artikel

Een alternatief voor de NEN 1812

Wetgeving

In 1984 stelde het RIB (Rijksinkoopbureau) de commissie WAS (Werkgroep Aankoop Specificatie Kantoorstoelen) in. Deze commissie kwam binnen een jaar met een norm. Vervolgens vroeg ze Nederlandse stoelenverkopers/fabrikanten een prototype te leveren dat aan het eisenpakket voldeed. De commissie haalde zich hiermee hun woede op de hals, aangezien er geheel nieuwe eisen in de norm voorkwamen, zoals de in hoogte verstelbare armsteun en de hoge rugleuning met een bolle lendensteun. Uiteindelijk hebben fabrikanten een aantal prototypes gemaakt en er vervolgens op aangedrongen ook zitting te mogen nemen in de WAS-commissie. Op basis van deze wens is de commissie omgezet in een normcommissie onder leiding van NEN (Nederlands Normalisatie Instituut) en werd in 1988 de eerste druk van de norm NEN 1812 gepubliceerd.

 

In datzelfde jaar bracht het ministerie van SZW/Arbeidsinspectie het P-blad nr. 41 uit met als titel ‘Zit-tend en staand werk, ergonomische aspecten’. Met een nadrukkelijke verwijzing naar NEN 1812 als ad-vies voor een goede werkstoel in kantoorsituaties. Pas in 1993 kwam de verplichting om alleen kantoorstoelen te gebruiken die voldoen aan NEN 1812 type HAV of type HRAV.

 

Stoelenfabrikanten probeerden al in de jaren zeventig tot een Europese norm voor kantoormeubelen (EN 90/92) te komen. Ze deden dat zonder gebruik

 

te maken van ergonomen of ergonomische kennis. Ook in latere jaren bleek het via CEN/TC 122 ‘Ergo-nomics’ niet mogelijk om in de taakstelling van deze commissie de aandacht voor ergonomische aspecten van kantoorstoelen te laten opnemen: de macht van de Europese kantoormeubelfabrikanten was te groot. De uitkomst van dit normalisatieproces heeft dan ook niets te maken met ergonomie: EN 1335-1 is een forse stap terug in de tijd en beschrijft, enigszins gechargeerd gezegd, een klassieke Duitse bureaufauteuil van voor de beeldschermtijd.

 

CEN en de nationale Europese normalisatieinstellingen hebben de afspraak dat er geen nationale (afwijkende) normen mogen worden uitgebracht tijdens het werken aan een Europese Norm: standstill agreement. NEN probeerde in 2000 een nieuwe versie van zijn norm uit te brengen en werd meteen door CEN op de vingers getikt. Met als resultaat het intrekken van NEN 1812. NEN dacht de inhoud van NEN 1812 wel te kunnen overhevelen naar de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR) 1813, zodat de eisen voor een ergonomische stoel toch in een normaliserend document konden worden vastgelegd. Dit laatste is gebeurd, maar het ministerie van SZW heeft besloten dat een beleidsregel niet mag verwijzen naar een NPR, wel naar een norm. Zodoende zijn per 1 januari 2003 in de beleidsregels 5.4 Arbobesluit en 5.1 Arboregeling de verwijzingen naar NEN 1812 type HAV of HRAV vervangen door NEN-EN 1335-1 type A. Arbowettelijk gezien moet een kantoorstoel op dit moment alleen voldoen aan deze norm. Het is te verwachten dat door het schrappen van arboregels ook de verwijzing naar de NEN-En 1335-1 binnenkort zal vervallen. Werkgevers en werknemers kunnen dan zelf samen een keuze maken voor een goede kantoorstoel, gebaseerd op de wensen en toepas-sing van de stoel.

