artikel

Een wenselijke illusie?

Wetgeving

Volgens hoogleraar Geers is Nederland juridisch verplicht de Europese regels na te leven. Ad Geers: ‘Negentig procent van onze regelingen is gebaseerd op de Europese Kaderrichtlijn en onderliggende richtlijnen over tilbelasting, beeldschermwerk, geluid et cetera. Als Europese lidstaat zijn wij verplicht de normen uit die richtlijnen te implementeren. Daar kun je niet onderuit.’

 

Poort: ‘We hebben bij de arbodienstverlening gezien wat er gebeurt als je de richtlijnen niet volgt. Dan slepen ze Nederland voor het Europese Hof en moet je uiteindelijk gewoon de wet naleven.’

 

Geers: ‘Dus juridisch kan het niet, tenzij de staatssecretaris de Raad van Ministers zover weet te krijgen dat Nederland zijn zin krijgt. Dat is absoluut illusionair.’ Linschoten denkt daar heel anders over. Volgens hem ligt wetgeving nooit voor ‘de komende drie eeuwen’ vast. Ook Europese regels niet. Linschoten: ‘Illusionair? Dan weet je niet waarover je praat. Een Europese regel staat niet voor altijd vast. Sterker nog, ik heb Rutte destijds geadviseerd om naar de Europese en de ILO-regelgeving (International Labour Organisation) te kijken, omdat veel daarvan erg ouderwets en gedateerd is. Het zou mij niets verbazen als de helft daarvan kan verdwijnen.

 

Je zult wel initiatieven moeten nemen om gedateerde EU- of ILO-regels op te doeken. En omdat veel uit het buitenland komt, is dat onmogelijk als je niet ook vanuit een internationale scope met een fors plan van aanpak komt. Maar dat is absoluut geen illusie. Zeker niet onder Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Het kost wat meer tijd, maar is absoluut niet onmogelijk. Er worden toch voortdurend Europese regels aangepast.’

 

Geers vindt dat Nederland helemaal geen regels moet willen schrappen. ‘Stel’, zegt hij, ‘dat het – in theorie – juridisch kan, dan nog is het maatschappelijk onverantwoord om de gezondheid van werknemers over te laten aan het vrije spel tussen werkgevers en werknemers.

 

Dat gaat ten koste van de gezondheid van de werknemer. De eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers heeft de laatste jaren niet echt gewerkt.’

 

Linschoten fel: ‘De veronderstelling dat werkgevers dingen verkeerd gaan doen, zijn opvattingen uit de jaren zestig. Dat slaat echt nergens op. De werkgever heeft tegenwoordig een gigabelang bij het voorkomen van arbeidsongeschiktheid. Het kost klauwen met geld als hij het verkeerd doet. Ondernemers organiseren veiligheid op de werkplek niet omdat er een arboregel is, maar omdat zij de rekening gepresenteerd krijgen als het fout gaat.’

 

Volgens Geers ligt de nadruk juist te veel op de financiele prikkels. ‘Er wordt te weinig aandacht besteed aan de preventieve kant. Je moet zorgen dat mensen veilig en gezond kunnen werken en niet arbeidsongeschikt worden. Op het moment dat je regels terugdringt, werk je ziekteverzuim in de hand. Die regels zijn niet zomaar een bedenksel, die dienen ergens voor.’ De Maastrichtse hoogleraar krijgt steun van zijn Amsterdam-se collega Tjabe Smid, hoogleraar Arbeidsomstandigheden aan de Vrije Universiteit en adviseur van KLM Arbo Services. ‘Ik mis in de discussie dat regels er zijn voor de gezondheid van mensen. Dat hoor ik nauwelijks. Dat verbaast mij’, zegt Smid. Hij verdeelt de werkgevers in twee groepen. Smid: ‘Bij de grote meerderheid van de werkgevers gaat het waarschijnlijk goed. Maar de regels zijn juist bedoeld om werkgevers die niet willen of kunnen, in het gareel te houden. Op het moment dat je regels schrapt, vergeet je de kleine groep werkgevers die het niet zo nauw neemt. Of die niet zo’n vooruitziende blik heeft dat het straks geld kost. Maar dan is het kwaad al gebeurd.’

 

Als werkgevers en werknemers er samen uit komen, zou het allemaal niet zo nodig zijn, zegt Geers. ‘Maar de praktijk heeft aangetoond dat werknemers echt een steun in de rug nodig hebben in de vorm van wettelijke regels, gehandhaafd door een stevige arbeidsinspectie.’ Linschoten: ‘Wat is aangetoond is dat de afgelopen tien jaar de arbeidsongeschiktheid in Neder-land als percentage van de beroepsbevolking fiks is afgenomen. Meer dan in andere Europese landen. Een groot deel van de huidige arboregels was nodig omdat investeren in preventie en veiligheid geld kostte. We zijn nu in een situatie terechtgekomen dat het alleen maar geld oplevert. De regels zijn bedacht in een tijd waarin zaken anders lagen.’ Veiligheidskundige Poort verklaart de weerstand tegen de regels vanuit ‘de mythe’ over de Arbowet. Poort: ‘De regels zijn helemaal niet zo slecht. De Arbowet schrijft niet voor hoe je een lamp moet indraaien, zoals pas een vrouw op tv riep. Dat is een mythe. De Arbowet telt maar een paar honderd artikelen. Het Burgerlijk Wetboek bestaat uit acht boeken met tezamen toch meer dan tweeduizend artikelen. Daarover hoor je niemand.’

