artikel

RECENTE JURISPRUDENTIE

Wetgeving

Een werkgever mag een agressieve werknemer ontslaan zonder ontslagvergoeding, als de werknemer het ontslag met zijn gedrag over zichzelf heeft afgeroepen.

 

Een 42-jarige werknemer werkt al vijftien jaar als loodsmedewerker bij een klein bedrijf. In mei 2007 maakt een collega een opmerking over het toezicht op een lopende band. De werknemer pikt dat niet en komt met een schep op de collega af. Die raakt gewond, maar slaagt er wel in de schep af te nemen. De collega doet bij de politie aangifte van mishandeling.

 

De werknemer wordt enkele dagen later schriftelijk op staande voet ontslagen. De werkgever acht de weigering om een aanwijzing op te volgen al ernstig, maar vindt de daarop volgende agressie absoluut onaanvaardbaar. Ook rekent hij de werknemer aan dat hij ondanks getuigenverklaringen de gang van zaken nog steeds ontkent. De werknemer tekent bezwaar aan tegen het ontslag op staande voet.

 

Hangende deze procedure verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor het geval het ontslag op staande voet geen stand houdt. Het gaat om een klein bedrijf en in zo’n samenwerkingsverband kan agressie niet worden getolereerd. De werknemer wil, als het verzoek wordt toegekend, een ontslagvergoeding met een correctiefactor 2. Hij meent dat de werkgever niet objectief is en verwijst tevens naar het langdurige dienstverband. De kantonrechter heeft begrip voor het standpunt van de werkgever dat de relatie tussen de werknemer en diens collega onwerkbaar is. Ook de man zelf heeft aangegeven dat hij een terugkeer niet ziet zitten. Dat op zich betekent al een verandering van omstandigheden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst op korte termijn rechtvaardigt. De rechter is van oordeel dat de onwerkbare situatie vooral is terug te voeren op het handgemeen van mei 2007. Daarvoor was de verhouding tussen beide werknemers ook al niet optimaal, maar een dergelijk incident was nooit voorgevallen. Uit de verklaringen leidt de rechter af dat de werknemer zelf de aanstichter was en met een schep heeft geslagen. Hij heeft daarmee de gevolgen, in dit geval het ontslag, over zichzelf afgeroepen. De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding.

 

(Kantonrechter Haarlem, 3 juli 2007, LJN BA8762)

 

Een inlenende werkgever is aansprakelijk voor de schade die een lasser oploopt door een valpartij, omdat hij niet kan aantonen dat de man veiligheidsinstructies heeft gehad.

 

Een werknemer van een buitenlands bedrijf wordt als lasser uitgeleend aan een scheepswerf. Op een schip valt hij van een steile trap, met als gevolg een ernstig knieletsel. Er zijn geen getuigen. De lasser stelt het inlenende bedrijf, de scheepswerf, aansprakelijk voor de gevolgen.

 

De kantonrechter kent de vordering toe, de scheepswerf gaat in beroep. Zij is het niet eens met de lezing van de lasser over de toedracht. Volgens haar zou de man vanaf een luikhoofd zijn gestapt op een een meter hoge kraanrail en daarbij zijn uitgegleden.

 

Het gerechtshof legt de bewijslast bij de scheepswerf. Als die er niet in slaagt om haar lezing aannemelijk te maken, gaat het hof uit van de lezing van de werknemer. Vervolgens is de vraag of de inlenende werkgever heeft voldaan aan zijn zorgverplichting op grond van artikel 7:658 lid 1 BW. De scheepswerf controleerde regelmatig de ingeleende lassers en ook of de toegangsweg tot het werk veilig was. De lassers en ook de projectbaas werden erop aangesproken als zij de verkeerde weg namen. Maar tijdens de zitting bleek dat de medewerker die deze controle doorgaans uitvoerde, op de dag van het ongeval niet aanwezig was. De lasser was die dag voor het eerst op die werkplek aan de slag. Volgens de scheepswerf krijgen ingeleende werknemers bij binnenkomst op het terrein een toegangsbewijs met een samenvatting van de veiligheidsvoorschriften. De werknemer toonde echter een toegangsbewijs zonder die voorschriften. Ook stelt de scheepswerf dat de veiligheidsvoorschriften voor iedereen zichtbaar hingen in het kantoortje van de beveiliging en bij de koffieautomaten. Maar er is niet gesteld of gebleken dat deze voorschriften in een voor de (buitenlandse) werknemer begrijpelijke taal waren opgesteld. Het hof vindt dan ook dat de inlenende scheepswerf niet heeft aangetoond dat de werknemer veiligheidsinstructies heeft gekregen. Daarom houdt het de scheepswerf aansprakelijk voor de schade.

