artikel

Brandveiligheid van kantoorpanden

Wetgeving

Uitgaande van de wetgeving die de hoogste verplichting voorschrijft, kan de arboadviseur een goed advies geven. Zo stelt de Woningwet het plaatsen van vluchtrouteaanduiding (VRA) verplicht in een ruimte die toegankelijk is voor het publiek.

 

De Arbowet gaat daarin verder en verplicht VRA door het gehele pand. Daarom gaat een degelijk brandveiligheidsadvies in deze uit van de verplichtingen uit de Arbowet. De Woningwet en de Arbowet hebben dus raakvlakken op het gebied van brandveiligheid.

 

De arboadviseur kan een stapje verder gaan in zijn advies en kan een begeleidende rol spelen bij het aanvragen van de gebruiksvergunning (GBV). Deze vergunning is een document dat de gemeente verleent als het brandveiligheidsniveau voldoet aan de verplichtingen uit de Woningwet.

 

Met de vergunningaanvraag wordt een eerste inschatting van het noodzakelijke niveau gedaan.

 

De Arbowet gebruikt de term ‘adequate’ en de Woningwet gebruikt de term ‘noodzakelijk’ om het verplichte brandveiligheidsniveau (BVN) aan te geven. Via het Bouwbesluit en de bouwverordening wordt invulling gegeven aan dit niveau. De regelgeving uit de bouwverordening kan verschillen per gemeente en is daardoor weinig transparant.

 

Verder verschilt het noodzakelijke BVN per gebouwfunctie.

 

Zo vereist een volle schouwburg andere brandvoorschriften dan een kantoorpand met energieke medewerkers.

 

Om het BVN te toetsen aan de complexe regelgeving zijn twee eenvoudige hulpmiddelen voorhanden.

 

Ten eerste het aanvraagformulier voor de GBV zelf.

 

In dit formulier voor oud- en nieuwbouwkantoorpanden wordt aan de hand van een eenvoudige vragenlijst een inventarisatie gemaakt van de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen. Het tweede formulier is een checklist, die is opgesteld door de stedelijke projectgroep Brandveiligheid van de gemeente Amsterdam. Deze lijst heeft als doel om het BVN te bepalen van minder complexe gebouwen.

 

Voor het aanvragen van de gebruiksvergunning zijn de volgende logische stappen te nemen:

 

1. Bepaal eerst of regelmatig meer dan vijftig personen aanwezig zijn in het pand. In dat geval is het hebben van een gebruiksvergunning in de meeste gemeenten verplicht. Vraag het ‘Aanvraagformulier Gebruiksvergunning’ aan bij de gemeente of bij het stadsdeelkantoor. Bij meerdere gemeenten kan het aanvragen van dit formulier via hun website. Voor bijna alle gemeenten zijn deze formulieren gelijk.

 

2. Vul het aanvraagformulier in. Hiermee wordt een opsomming gemaakt van de aanwezige brandveiligheidsvoorziening, zoals brandalarmsysteem, aanwezige vluchtroutes, brandblusmiddelen, nooduitgangen en vluchtrouteaanduiding.

 

3. Laat een plattegrond en een situatieschets van het pand maken. Op de plattegrond dienen allebrandwerende voorzieningen en de actuele inrichting van de werkruimten te staan. De situatieschets geeft de ligging van het pand ten opzichte van de straat en de directe omgeving weer; daarnaast staat op de schets de aanrijroute van de brandweer vermeld.

 

4. Dien de aanvraag in zesvoud in bij de gemeente of het stadsdeelkantoor.

 

Sinds de cafebrand in Volendam zijn de gemeenten met terugwerkende kracht bezig het brandveiligheidsbeleid te intensiveren. Dit heeft geleid tot onder andere kritiek op de kenbaarheid van de regelgeving van de Woningwet en het Bouwbesluit.