 

TABEL 1. OVERZICHT NEN 1812, EN 1335-1, NPR 1813 EN AI-2

 

Afmetingen

 

Minimumeisen

 

Minimumeisen

 

Minimumeisen

 

Minimumeisen

 

NEN 1812 type

 

EN 1335-1 type A

 

NPR 1813

 

AI-2

 

HAV

 

Zittinghoogte

 

min. verstelling

 

min. verstelling

 

min. verstelling

 

min. verstelling

 

120

 

120

 

140

 

140

 

min. 400-510

 

min. 400-510

 

min. 410-550

 

min. 400-540

 

Zitdiepte

 

min. 400-440

 

min. 400-420

 

min. 380 – 480

 

min. 400-480

 

min. 380

 

min. adj. 50

 

max. 470

 

Zittingdiepte

 

min. 440

 

min. 380

 

min. 440

 

min. 380

 

Zittingbreedte

 

min. 400

 

min. 400

 

min. 400

 

min. 400

 

Hoogte steun-

 

min. 170-210

 

min.170-220

 

min.170-230

 

min.170-250

 

punt rugleuning

 

boven zitting

 

Hoogte

 

min. 370

 

min. 220

 

min. 370

 

min. 370

 

rugleuning

 

Hoogte rand

 

min. 370

 

min. 360

 

min. 430

 

min. 360

 

rugleuning

 

boven zitting

 

Breedte

 

min. 360

 

min. 360

 

min. 360

 

min. 360

 

rugleuning

 

Lengte

 

min. 150

 

min. 200

 

min. 200

 

min.200

 

armsteunen

 

Breedte

 

min. 50

 

min. 40

 

min. 50

 

min.40

 

armsteunen

 

Hoogte armsteu-

 

min. 200-270

 

min. 200 – 250

 

min. 200 – 300

 

min. 200-330

 

nen boven zitting

 

Plaatsing arm-

 

min. 200

 

min. 100

 

min. 200-240

 

min.200

 

steunen t.o.v.

 

voorzijde zitting

 

Ruimte tussen

 

vast: min. 460

 

vast: min. 460

 

verstelbaar:

 

verstelbaar:

 

armsteunen

 

verstelbaar: min.

 

max. 510

 

min. 360-510

 

min.380-520

 

460-510

 

Max. lengte

 

Max. 365

 

max. 365

 

max. 365

 

max. 365

 

tenen + wielen

 

Kantelveilig-

 

min. 195

 

min. 195

 

min. 195

 

min. 195

 

heidsmaat

 

 

NEN 1812 (1990) en NEN EN 1335-1 type 1 hebben enkele opvallende verschillen.

 

– NEN 1812 type HAV gaf een voorschrift voor een bolling in het onderste deel van de rugleuning (de lendensteun). Dit voorschrift is vervallen in NEN-EN 1335-1.

 

– NEN 1812 type HAV ging uit van een hoge rugsteun. NEN-EN 1335 laat ook een lage rugsteun toe.

 

– Om RSI te voorkomen is armondersteuning de laatste jaren erg belangrijk geworden. NEN-EN 1335-1 laat het toe dat er armsteunen worden gebruikt die niet in hoogte kunnen worden versteld. Wordt er voor de variant met in hoogte verstelbare armsteunen gekozen, dan is het minimale versteltraject erg kort en mogen de armstenen te dicht bij de kantoorwerktafel worden geplaatst. Ook is de verstelmogelijkheid van de ruimte tussen de armsteunen niet vereist; ze is zelfs geen optie in NEN-EN 1335-1.

 

– De afstand van de voorzijde van de armsteunen tot de kantoortafel is in NEN-EN 1335-1 veel kleiner dan vereist in NEN 1812. Met als gevolg dat medewerkers niet voldoende aan het bureau kunnen aanschuiven waardoor zij met gekromde rug gaan zitten.

 

Geconcludeerd kan worden dat NEN-EN 1335-1 op ergonomiegebied veel minder eisen aan de kantoorstoel stelt dan NEN 1812 en daarom dan ook geen vervanger kan zijn van NEN 1812.

 

Vhp ergonomie heeft met een aantal grote klanten een beoordelingssysteem ontwikkeld (zie tabel 2). Uitgangspunt is dat het instelbereik minimaal moet voldoen aan NEN-EN 1335-1, type A. Als de instelmogelijkheid groter is dan aangegeven in de norm, verwerft de stoel bonuspunten. Voldoet de stoel aan de eisen zoals gesteld in NPR 1813 en AI-2, dan krijgt de stoel het maximumaantal punten.

