artikel

Het begon met een tentoonstelling

Wetgeving

In de historie van veiligheid en arbeidsomstandigheden vormt het einde van de negentiende eeuw een belangrijke periode. Vanwege de tentoonstelling en omdat de Arbeidsinspectie wordt opgericht. Een historische stap, ook al is het aantal inspecteurs, drie voor heel Nederland, dan nog bescheiden. De oprichting van de inspectie hangt nauw samen met de eerste sociale wetgeving die in die periode van kracht wordt. Die wetgeving moet een einde maken aan onmenselijk lange werktijden en grootschalige kinderarbeid. De overheid voert die wetgeving schoorvoetend in en veel burgers zijn van mening dat de overheid zich helemaal niet moet bemoeien met de omstandigheden waaronder wordt gewerkt.

 

De tentoonstelling vormt de opmaat tot het ‘Museum van voorwerpen tot voorkoming van ongelukken en ziekten in fabrieken en werkplaatsen’, dat op 1 januari 1893 haar deuren opent voor het publiek. In de eerste helft van de twintigste eeuw drukt het museum een stempel op alles wat in Nederland op het gebied van veiligheid gebeurt. Er komt een maandblad, De Veiligheid, er verschijnen veiligheidsaffiches en er zijn radiopraatjes voor de VARA-radio. Het accent ligt bij dat alles op arbeidsveiligheid, indertijd een breed begrip vergelijkbaar met het begrip arbeidsomstandigheden van vandaag-de-dag.

 

Tijdens de jaren twintig en dertig worden de eerste veiligheidsinspecteurs aangesteld in grote bedrijven. In de praktijk functioneren deze pioniers meestal als eenlingen binnen hun bedrijf en moeten zij het doen met hun eigen werkervaring. De enige manier om kennis op te doen over veiligheid is het Veiligheidsmuseum in Amsterdam bezoeken of ervaringen uitwisselen met collega’s van andere bedrijven of met de Arbeidsinspectie. In 1947, zestig jaar geleden, verenigen de veiligheidsinspecteurs zich in een Werkgroep van Veiligheidsinspecteurs, de voorloper van de huidige NVVK.

 

Als het Veiligheidsmuseum aan het begin van de jaren vijftig begint met de eerste scholing van veilig heidsfunctionarissen, wordt een nieuwe periode ingeluid. Het museum doopt zich om in Veiligheidsinstituut en profileert zich steeds meer als een nationaal kennisinstituut. Door opleiding en voorlichting groeit de groep mensen met kennis van zaken die zich in Nederland bezighoudt met veiligheid. Bovendien ontwikkelt die groep zich van veiligheidsinspecteurs tot een tweede generatie van veiligheidsfunctionarissen: de veiligheidstechnici. De aandacht verschuift van veiligheid ‘achteraf ’ naar veiligheid ‘vooraf ’: preventie. En preventie vraagt in deze tijd om technische maatregelen. Ook in de veiligheidswetgeving verschijnen steeds meer technische voorschriften. Aan het begin van de jaren zestig doopt de beroepsvereniging van veiligheidsinspecteurs zich om in de NVVT: de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidstechnici.

 

De grote maatschappelijke ontwikkelingen aan het einde van de jaren zestig vormen het begin van een nieuw tijdperk, ook voor de veiligheid. Het zijn de jaren waarin de eerste veiligheidskundige opleidingen, de MVK- en HVK-cursussen, worden gegeven bij het Veiligheidsinstituut. Tegen de achtergrond van een samenleving die steeds meer het karakter krijgt van een verzorgingsstaat, is veiligheid nu niet langer meer een zuiver technische aangelegenheid. Ook organisatorische aspecten en menselijk gedrag krijgen in toenemende mate aandacht. Daarmee worden de eerste stappen gezet naar erkenning en professionalisering van veiligheidsdeskundigen. Er ontstaat een nieuwe generatie van veiligheidsfunctionarissen: de veiligheidskundigen.

 

De jaren tachtig vormen het begin van het arbotijdperk. Het begint allemaal met het van kracht worden van de eerste artikelen van de Arbowet in 1983. In de Arbowet is de arbeider werknemer geworden; hij is niet langer een te beschermen object maar iemand die medeverantwoordelijk is voor zijn arbeidsomstandigheden. Het is bovendien de periode waarin het woord ‘veiligheid’ tijdelijk minder populair is. Het maandblad De Veiligheid maakt plaats voor het Maandblad voor Arbeidsomstandigheden en het Veiligheidsinstituut gaat op in het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA). De veiligheidskundige wordt opgenomen in de tekst van de wet en er later weer uit verwij derd. Want de overheid neemt afstand en overheidsbemoeienis beperkt zich steeds meer tot grote lijnen. Er komen arbodiensten en het verschijnsel certificering neemt een hoge vlucht. De veiligheidskundige is arbo-adviseur geworden.

