artikel

Arbodiensten gered?

Wetgeving

Het kabinet stelt voor om werkgevers meer vrijheid te geven bij de inrichting van hun arbozorg. Conform de Europese richtlijn moeten werkgevers voorrang geven aan interne arbozorg. Allereerst dienen zij na te gaan of zij zelf intern over deskundigheid beschikken om arbozorg in te richten. Pas als dat om steekhoudende redenen niet mogelijk blijkt, mogen zij de benodigde deskundigheid extern inkopen, bijvoorbeeld bij een arbodienst.

 

Dit betekent echter niet automatisch dat werkgevers hun contracten met de arbodiensten kunnen opzeggen. Het kabinet onderscheidt namelijk een zogenaamde ‘maatwerkregeling’ en een ‘vangnetregeling’. De laatste werd in de kabinetsreactie op het SER-advies over de wijziging van de wet overigens nog aangeduid als ‘standaardregeling’ (zie ARBO 7/8-2004). Alleen werkgevers die aan bepaalde voorwaarden voldoen mogen van de maatwerkregeling gebruik maken en de arbodienst de rug toe keren, voor de overige blijft de aansluiting bij een arbodienst gewoon verplicht.

 

De maatwerkregeling geeft werkgevers de ruimte om hun arbozorg geheel intern te organiseren, mits ze aan zekere voorwaarden voldoen. Werkgevers mogen alleen van de maatwerkregeling gebruik maken als voor hun branche CAO-afspraken zijn gemaakt over de inrichting van de arbozorg, of wanneer zij met hun ondernemingsraad of personeels vertegenwoordiging afspreken de arbozorg intern te organiseren. Ontbreken ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, is er geen CAO of lukt het niet om de benodigde CAO-afspraken te maken, dan moeten bedrijven aangesloten blijven bij een arbodienst, volgens wat het kabinet nu de ‘vangnetregeling ’ noemt. . Net als op dit moment mag die arbodienst zowel extern als intern zijn.

 

Het kabinet heeft nog meer in petto voor de werkgevers. Conform de Europese regels wil het alle werkgevers verplichten om zich intern te laten bijstaan door een of meerdere preventiemedewerker(s). Deze verplichting geldt dus zowel voor werkgevers die onder de maatwerk-als voor werkgevers die onder de vangnetregeling vallen. Deze preventiemedewerker moet de werkgever onder andere assisteren bij het opstellen van de RI&E. In organisaties met vijftien of minder werknemers mag de werkgever de functie zelf op zich nemen, mits hij aan de deskundigheidseisen voldoet. Op die eisen komen wij nog terug.

 

Het wetsvoorstel behelst verder dat werkgevers met tien werknemers niet langer verplicht zijn om hun RI&E te laten toetsten door een gecertificeerde deskundige van het hoogste niveau, mits er in de CAO een afspraak is gemaakt over een brancheinstrument voor de RI&E. Bedrijven met 11 tot 25 werknemers uit een branche met een eigen instrument hoeven slechts een lichte toets van hun RI&E te laten uitvoeren. Deze toetsing dienen zij overigens wel aan een gecertificeerde deskundige van het hoogste niveau toe te vertrouwen.

 

De regels voor de toetsing van de RI&E worden sowieso lichter als het aan het kabinet ligt. Volgens het wetsvoorstel hoeft er straks nog maar een in plaats van de huidige vier gecertificeerde kerndeskundigen naar de RI&E te kijken. Saillant punt daarbij is dat een werkgever die beschikt over een tot toetsing van de RI&E bevoegde – want gecertificeerde – medewerker de toetsing niet extern mag inkopen.

 

Als gezegd mogen werkgevers niet meer zomaar met een externe arbodienst in zee gaan. Alleen als de werkgever en de werknemers vanwege gegronde en toetsbare redenen tot de slotsom komen dat een interne dienst niet tot de mogelijkheden behoort, mag de werkgever een externe dienst inschakelen. Om het werkgevers makkelijker maken zelf een interne arbodienst op te richten, versoepelt het kabinet de hiervoor geldende regels. De werkgever hoeft voor een eigen arbodienst voortaan nog maar een gecertificeerde deskundige in huis te hebben, de drie andere kerndeskundigheden mag hij extern inhuren.