 

(Gerechtshof ’s-Gravenhage, 11 mei 2007, LJN BA6795)

 

Een onderaannemer is zelf aansprakelijk voor de letselschade van een van zijn werknemers, als hij niet kan bewijzen dat de hoofdaannemer aan diens zorgplicht heeft voldaan.

 

Een voorman-metselaar raakt gewond door een omvallende zelfgemetselde muur. Met letsel aan onderbeen en voet wordt hij voor 35 tot 45 procent arbeidsongeschikt verklaard. De Arbeidsinspectie constateert geen overtreding van de Arbowet.

 

De werknemer stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de geleden schade. De kantonrechter wijst de vordering toe op basis van een ongevalsonderzoek door een deskundige. Uit het rapport blijkt dat het ongeval een uitzonderlijke gebeurtenis was en dat er geen regels zijn voor het werken onder slechte weersomstandigheden, zoals op die bewuste dag (vier graden, regen en windstoten). Voor het metselverband was het vrij zelden toegepaste blokverband gebruikt. Dit geeft volgens het rapport minder stabiliteit dan het gebruikelijke verband en behoeft daarom versterking. Maar er was gekozen voor de verkeerde versterkingsmaatregel. Dit zijn echter zaken waarvan het uitvoerend personeel doorgaans niet op de hoogte is.

 

De werkgever gaat in beroep bij het gerechtshof. Volgens het hof is niet in geschil dat de werkgever als onderaannemer het werk uitvoerde in opdracht van de hoofdaannemer. Deze besliste over de materiaalkeuze en bepaalde de bouwplaatsinrichting. De uitvoerder van de hoofdaannemer had de dagelijkse leiding over de werkplek. De werkgever liet daarmee de nakoming van zijn zorgplicht over aan de hoofdaannemer. Omdat die dus zorg droeg voor de veiligheid van de metselaars is de hoofdaannemer te beschouwen als hulppersoon van de werkgever. In zo’n situatie is de werkgever voor het tekortschieten van de hulppersoon net zo aansprakelijk als voor eigen tekortschieten (HR 15 juni 1990, NJ 1990/716, Stormer-Vedox). Dat betekent dat de werkgever had moeten stellen en zo nodig bewijzen dat de hoofdaannemer aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De werkgever heeft echter slechts gesteld dat hij bij de materiaalkeuze en de versterkingsmaatregelen is afgegaan en mocht afgaan op de deskundigheid van de constructeur en de architect en dat hij niet aansprakelijk is voor hun eventuele fouten. Het hof oordeelt dat daarmee onvoldoende is komen vast te staan dat de hoofdaannemer aan zijn zorgplicht heeft voldaan. En daarmee is het metselbedrijf zelf aansprakelijk voor de schade van de werknemer.

 

(Gerechtshof Leeuwarden 18 april 2007, JAR 2007, 143)

 

Een werkgever is aansprakelijk voor de schade die een werkneemster aan haar eigen auto oploopt tijdens de uitvoering van haar werk, ook als dat in de cao anders is geregeld.

 

Een wijkverzorgster van een thuiszorginstelling rijdt in januari 2006 tijdens haar avonddienst in haar eigen auto van haar zevende naar haar achtste patient. Het heeft geijzeld en zij rijdt stapvoets. Bij een verkeersdrempel glijdt ze met het voorwiel tegen een trottoirband. De reparatiekosten bedragen 290 euro. Aangezien de auto alleen WA-verzekerd was, kan zij de reparatiekosten nergens verhalen en spreekt ze haar werkgever aan.

 

Die weigert een vergoeding onder verwijzing naar de cao Thuiszorg. Daarin staat dat een werknemer die van een eigen auto gebruikmaakt een WA-verzekering moet afsluiten die ook de aansprakelijkheid van de werkgever dekt.

 

De rechter oordeelt dat sinds het arrest Bruinsma Tapijt/Schuitmaker (HR 16 oktober 1992, NJ 1993, 264) algemeen is aanvaard dat een werkgever aansprakelijk is voor schade die een werknemer tijdens de uitvoering van zijn werk aan zijn auto oploopt, behalve als er sprake is van eigen opzet of grove nalatigheid. De literatuur geeft aan dat een werkgever in de arbeidsovereenkomst kan bedingen dat hij deze schade niet hoeft te dragen. Het is echter de vraag of dat ook hier het geval is. In de arbeidsovereenkomst is niet nadrukkelijk bedongen dat de betaalde kilometervergoeding ook bedoeld is voor het betalen van een all risk of cascoverzekering. Integendeel: de kilometervergoeding is zo gering dat het maar de vraag is of dit de kosten van daadwerkelijk gereden kilometers dekt. De rechter wijst de vordering van de wijkverzorgster toe.

 

(Kantonrechter Arnhem, 16 oktober 2006, VR 2007, 108)

 

Reageer op dit artikel