 

Ook Tjabe Smid vindt dat er te veel op de Arbowet wordt afgeschoven. Smid: ‘De Arbowet is helemaal niet zo ingewikkeld. De detaillering zit vooral in de uitvoering. Veel komt uit CAO-afspraken en convenanten waar de werkgevers zelf bij waren. In andere gevallen, zoals bij kantoormeubilair, geldt een gedetailleerde normalisatienorm voor fabrikanten. Dat is logisch. En staat bovendien niet in de Arbowet.’

 

Poort wijst erop dat het schrappen van regels ook de handhaving moeilijker maakt. Poort: ‘De arbeidsinspectie kon na de vorige vereenvoudiging van de Arbowet moeilijk uit de voeten met de vage regels. Om de wet te kunnen handhaven zijn bijna honderd interne beleidsregels opgesteld. En onlangs nog is een opgelegde boete van de arbeidsinspectie door de rechter teruggefloten, omdat de werkgever geen duidelijke regel had over-treden. Je kunt pas veroordeeld worden, als je een regel overtreden hebt.’

 

Inmiddels schetste het ministerie ‘de denkrichting’ voor de toekomst. De vernieuwde wetgeving zou een onderscheid moeten maken tussen lage en hoge arbeidsrisico’s. Voor lage arbeidsrisico’s wil het ministerie het liefst zo weinig mogelijk regels. Hoge arbeidsrisico’s zouden zoveel mogelijk op brancheniveau aangepakt moeten worden. Er wordt kritisch gereageerd op het onderscheid. Veiligheidskundige Poort: ‘Wat is hoog en wat is laag? Veel kleine risico’s maken ook een hoog risico. Een bureaustoel op verkeerde hoogte levert niet meteen problemen op. Maar acht uur per dag onafgebroken op die verkeerde bureaustoel, het beeldscherm fout ingesteld en onder druk werken, levert wel een hoog risico voor RSI. Het gaat juist om de complexiteit van het geheel.’

 

Geers: ‘Het verschil tussen lage en hoge risico’s is echt onzin. Dat onderscheid kun je niet maken. Het is zuiver kunstmatig. Het creeert alleen maar onduidelijkheid.’ Smid: ‘Ik ben bang dat het concept van hoge risico’s straks te veel wordt ingevuld vanuit mogelijke gevolgen. Risico heeft te maken met de ernst van wat kan gebeuren, maar ook met de kans dat iets kan gebeuren. Overspannenheid is misschien niet heel ernstig, maar de kans dat iemand overspannen wordt is wel groot. Daar staan ernstige ongevallen die minder vaak voorkomen tegenover. Mijn zorg is dat er vooral wordt gekeken naar de gevolgen en niet naar de kans. Terwijl de grootste arbeidsrisico’s in Nederland, zeker in omvang, psychische klachten en RSI zijn.’ Linschoten: ‘Ik wil eerst de voorstellen zien. Ik weet niet welke definities het ministerie gaat gebruiken. Ik wil eerst de uitwerking op papier zien, voordat ik daar-over kan en wil oordelen. Hoog en laag risico. Ik vind het allemaal een beetje een gedateerd debat’, verzucht Linschoten.

 

De nadruk moet volgens Linschoten de komende tijd vooral liggen op de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever en werknemer binnen de onderneming. Linschoten: ‘Mensen die nog steeds denken dat de samenleving onvoldoende geemancipeerd is en de overheid heel paternalistisch regels moet voorschrijven, vind ik niet meer van deze tijd. Ik voel veel meer voor financiele prikkels die ervoor zorgen dat mensen er een be-lang bij hebben om het goed te doen, dan dat de overheid voorschrijft hoe het beleid eruit moet zien. Ik ben meer geinteresseerd in resultaten dan in regels.’

 

Ad Geers vindt dat de discussie vooral gebaat is bij meer aandacht voor preventiemaatregelen. Dat betekent onder meer adequate arbodienstverlening die voldoende gefaciliteerd is, aldus Geers. ‘Daar wordt nu in elk geval kritisch over nagedacht.’ En de regelgeving moet overeind blijven, want daar hebben ook werkgevers uiteindelijk baat bij, meent hij. Geers: ‘Heldere regels zorgen voor voorspelbaarheid. Veel werkgevers hebben juist behoefte aan die zekerheid. Bovendien stimuleren de regels vernieuwing. De regels dwingen werkgevers erover na te denken hoe zij eraan kunnen voldoen. En je moet niet sjoemelen met het recht van mensen op een gezond lichaam. Niet op een partijbijeenkomst roepen dat vijftig procent van de regels wel weg kan. Gejoel, gejuich. Flauwekul.’

 

Veiligheidskundige Poort merkt op dat de discussie vooral gevoerd wordt op basis van ‘geruchten’. Er wordt veel geroepen, maar de argumentatie wordt nauwelijks fatsoenlijk onderbouwd, aldus Poort. Ook hij is bang dat in de toekomst sjoemelen met arbeidsomstandigheden mogelijk wordt. Poort: ‘Het gevaar bestaat dat arbomaatregelen straks in CAO’s uitonderhandeld worden tegen pensioenvoorstellen. Dat zou ik kwalijk vinden. Over arbeidsomstandigheden moet en kan niet onderhandeld worden.’

 

Reageer op dit artikel