 

Geheel in de geest van de zakelijke jaren tachtig en ‘het poldermodel’ verschuift de overheidsrol bij het beheersen van risico’s. Van het top-down opleggen en handhaven van regels naar het stimuleren van zelfregulering; van risk government naar risk governance. Verschillende partijen in de samenleving worden daarbij door de overheid aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Zo moeten werkgevers de risico’s van het werk beperken en zorgen voor veilige arbeidsomstandigheden. Industriele bedrijven dienen de risico’s voor omwonenden in te dammen en producenten de risico’s van hun producten voor de consument. En ook de burger wordt in toenemende mate aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid bij het beheersen van risico’s.

 

In de jaren negentig vindt een verwetenschappelijking van veiligheid plaats en professionaliseert de veiligheidskundige. Het is een tijdperk waarin de maatschappij met vallen en opstaan leert omgaan met risico’s. Veiligheid raakt geleidelijk weer ‘in’. Het is het tijdperk van de risicomaatschappij. Bij het begin van de 21ste eeuw dreunt de vuurwerkramp in Enschede na in veiligheidsland. Uit onderzoek naar de vuurwerkexplosie blijkt dat er sprake is geweest van ondeskundigheid, tekortschietende handhaving en wijdverbreid bestuurlijk onvermogen. Er is veel kritiek op de verkokering en kwaliteit van de overheid en op de rol van de overheidsinspecties. Een cafebrand in Volendam, die minder dan een jaar na de ramp plaatsvindt, versterkt de discussies over de rol van de overheid. Gevaarlijke stoffen en externe veiligheid komen hoog op de agenda te staan. Maar ook de aandacht voor sociale veiligheid groeit sterk.

 

Tegen de achtergrond van een onzekere wereld verbreedt veiligheid. Na de aanslagen op het World Trade Centre in New York is terrorisme in de ogen van velen al snel een van de belangrijkste bedreigingen van de nationale en internationale veiligheid. Het is een stap voorbij de onzekerheid van de risicomaatschappij van tien jaar eerder. Daarin zat de onzekerheid in ‘risico’s’. Maar aan het begin van de nieuwe eeuw zit het ongewisse in ‘maatschappij’. In de publieke perceptie is de samenleving niet langer het veilige domein en de stabiele achtergrond waartegen zich risico’s afspelen. De maatschappij zelf is onderwerp van onzekerheid geworden.

 

De veiligheidsdeskundige wordt zestig jaar en het begin van de arbeidsveiligheid ligt ruim een eeuw achter ons. Een historie die niet kort is samen te vatten in een kroniek of canon. Die somt immers slechts de gebeurtenissen op met een bedrieglijke vanzelfsprekendheid. De historie van de arbeidsveiligheid is slechts te begrijpen als zij in een context of tegen een achtergrond wordt geplaatst. Zo is het denken over veiligheid sterk veranderd in de afgelopen eeuw. De Kinderwet heeft uiteindelijk geleid tot een Arbowet. En de deterministische opvattingen over absolute veiligheid hebben plaatsgemaakt voor probabilistische benaderingen waarin risico’s centraal staan. Het zijn ontwikkelingen die alleen te duiden zijn tegen de achtergrond van de ontwikkeling van Nederland; van koloniale en confessionele samenleving tot multi-etnische informatiemaatschappij.

 

Binnen enkele jaren zal zich een nieuwe generatie veiligheidskundigen aandienen. Deze zal bestaan uit risicoprofessionals – kennisintensieve dienstverleners die zich hebben ontworsteld aan de klassieke arbodisciplines zoals veiligheidskunde en arbeidshygiene. De nieuwe veiligheidskundige is niet alleen adviseur maar soms ook regisseur en heeft daarbij oog voor de relatie van veiligheid met de primaire processen. Bovendien heeft hij steeds meer belangstelling voor thema’s buiten de arbeidsveiligheid zoals externe veiligheid, consumentenveiligheid, verkeersveiligheid en patientveiligheid. Niet voor niets benoemde de NVVK deze thema’s onlangs als werkgebieden voor de moderne veiligheidskundige.

 

Werk aan de winkel dus voor de jubilerende beroepsvereniging. Er wachten de veiligheidskundige nog veel uitdagingen. Zestig jaar is tegenwoordig nog niet oud en geen enkele reden om het rustig aan te doen.

 

MEER INFO

 

Kroniek van de Nederlandse Veiligheid verschijnt bij Syntax Media (Arnhem 2007). Het eerste exemplaar wordt uitgereikt op het jubileumcongres van de NVVK op 25 en 26 april 2007 in Arnhem (Papendal).

 

 

Reageer op dit artikel