artikel

Bizar ongeluk

Wetgeving

Na overleg met de Officier van Justitie maakt de Arbeidsinspectie proces-verbaal op. Dit ondanks de volgende feiten:

 

– Het slachtoffer was geen werknemer van het bedrijf.

 

– De verkopende partij is een VOF. Vader en zoon zijn beiden vennoten en niet ondergeschikt aan de VOF. Dus worden ze als zelfstandigen zonder personeel aangemerkt. De Arbowet is in principe niet van toepassing op deze groep.

 

– Bovendien is het ongeval niet op het terrein van het bedrijf gebeurd, maar op een openbare weg.

 

– Het ongeval vond plaats in Belgie en ook de belangrijkste getuige woont daar. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft daar geen bevoegdheden.

 

– De poort was tijdens het ongeval niet meer in eigendom van de onderneming.

 

– De vrachtwagen was niet door de onderneming ter beschikking gesteld.

 

– De verantwoordelijkheid voor het vervoer lag na de koop grotendeels bij de koper.

 

De onderneming was toch deels verantwoordelijk voor het ongeval. Het is namelijk in deze sector gebruikelijk dat de verkopende partij meehelpt bij het opladen van het product. Daarnaast valt de verkoop van de poort en dus ook het laden onder het economische verkeer. Ten slotte werd de heftruck bestuurd door een vennoot van de onderneming.

 

Artikel 10 van de Arbeidsomstandighedenwet en de artikelen 3.17 en 7.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit werden als de vermoedelijke overtredingen in het proces-verbaal opgenomen. Het bedrijf had namelijk geen maatregelen genomen tegen het gevaar te worden getroffen door ongewild in beweging komende of vrijkomende voorwerpen. ‘Ongewild in beweging komen’ heeft in artikel 3.17 een zeer brede betekenis zoals wegschuiven, wegspuiten, vallen, wegvliegen, wegkaatsen, omvallen en wegrollen.

 

Artikel 7.3 stelt onder andere dat het arbeidsmiddel geschikt moet zijn voor het uit te voeren werk of daartoe behoorlijk aangepast moet zijn. De kopers en verkopers hadden een heftruck met een maximaal hefvermogen van 3000 kilo gebruikt, want de onderneming had het gewicht van de poort op 600 a 700 kilo geschat. 3800 kilo te weinig dus. Bovendien had het gevaarte exceptionele afmetingen en waren de lepels van de heftruck hier niet op aangepast.

 

Het gerechtshof sprak een van de firmanten, de vader, vrij. De zoon, de tweede vennoot, werd veroordeeld tot het betalen van 3000 euro, waarvan 2000 voorwaardelijk. Hij moest ook een heftruckcursus volgen.

 

Reageer op dit artikel