geus de huisvestingskosten van het UWV onderzoeken. Op 1 februari komt een commissie onder zijn leiding met een oordeel over de inrichtings- en huisvestingskosten als onderdeel van de totale uitvoeringskosten van het UWV. In de Jeugdzorg en Welzijnsector moet het ziekteverzuim, de stress en de agressie de komende jaren met 20 procent dalen. Om dit te bereiken, wordt een uitgebreid pakket van maatregelen en instrumenten voorbereid. De arboconvenanten, die lopen tot en met 2006, moeten er aan bijdragen dat medewerkers in de Jeugdzorg en de Welzijnsbranche met plezier naar hun werk gaan. Het aantal rea-bedrijven met een keurmerk is met 25 toegenomen. Het Borea Keurmerk reintegratie mag door 51 bedrijven gevoerd worden. VNO-NCW voorzitter Jacques Schraven reikte de 25 nieuwe keurmerken begin vorige maand uit.

 

Door vermoeide patienten naar hun eigen verklaring voor de vermoeidheid te vragen, krijgen artsen meer grip op mogelijke oorzaken. Daardoor kunnen problemen bij werkende patienten eerder aangepakt worden en ziekteverzuim worden voorkomen. Dat stelt Helene Andrea. Zij promoveerde vorige maand aan de universiteit van Maastricht op onderzoek naar de gezondheid, de werkomgeving en het hulpzoekende gedrag van ruim zevenduizend werkenden. Bij een op de drie werknemers die de huisarts bezochten zonder dat ze zich ziek hadden gemeld, bleek vermoeidheid een belangrijke reden voor het bezoek.

 

Werklozen en arbeidsgehandicapten mogen vanaf begin dit jaar zelf hun reintegratietraject uitstippelen en reintegratiebedrijf uitkiezen. Dat was tot voor kort niet mogelijk. Alle clienten van het UWV hadden de keuze uit verschillende reintegratiebedrijven waarmee het UWV contracten afsloot. Om tegemoet te komen aan de wensen van de client is het nu mogelijk zelf met een plan te komen. Tegelijkertijd worden de huidige experimenten met het persoonsgebonden reintegratiebudget beeindigd. Een client die ervoor kiest om een eigen weg naar werk te volgen, krijgt dezelfde rechten en plichten als iemand die een reintegratietraject volgt dat door het UWV is aangeboden. Wel moet de client zelf een plan ontwikkelen gericht op het verkrijgen van werk en zelf een reintegratiebedrijf zoeken. Dit moet gebeuren binnen de termijn die ook geldt bij een door het UWV aangeboden contract. Het UWV neemt de uiteindelijke beslissing over het voorgestelde reintegratieplan na toetsing van de aanvraag. Daarbij wordt dan vooral gekeken of het trajectplan en het reintegratiebedrijf voldoen aan vooraf vastgelegde eisen voor prijs en kwaliteit door het UWV. Door het UWV is ook een maximum bedrag en maximum duur gesteld. De client dient werk te vinden voor een periode van ten minste zes maanden. Het UWV sluit op basis van de door de client gewenste weg en keuze van reintegratiebedrijf een contract af met dat bedrijf. Voor contracten die worden afgesloten, geldt ‘no cure less pay’. Dit betekent dat minimaal de helft van de prijs pas wordt vergoed op het moment dat iemand voor langere tijd werk heeft gevonden.

 

Bedrijven en organisaties moeten een Checklist Leeftijd krijgen, een zogenoemde ‘Leeftijdsspiegel’: Dit is een vragenlijst met 25 vragen die de bewustwording prikkelen en de weg wijzen naar het vergroten van het aantal oudere werknemers in de organisatie. Verder moet langer doorwerken ook fiscaal aantrekkelijk zijn. Dat stelt de Taskforce Ouderen en Arbeid in een eindrapportage aan staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Door ieder jaar 30.000 mensen van 55 jaar en ouder meer aan het werk te laten bespaart de samenleving op termijn 40 miljard euro, zo berekende de Taskforce. Een bijkomend voordeel van meer ouderen aan het werk is dat het voorkomt dat waardevolle kennis en ervaring wegstromen. Bovendien houdt het de sociale zekerheid, gezondheidszorg en pensioenen betaalbaar. De maatschappelijke deelname van ouderen gaat omhoog. En de internationale concurrentie van Nederland Kennisland wordt veilig gesteld. In zestien aanbevelingen schetst de Taskforce maatregelen om de belemmeringen voor een grotere arbeidsparticipatie van ouderen te laten verdwijnen. Daarom zal de maatschappij meer moeten doen aan leeftijdsbewust beleid, de inzetbaarheid van ouderen moeten vergroten en financiele prikkels moeten invoeren. Bijvoorbeeld door de fiscale arbeidskorting met 2500 euro te verhogen. STECR, het platform reintegratie dat is opgericht op initiatief van de BOA en dat wordt gesteund door het ministerie van Sociale Zaken, TNO Arbeid en Nationale Nederlanden, is een Kenniskring ‘Ouderen’ begonnen.

 

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) is niet meer. Op 1 januari hoeven zelfstandigen geen premie voor de wet meer te betalen, op 1 juli wordt de wet afgeschaft en vanaf 1 juli 2005 is geen nieuwe instroom meer mogelijk. Dit omdat de wachttijd voor de verzekering een jaar is. De verzekering stuitte op verzet onder zelfstandigen. De belangenorganisatie en de SER adviseerden de wet af te schaffen omdat de premie als hoog werd ervaren terwijl de uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid op minimumniveau uitkwam. De overheid laat het arbeidsongeschiktheidsrisico van zelfstandigen over aan de particuliere markt. Sinds de invoering van de WAZ in 1998 ligt het aantal personen met zo’n uitkering op 56.000. Het UWV voert de wet uit en financiert de uitkeringen uit een fonds. In dit fonds zit nu ruim een miljard euro. Dat geld wordt gebruikt om komend half jaar nieuwe uitkeringen te financieren terwijl daar geen premie-inkomsten meer tegenover staan.

 

Ton Schoenmaeckers, directeur van de Branche Organisatie Arbodiensten, hoopt helemaal niet vurig dat de SER zal voorkomen dat de markt voor de arbodienstverlening wordt opengegooid, zoals wij in de inhoudsopgave van het decembernummer hadden geschreven. Of wij dat nog even recht wilden zetten. Bij deze. ARBO nummer 12 lag nog maar net in de schappen, of fotograaf Linda van Wely liet ons weten dat we de verkeerde naam bij haar foto hadden vermeld. Inderdaad is niet Etop, maar Linda de vrouw achter de hand op bladzijde 29. Sorry Linda. U betaalt natuurlijk niet bijna twaalf en een halve euro voor een nummer van ARBO om tegen halflege pagina’s aan te kijken. Daarom waren wij ook niet zo blij met de ‘witte vlek’ in ons laatste nummer. Op bladzijde 10 in de nieuwsrubriek, ongeveer op dezelfde plaats als dit stukje, bleek een heel bericht weggevallen te zijn. Typisch het werk van het onverbiddelijk toeslaande duo haast en slordigheid. Wij beloven nederig beterschap…

 

Reageer op dit artikel