artikel

RECENTE PUBLICATIES

Wetgeving

Stel: u hebt vijftig LCD-schermen laten aanrukken en ze allemaal laten voorzien van een ergonomische monitorstandaard. Dan bent u er nog niet. Want weliswaar kunnen uw medewerkers hun beeldscherm nu instellen op de hoogte die voor hen ideaal is, maar wat is ideaal? En nu we toch problemen opwerpen: hoe zit het eigenlijk met de afstand tot de monitor? En wat voor gevolgen heeft dat weer voor het bureau waar de mensen aan werken? In de Arbowet zal een werkgever hierop geen antwoord vinden. Daarin staan alleen algemene voorschriften. Met de Arbobeleidsregels komt hij dichter in de buurt, maar als hij echt gedetailleerde informatie wil, ontkomt hij er niet aan: hij moet zich verdiepen in de arbonormen.

 

Een probleem is dat hij iedere norm apart moet bestellen bij het ministerie van SZW. Dat kost hem al snel zo’n veertig euro voor een norm.

 

Een nog groter probleem is dat een norm niet voldoet. In dit geval zijn er minstens zes relevant. Zij luisteren naar moeilijk over te typen namen als NEN 2449, NEN 2449: 1990 nl, NEN-EN 1335-1: 2000/C1: 2002, NEN-EN-ISO 9241-1: 1997, NEN-EN-ISO 9241-2: 1996, NPR 1813: 2003 nl. Ze geven elk specifieke informatie, bijvoorbeeld over de afmetingen van kantoorstoelen (in het geval van NEN-EN 1335-1: 2000/C1: 2002) of de ergonomische eisen voor kantoorarbeid met beeldschermen (zoals bij NEN-EN-ISO 9241-2: 1997). Het Arbonormenboek vat deze verplichtingen samen. Niet alleen die over beeldschermwerk maar ook over bijvoorbeeld aanhangwagens, blustoestellen, fysieke belasting, motorkettingzagen, organische stoffen, rustruimtes, trillingen, verzuimbeleid en zwangerschap.

 

Zoals deze opsomming al suggereert, zijn de onderwerpen alfabetisch gerangschikt. Elk onderwerp is opgebouwd volgens een vast stramien. Eerst sommen de auteurs een lijst op met de aandachtspunten en de maatregelen die een werkgever kan treffen.

 

Zo leren we bijvoorbeeld dat snoeren moeten zijn weggewerkt in kabelgoten. Vervolgens wordt de wet- en regelgeving opgesomd en dan de verschillende normen. Ten slotte verwijzen de auteurs in veel gevallen naar relevante literatuur.

 

Koenders, H., J.R. Boer en P.J. Diehl (red.), ‘Arbonormenboek 2005’, Kluwer Alphen aan den Rijn 2005, prijs: € 82,55 (excl. BTW). ISBN: 90 13 02188 3.

 

Wie werkt aan grafstenen, loopt nogal wat risico’s. Niet alleen komt er tijdens het bewerken van het natuursteen (kwarts)stof vrij, ook staat een medewerker bloot aan trillingen, lawaai en legionella. Bovendien moet het eindproduct naar de eindbestemming worden gesleept.

 

Nee, dit A-blad gaat niet alleen over medewerkers in de grafsteenbranche: er zijn meer bedrijven die werken met natuursteen. En ook daarmee is de doelgroep te smal geformuleerd. Want de afspraken die werkgevers en werknemers hebben gemaakt, zijn eveneens belangrijk voor opdrachtgevers, beheerders van begraafplaatsen en fabrikanten van hulpmiddelen.

 

De sociale partners gaan verschillende maatregelen nemen om het werken met natuursteen gezonder en veiliger maken. Allereerst organisatorische maatregelen om de lichamelijke belasting omlaag te krijgen en de blootstelling aan kwartsstof te verminderen: afwisselen van de werkzaamheden, het beter inrichten van de begraafplaats, en overschakelen op steensoorten met een laag kwartsgehalte. Daarnaast zijn er technische maatregelen. De werknemer kan bijvoorbeeld gebruik maken van een vorkheftruck of een kleine mobiele grafkraan. Of hij neemt voortaan een gritstraalautomaat om letters te graveren.

 

Arbouw, ‘A-blad Natuursteen’, Amsterdam 2004, tel. 020-580 55 99. Prijs: € 5,70.

 

Wat stress is, daar zijn we het langzamerhand wel over eens. Rijen handboeken beschrijven tot in detail hoe hindernissen op het werk tot klachten kunnen leiden, hoe een werkgever dat kan zien en wat hij ertegen kan doen. Maar toch zijn er nog onontgonnen gebieden. De dynamiek van werkstress in verschillende beroepen, bijvoorbeeld.

 

The European Institute for Construction Labour Research heeft zich wel op dit terrein gewaagd en wist enkele misverstanden te ontkrachten.

 

Nee, het zijn niet alleen de mensen met drukke managerstaken die stressklachten ontwikkelen. Ook als bouwwerknemers zowel lichamelijk als geestelijk worden belast, lopen ze risico’s, vooral als ze veel steeds terugkomende taken moeten verrichten. Neem mensen die werken in de bekisting. Zij zijn vaak laag opgeleid en hebben weinig autonomie. Doordat de standaardisering oprukt en de productiecyclus steeds korter wordt, kunnen ze zich niet meer met hun product identificeren. Als deze medewerkers in de toekomst nog zwaarder worden belast, slaat de balans ver in hun nadeel door: weinig opleiding, weinig controle, weinig motivatie maar wel veel werk. In dat geval staan de problemen voor de deur.

 

Het rapport ‘Stress in the European construction sector: up-tothe-minute?’ is het resultaat van bronnenonderzoek, een paar casestudies en een Europese enquete onder werknemers in de bouw. Steeds lichten de auteurs een land eruit om nader te onderzoeken. Zo krijgt de lezer een beeld van de situatie in Belgie, Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Nederland.

 

In ons land verschilt de hoeveelheid stress in de bouw niet erg van die in andere sectoren. De mentale inspanning is niet groot, maar werknemers vinden het moeilijk hun taken te coordineren, omdat ze veel werk moeten verzetten in weinig tijd. Ook hebben ze meer tijd nodig om uit te rusten omdat de lichamelijke belasting steeds wordt opgevoerd.

 

Cremers, J. , ‘Stress in the European construction sector: up-tothe-minute?’, Reed Business Information, tel. 0314-35 83 58. Prijs: € 18, -. ISBN: 90 5901 531 2.

 

Reageer op dit artikel