 

Via een rechterlijke uitspraak is gesteld dat het ontbrak aan eenduidigheid. Aan deze kritiek is gehoor gegeven door met name de gemeente Amsterdam. Zij heeft gewerkt aan de kenbaarheid van de regelgeving en heeft een stedelijk project Brandveiligheid opgericht dat een voortrekkersrol moet vervullen voor andere gemeenten in Nederland.

 

Via dit stedelijke project is een hoofdrapport gemaakt met onderliggende documenten waarin eenduidig de verplichtingen staan uitgelegd op het gebied van brandveiligheid.

 

Voor verschillende gebruiksfuncties van gebouwen is een checklist samengesteld met beoordelingspunten voor het BVN. Voor kantoorpanden wordt gelet op: indeling van brand- en rookcompartimenten, capaciteit vluchtroutes, brandbeveiligingsinstallaties, VRA en het aantal kleine brandblusmiddelen. In de checklist staan de minimale verplichtingen vermeld zodat kan worden nagegaan of het pand het noodzakelijke BVN heeft. Deze checklist is te vinden op

 

TABEL 1. VERPLICHTINGEN

 

 

De checklist wordt in eerste instantie gemaakt voor het controleren van het BVN, nadat een gebruiksvergunning van het pand is aangevraagd. De arboadviseur kan de checklist ook gebruiken om na te gaan of grote knelpunten aanwezig zijn, anders gezegd, of veel onkosten zijn te verwachten. Deze onkosten die voortkomen uit de verplichte aanpassingen, zijn voor de huurder of de verhuurder. Dit hangt af van het huurcontract. Zo zijn bijvoorbeeld de onkosten voor de huurder als deze slechts een cascowerkruimte heeft gehuurd en in deze ruimte een druk bezette kantoortuin wil inrichten. Maar als de huurder een ruimte heeft gehuurd waarvan de opening van de nooduitgangen niet toereikend is, zal de aanpassing voor kosten van de verhuurder zijn.

 

De gebruiksvergunning als instrument om het BVN te controleren zal in de toekomst een grotere rol gaan spelen, mede doordat het ministerie van VROM de Woningwet in 2004 wil wijzigen. Het niet-nakomen van brandveiligheidsvoorschriften zal mogelijk strafbaar worden. In overleg tussen overheid en verzekeringsmaatschappijen moet deze wijziging de verantwoording voor brandveiligheid meer gaan neerleggen bij bedrijven en particulieren. Het koppelen van deze verantwoording aan boetes en het niet-uitbetalen van brandschade zal de vraag naar brandveiligheidsadvies zeker doen toenemen.

 

 

MEER INFO

 

Hoofdrapport, Beleidstukken, Werkpakket, Gebruikseisen en Checklisten Brandpreventiebeleid bestaande bouw, gemeente Amsterdam.

 

‘Brandverzekeraars stellen eisen’, de Volkskrant, woensdag 6 augustus 2003.

 

Folder ‘Brandveilig gebruik van gebouwen’, gemeente Amsterdam.

 

SAMENVATTING

 

Om het brandrisico in kantoorgebouwen te beperken bevatten de Woningwet en de Arbowet verplichtingen voor respectievelijk eigenaar en gebruiker. Verplichtingen die vaak niet op elkaar zijn afgestemd door de verschillende uitgangspunten. De Woningwet neemt de inrichting van het pand als uitgangspunt. De Arbowet benadert de brandveiligheid als een arbeidsrisico waarvoor de werkgever en de werknemer beiden hun verantwoording moeten nemen. Via het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening (GBV) wordt het verplichte brandveiligheidsniveau (BVN) ingevuld. De regelgeving uit de GBV kan echter verschillen per gemeente. Om het BVN, dat per gebouwfunctie verschilt, te toetsen aan de complexe regelgeving zijn twee hulpmiddelen beschikbaar. Door de vragen in het aanvraagformulier voor de GBV te beantwoorden kan een inventarisatie worden gemaakt van de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen. Met de checklist die is opgesteld door de stedelijke projectgroep Brandveiligheid van de gemeente Amsterdam, kan het BVN worden bepaald van minder complexe gebouwen.

 

 

Reageer op dit artikel