 

Niet alle beoordelingscriteria van NEN-EN 1335-1, NPR1813 en AI-2 zijn meegenomen in de methode. Alleen de parameters die vanuit ergonomie-oog-punt onderscheidend zijn, worden beoordeeld. Met name versteltrajecten en uitvoering van de armsteunen worden in het systeem meegewogen.

 

De zithoogte moet kunnen worden aangepast aan de onderbeenlengte en het schoeisel. Bij de stan-daardgasveer van 12 cm kan de stoel vaak niet hoog genoeg.

 

De zitdiepteverstelling is noodzakelijk om de onderbenen voldoende steun te geven. Bij te veel zitdiepte kunnen mensen de rugleuning niet goed bereiken en te weinig zitdiepte wordt als erg oncomfortabel beschouwd. De instelbereiken voor zowel zitdiepte als zithoogte moeten voor de Nederlandse beroepspopulatie ruimer zijn dan in de NEN-EN 1335-1 staat aangegeven.

 

Door het vele beeldschermwerk en het werken met de muis zijn armsteunen steeds belangrijker geworden bij het voorkomen van RSI. De elleboog en het eerste deel van de onderarm moeten goed kunnen rusten tijdens het muisgebruik. Belangrijke aandachtspunten zijn de volgende.

 

De armsteunen moeten breed en zacht zijn uitgevoerd. De 4 cm uit de NEN-EN 1335-1 is erg krap.

 

Breedteverstelling is noodzakelijk omdat de ellebogen direct naast het lichaam ondersteund moeten worden. Bij veel stoelen kunnen de armsteunen niet ver genoeg naar binnen waardoor tengere mensen geen steun krijgen.

 

De armleggers mogen niet te ver naar voren uitsteken. Als dit toch het geval is, kunnen slanke mensen niet goed aanschuiven aan de werktafel. Ze moeten dit dan compenseren door voorover te buigen of de armen te strekken. Beide houdingen kunnen tot klachten leiden.

 

De hoogteverstelling van de armsteunen dient ruimer te zijn dan in de norm aangegeven. De meeste armsteunen kunnen vaak niet hoog genoeg om de ellebogen te ondersteunen. Een ruim versteltraject is daarom nodig.

 

Het bolle deel van de rugleuning (de lendensteun) moet goed passen bij de vorm van de rug van de medewerker. Voor de lange Nederlandse populatie is een grotere hoogteverstelbaarheid van de lendensteun dan ook essentieel. De breedte van de rugleuning mag daarnaast niet te breed zijn om de bewegingsvrijheid van de ellebogen niet te belemmeren.

 

Een goed ontworpen bewegingsmechanisme wordt vaker gebruikt. Het moet altijd vast te zetten zijn en kunnen worden ingesteld op het gewicht van de gebruiker. Uit studies blijkt dat afschuifkrachten het minst zijn bij een vast kantelmechanisme met een vaste constante hoek tussen rugleuning en zitting. Het bewegingsmechanisme bevordert de doorbloeding in de benen, door de werking van de spierpomp in de kuiten.

 

Stoelen die een ‘voldoende’ scoren, hebben minimaal 29 punten. Deze drempelwaarde komt als het ware overeen met het rapportcijfer 6. Op de web-site van vhp: www.vhp-ergonomie.nl vindt u een stappenplan waarmee u zelf de beoordeling van een stoel gemakkelijk kunt uitvoeren. Hier vindt u ook uitkomsten van reeds beoordeelde stoelen. Zie ook tabel 3.

 

TABEL 2. BEOORDELINGSSYSTEEM KANTOORSTOELEN

 

 

TABEL 3.

 

 

 

Om te komen tot een keuze voor de aanschaf van een nieuwe kantoorstoel, kan bovenstaand puntensysteem worden gehanteerd. * Zie voor de figuren www.vhp-ergomomie.nl onder ‘kort nieuws’.

 

Reageer op dit artikel