 

Maatwerkregeling bij overeenstemming in CAO of per onder-neming met OR of PVT

 

Vangnetregeling In alle ander gevallen

 

Bijstand bij voorrang

 

Algemene preventie-

 

Preventiemedewerker(s),

 

of werkgever zelf (15-);

 

intern door eigen

 

werktaken (art. 13)

 

deskundigheid

 

afgeleid uit RI&E

 

nemers op grond van

 

Toest en advies RI&E

 

Onder verantwoorde-

 

Door gecertificeerde

 

EU-richtlijn

 

(art. 14 of 14a)

 

lijkheid van een van

 

arbodienst, indien

 

de vier gecertificeerde

 

mogelijk intern

 

deskundigen, indien

 

mogelijk intern

 

25-: bij gebruik

 

branche-instrument lichte toets

 

10-: bij gebruik

 

branche-instrument geen toets

 

Voorrangsregel EU

 

Verzuimbegeleiding

 

Tenminste contract

 

Contract met

 

niet van toepassing

 

met bedrijfsarts

 

gecertificeerde arbodienst

 

(art. 14 of 14a)

 

PAGO

 

Bedrijfsarts

 

Gecertificeerde arbodienst

 

Aanstellingskeuring

 

Bedrijfsarts

 

Gecertificeerde arbodienst

 

Spreekuur

 

Bedrijfsarts en inge-

 

Gecertificeerde arbodienst

 

schakelde deskundige

 

bij de RI&E

 

 

Bron: Memorie van toelichting besproken wetsvoorstel

 

Alsof dat niet genoeg is, krijgen de externe arbodiensten straks ook nog concurrentie van derden op de markt voor arbodienstverlening. Het kabinet laat de zogenaamde ‘in-hoofdzaak-bepaling’ vervallen, die arbodiensten nu nog voorschrijft dat zij zich hoofdzakelijk met arbodienstverlening dienen bezig te houden. Hierdoor krijgen dienstverleners als verzekeraars en adviesbureaus de ruimte om de markt van de arbodiensten te betreden. Het wetsvoorstel stelt echter wel eisen aan de waarborging van de onafhankelijkheid van de nieuwe dienstverleners. Voor hen gaan dezelfde regels gelden als nu voor de arbodiensten.

 

Verzuimbegeleiding is, mede vanwege de eisen in de Wet verbetering poortwachter, een complex onderdeel van het wetsvoorstel. In het kort komt het voorstel erop neer dat de externe afname van verzuimbegeleiding mogelijk blijft. Het is immers alleen voor grote bedrijven doenlijk om een bedrijfsarts aan te stellen. Een en ander heeft tot gevolg dat de interne dienst intensief zal moeten samenwerken met de arbodienst of met externe deskundigen die de verzuimbegeleiding uitvoeren, met als doel om zowel preventie als reintegratie handen en voeten te geven. Bedrijfsartsen blijven verder verplicht samenwerken met de drie andere kerndeskundigen.

 

Zelfstandigen moeten na de wijziging van de Arbowet aan meer arboregels voldoen dan nu het geval is. In de toekomst moeten ook zij maatregelen nemen om gevaar voor derden bij de uitvoering van risicovolle werkzaamheden te voorkomen. Verder wil het kabinet bepalingen uit het arbobesluit over ernstige arbeidsrisico’s ook van toepassing verklaren op zelfstandigen en werkgevers die zelf arbeid verrichten.

 

Zoals gezegd, moeten in de toekomst alle werkgevers zich door een of meerdere preventiemedewerkers laten assisteren of die functie zelf gaan vervullen. In het in totaal veertig pagina’s tellende wetsvoorstel staat echter niets over de opleidingseisen waaraan die medewerker straks moet voldoen. Noch in de gewijzigde wetsartikelen, noch in de toelichting geeft het kabinet hierover ook maar de kleinste aanwijzing. Vermoedelijk zullen deze eisen dan ook in het Arbobesluit worden opgenomen.

 

Wel bevat het wetsvoorstel de bepaling dat aan de hand van de uitkomst van de RI&E wordt vastgesteld of de preventiemedewerker over een certificaat van bekwaamheid moet beschikken. De RI&E gaat dus uitsluitsel geven over het vereiste interne deskundigheidsniveau, in casu het niveau van vakbekwaamheid van de interne preventiemedewerker. Dat betekent dat werkgevers in de meeste gevallen hun RI&E’s zullen moeten aanpassen om dat te kunnen bepalen. De werkgever kan van de uitkomst van de RI&E afwijken, maar moet dat wel motiveren. De Arbeidsinspectie moet een dergelijke afwijking van de invulling toetsen, en daarmee handhaven.

 

De taken van de preventiemedewerker staan duidelijk omschreven in het wetsvoorstel. Hij moet medewerking verlenen aan het verrichten en opstellen van de RI&E en aan het uitvoeren van de daaruit voortvloeiende maatregelen. Daarnaast wordt het zijn taak om de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of – bij het ontbreken van beide – belanghebbende werknemers te adviseren en nauw met hen samen te werken voor wat betreft arbozaken.

