artikel

Arbodiensten en reïntegratiebedrijven trouwen

Wetgeving

Toch lijkt nog niet iedereen in het huwelijk te geloven. Twee interne arbodiensten en voormalige BOA-leden, die van de Vrije Universiteit en Heineken, beraden zich nog. De Jonge vindt niet dat ze deze bedrijven het mes op de keel moet zetten. ‘Je moet altijd eerst laten zien waar je mee bezig bent, voordat mensen erin geloven. Ik ga er vanuit dat zeker de externe arbodiensten de stap wagen. Het kan best zijn dat heel specialistische dienstverleners zich minder goed herkennen en het wel erg breed vinden. Ook voor kleinere arbodiensten is het misschien: eerst zien dan geloven. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Krijg ik terug wat ik wilde? Dat is een logische vraag. De BOA was een vrij kleine organisatie, maar had zich heel sterk gefocust op de belangenbehartiging en positionering van arbodienstverlening. Borea was vooral bezig binnen het publieke domein en een beetje het private domein van werkgevers en verzekeraars. Dat komt nu samen. Het betekent efficiency, en verbreding in marketing en positionering voor aangesloten arbodiensten. In hun Algemene Ledenvergaderingen hebben BOA en Borea het besluit genomen deze stap te willen zetten. Er zullen er een of twee toch nog wat twijfels hebben en willen rondkijken. Die kun je met het mes op de keel overhalen, maar dan heb je een vervelend startverhaal. Ik heb liever dat bedrijven de komende tijd zelf besluiten mee te doen’, aldus De Jonge.

 

Naast het positioneren van de nieuwe club wacht De Jonge en Vogelaar meteen al een grote klus. De nieuwe Arbowet komt eraan en er moet een nieuw keurmerk komen. De Jonge: ‘We gaan de evaluatie van de Arbowet nauwlettend volgen. We willen ook een aantal zaken rondom arbodienstverlening transparanter maken voor opdrachtgevers, zodat zij beter weten wat zij inkopen. We zijn nu bezig met het vaststellen van criteria voor een nieuw keurmerk op vier gebieden: werk krijgen, maatschappelijk meedoen, inzetbaarheid vergroten en gezond werken.

 

Ook willen we werkgevers wat verder laten kijken als het gaat om herplaatsing. Ze proberen nu vooral mensen te herplaatsen binnen de eigen organisatie, maar lopen nog met een bocht om de reintegratie tweede spoor heen: herplaatsing binnen een ander bedrijf. Diep in het hart kan een loopbaanstap naar een andere organisatie misschien wel interessanter zijn voor werknemer, werkgever en organisatie. Over dat soort dingen moet je met elkaar praten. Wij zien het als onze taak om dat debat aan te zwengelen.’

 

Voor ex-BOA-directeur Ton Schoenmaeckers zit de klus er na ruim zes jaar belangenbehartiging op. Hij kijkt met voldoening terug op zijn directeurschap. Wel wil hij strikt op persoonlijke titel kwijt dat hij andere strategische keuzes had gemaakt. Ton Schoenmaeckers: ‘Zo lopen dingen soms. Ik had graag aan de nieuwe club gewerkt, maar er is gekozen voor de Borea-structuur. Daarbinnen doet voorzitter Ella Vogelaar het strategische werk. Dan blijft voor een directeur met mijn bagage geen functie meer over. BOA/Borea heeft geen mensen in dienst; alle andere taken zijn uitbesteed. Ik had bij de BOA een interessante volwaardige functie die in de nieuwe club niet voorhanden was. Dat kun je niemand kwalijk nemen. Er was geen ruzie of conflict. Het is zakelijk verlopen en ik heb er geen hard feelings bij. Het is wel jammer en ik vind eigenlijk dat een grote brancheorganisatie zelf strategische mensen in dienst moet hebben.’

 

Wel stipt Schoenmaeckers nog een pijnpunt aan. Hij betwijfelt of alle bruiloftsgasten wel in een huwelijksbootje passen. ‘Ik vraag me wel af of in de nieuwe club de homogeniteit voldoende is. Er is een groot verschil tussen een klein reintegratiebedrijf met tien jobcoaches en een arbodienst die een paar honderd professionals in dienst heeft en zich richt op integraal gezondheidsmanagement. Voor reintegratiebedrijven is nu de evaluatie van de Wet Suwi heel belangrijk, want de politiek vraagt zich af of al die publieke reintegratiegelden wel toegevoegde waarde hebben. Het is de taak van de brancheorganisatie om dat helder te maken. Tegelijkertijd loopt de deregulering van de Arbowet. Dat is een totaal ander terrein voor een andere doelgroep. De bedrijven met tien jobcoaches zal dat worst zijn. Maar voor de grote arbodiensten is het een zeer belangrijk strategisch punt. Het zijn twee grote onderwerpen die elk maar voor een deel van je leden van belang zijn. Maar wel meteen van levensbelang. Misschien is belangenbehartiging op deze manier mogelijk, maar ik bekijk het met argusogen. BOA en Borea deelden de visie op de markt, maar ik zou echt andere strategische keuzes hebben gemaakt. Ik had rondom werk, loopbaan en vitaliteit een nationale coalitie of federatie gesloten tussen de twee brancheorganisaties die daaronder aan eigen belangenbehartiging hadden kunnen blijven doen. Nu is alles in een brancheorganisatie gestopt. Ik vind dat een gevaarlijke keus. Voor de buitenwereld is de herkenbaarheid in het geding en eigen leden krijgen voor de contributie misschien te weinig terug aan belangenbehartiging. Misschien werkt het, maar het zal niet makkelijk worden.’

 

Reageer op dit artikel