artikel

Explosie bij onderhoudswerk

Wetgeving

De officier van justitie stelt dat de voorschriften gesteld op grond van art. 32 Arbowet ’98 overtreden zijn en eist een boete van 150.000 euro voor de NAM en 100.000 euro voor GTI. Alleen de bedrijven worden vervolgd omdat het onmogelijk bleek om een of meer personen aan te wijzen die direct verantwoordelijk zouden zijn voor de tekortkomingen. Bij het werk zijn met name organisatorische en procesmatige fouten gemaakt. Zo kon de explosie ontstaan. Die fouten kunnen de rechtspersoon worden toegerekend. De NAM heeft daarvoor ook de volledige verantwoordelijkheid genomen. De feitelijke uitvoering van het werk was uitbesteed aan GTI. Uit de contractuele verhouding blijkt een nauwe en bewuste samenwerking. Daarom is er sprake van medeplegen.

 

De rechtbank stelt vast dat taken onvoldoende zijn uitgevoerd en verantwoordelijkheden niet zijn genomen.

 

Het werk was niet zodanig georganiseerd dat er geen gevaar was voor de veiligheid van de werknemers omdat is nagelaten na te gaan of de tank leeg was of gereinigd had moeten worden. De werknemers waren onvoldoende voorgelicht over de inhoud van de tank en de mogelijke risico’s van het lassen. Ook was er tussen de partijen onvoldoende samenwerking en communicatie. Personen die daarvoor niet de vereiste diploma’s en ervaring hadden, waren verantwoordelijk voor belangrijke taken zoals het vereiste toezicht op de naleving van de voorschriften. Ook waren de tanks niet voorzien van de vereiste gevaarsymbolen. Dit alles heeft geleid tot de explosie met fatale gevolgen. De rechtbank merkt op dat geen enkele straf recht kan doen aan de enorme gevolgen die het ongeval heeft gehad voor slachtoffers en nabestaanden. De rechtbank acht de NAM en GTI beide in gelijke mate verantwoordelijk. Omdat het feit is gepleegd door een rechtspersoon, kan alleen een geldboete worden opgelegd. De tekst van art. 32 lid 1 Arbowet ’98 gaat uit van een meervoudige delictsomschrijving.

 

Het artikel spreekt namelijk over ‘levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers’. Daarom kan de op te leggen geldboete, anders dan de officier van justitie heeft geeist, niet worden vermenigvuldigd met het aantal slachtoffers. Maar de rechtbank legt gezien de ernst van het feit wel een boete op in de hoger gelegen (5e) categorie. Beide bedrijven krijgen een boete van 45.000 euro.

 

Voor de leesbaarheid van de uitspraak zijn alle verwijzingen naar de relevante wetsartikelen niet in de tekst vermeld. De rechtbank heeft de uitspraak echter gebaseerd op overtreding van de volgende wetsartikelen: art. 23, 24, 33, 33a, 47 en 51 Wetboek van Strafrecht; art. 1, 2 en 56 Wet op de economische delicten; art. 3, 8, 18 en 31 van de Arbowet ’98; art. 3:34 van het Arbobesluit en art. 8.12 van de Arboregeling.

 

(Rechtbank Groningen, 25 oktober 2007, LJN BB6506 & BB6505)

 

Reageer op dit artikel