 

De preventiemedewerker mag zich nadrukkelijk niet zo maar bezighouden met het toetsen van de RI&E en het adviseren daarover. Daarvoor dient de werkgever namelijk een deskundige van het hoogste niveau in te schakelen. Momenteel schrijft de wet nog voor dat alle vier de kerndeskundigen bij de toetsing van de RI&E zijn betrokken. Bij voorkeur moet de werkgever de RI&E door een eigen zware deskundige laten toetsen. In situaties waar uit de RI&E blijkt dat de werkgever zich door een deskundige van het hoogste niveau moet laten bijstaan, is de werkgever verplicht de toetsing aan deze medewerker over te laten. In andere gevallen mag de werkgever de toetsing ook extern inkopen.

 

De interne deskundige moet onafhankelijk van de werkgever zijn werk kunnen doen. Analoog aan ondernemingsraaden personeelsvertegenwoordigingsleden mag hij niet worden benadeeld of ontslagen op grond van zijn functioneren.

 

Het kabinet wil de wetswijzigingen per 1 juli 2005 laten ingaan, om zo werkgevers de tijd te gunnen om maatregelen te nemen. Vanaf genoemde datum mogen werkgevers van de maatwerkregeling gebruikmaken, waarbij zij zelf mogen bepalen hoe ze lopende contracten met arbodiensten afwikkelen. Een langer lopend contract mag volgens het wetsvoorstel geen reden zijn om de voorrangsbepaling later in te voeren. Het kabinet stelt voor om een dergelijke contractsperiode te overbruggen door het contract met de arbodienst tot maximaal een half jaar na de inwerkingtreding te tolereren. Daarna moet de werkgever de interne deskundigheid rond hebben.

 

Na verandering van de wet zullen werkgevers hun RI&E moeten aanpassen om een uitspraak te krijgen over het gewenste deskundigheidsniveau van de interne preventiemedewerker. Het wetsontwerp is op dit punt echter nog te onduidelijk om daar nu al mee aan het werk te kunnen. Niemand kan zich dus alvast gaan voorbereiden op de gevolgen van de gewijzigde wet. Werkgevers die op grond van een aangepaste RI&E uitkomen op zware deskundigen zullen moeten afwegen of zij interne diensten oprichten en hoe die er uit moeten gaan zien. Maar vooralsnog is het nog niet duidelijk aan welke certificeringseisen die interne diensten moeten gaan voldoen. Als de vereenvoudigde interne diensten aan dezelfde dure en ingewikkelde eisen moeten voldoen als momenteel de arbodiensten, dan zullen niet veel werkgevers over gaan tot de oprichting van een dienst. Bovendien is het nog onduidelijk vanaf welk punt een besluit tot inschakeling van een externe dienst gerechtvaardigd is. Voorlopig is het dus nog afwachten.

 

De voorgestelde wetswijzigingen maken arbozorg enerzijds gemakkelijker, maar anderzijds behoorlijk ingewikkeld. Werkgevers in goed georganiseerde sectoren kunnen een behoorlijke besparing van kosten bereiken door meer zelf te doen en zaken slim te organiseren. Werkgevers in sectoren zonder die goede organisatie en zonder CAO zijn het haasje. In zeer veel kleine bedrijven in sectoren zonder CAO is er geen middel om tot een afspraak over een branche-instrument voor de RI&E te komen. Dertig procent van de werknemers in Nederland is werkzaam in dergelijke sectoren en bedrijven. In deze bedrijven ontbreekt het bovendien in het algemeen aan een personeelsvertegenwoordiging of ondernemingsraad. Deze bedrijven worden straks geconfronteerd met twee extra eisen. Ze moeten hun RI&E aanpassen om het gewenste deskundigheidsniveau van de interne preventiemedewerker te bepalen en haar opnieuw laten toetsen. Daarnaast moeten zij deze medewerker aanstellen en opleiden. Bovendien blijven zij onverkort verplicht om zaken te doen met een arbodienst. Terwijl het kabinet beweert te streven naar deregulering, krijgen deze bedrijven dus juist met extra regels te maken. Deze werkgevers schieten dus niets op met wetswijziging.

 

MEER INFO

 

Over de voorgeschiedenis van het wetsontwerp is de afgelopen jaren uitgebreid geschreven in ARBO. De uitspraak van het Europese Hof over de Nederlandse invulling van de kaderrichtlijn kwam aan bod in ARBO nummer 2/2003 en 7/8-2003. In dat laatste nummer schetst toenmalig staatssecretaris Rutte hoe hij de regels voor het regelen van de arbozorg dacht te gaan aanpassen. Kort voor het vonnis had het kabinet een adviesaanvraag neergelegd bij de SER over maatwerk in arbozorg, dat naar aanleiding van het vonnis werd uitgebreid. Deze adviesaanvraag hebben we reeds in ARBO 7/8-2003 uitgebreid besproken. De – ietwat vertraagde – reacties van SER kwam aan bod in het aprilnummer van dit jaar. Afgelopen zomer werd het kabinetsstandpunt bekend ten aanzien van het SER-advies, zie hiervoor ARBO 7/8-2004.

 

 

Reageer op dit artikel