artikel

SER-adviesaanvraag evaluatie Arbowet

Wetgeving

Van Hoofs adviesaanvraag begint met een beschrijving van de visie van het kabinet op arbeidsomstandigheden. Deze visie is ingegeven door de maatschappelijke en economische motieven. Slechte arbeidsomstandigheden leiden tot maatschappelijke en economische schade. Arbeidsongeschikte mensen kosten immers niet alleen geld, maar kunnen ook niet meer volwaardig aan de samenleving deelnemen. Daarbij erkent het kabinet dat de verantwoordelijkheid voor arbeidsomstandigheden in de werkorganisaties ligt, en stelt het dat investeren in arbo zijn geld oplevert.

 

Op grond van de evaluatie van de wet concludeert het kabinet dat de centrale doelstellingen van de Arbowet ’98 – verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers, ruimte voor maatwerk – nog steeds geldig zijn, maar dat de werking onvoldoende is. Er wordt te veel teruggevallen op externe ingrepen en regelgeving, terwijl de zelfwerkzaamheid achterblijft.

 

Het kabinet trekt daaruit de conclusie dat de nadruk meer op het beheersen en voorkomen van zware risico’s moet komen te liggen. Bovendien moet de actieve rol van werkgevers en werknemers in ondernemingen worden versterkt. Daartoe wil het kabinet meer ruimte maken voor maatwerk, waarbij de verantwoordelijkheid voor naleving sterker bij werkgevers en werknemers komt te liggen. Als werkgevers en werknemers werk maken van arbo, kan de overheid terughoudender zijn. Verder moet de rol van de Arbeidsinspectie meer worden afgestemd op zelfregulering. De wet moet meer gaan functioneren als een vangnet dan als een maatgevend kader. Tegen misstanden moet daadkrachtig worden opgetreden. In sectoren waar daar sprake van is zal de handhavingsdruk worden opgevoerd, gekoppeld aan een krachtiger sanctionering. Het kabinet wil de boetebedragen flink verhogen en ‘naming and shaming’ invoeren, ofwel werkgevers indien nodig publiekelijk aan de schandpaal nagelen.

 

Verder geeft het kabinet in de adviesaanvraag aan de regeldruk te willen verlagen. Het doet daartoe voorstellen die werkgevers naar schatting zestig tot zeventig miljoen euro per jaar moeten besparen. Het realiseert zich dat deze wens niet eenvoudig realiseerbaar is, omdat het niet alleen om nationale regels gaat, maar ook om regels die hun oorsprong vinden in Brussel. Het kabinet neemt zich voor om met voorstellen naar Brussel te gaan om regels verlicht of opgeheven te krijgen.

 

Ten slotte wil het kabinet de zelfwerkzaamheid in de bedrijven stimuleren, en dan met name rond de RIE en het Plan van Aanpak als startpunt van arbobeleid, de rol van de arbo-coordinator en de medezeggenschap.

 

In zijn adviesaanvraag legt de staatssecretaris de SER namens het kabinet een aantal kwesties voor. Hierna behandelen wij de belangrijkste.

 

Uit de SER-adviesaanvraag blijkt duidelijk dat het kabinet vast van plan is om de arboregelgeving te reduceren en werkgevers en werknemers een grotere verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden te geven. Daartoe wil het niet alleen op korte termijn in de ‘nationale’ regels snijden, maar ook nog initiatieven in Brussel ontplooien. Deregulering zal tot een lastenverlaging voor het bedrijfsleven leiden, waarmee een wezenlijke bijdrage aan de economie wordt geleverd. In kringen van deskundigen valt te beluisteren dat reductie van regels tot een ondergraving van de autoriteit van de deskundige zal leiden. Dat probleem zullen de deskundigen echter zelf moeten oplossen.

 

EVALUATIE ARBOWET ’98

 

De Arbowet is geevalueerd op basis van onderzoek, evaluatierapporten van sociale partners en resultaten van handhaving. De resultaten van deze exercitie laten zich als volgt samenvatten.

 

– Bedrijven met meer dan vijftig medewerkers hebben nagenoeg allemaal de RIE ingevoerd en er een werkend proces mee op gang gebracht. Kleine bedrijven (<10 werknemers) blijven substantieel achter. Dat blijkt ook het geval te zijn met het Plan van Aanpak.

 

– Werkgevers ervaren de adviserende rol van arbodiensten als dwingend voorschrijvend. Met name kleine bedrijven beschikken niet over de kennis en informatie om met de diensten om te gaan. Het kabinet ziet knelpunten op het gebied van branche- en sectorkennis, adviesvaardigheid en klantgerichtheid.

 

– Met het verschijnen van meer beleidsregels, informatiebladen, certificatie en convenanten is de rol van de overheid meer handhavend en normstellend geworden. De relatie tussen de kosten en baten van regels is vaak erg onduidelijk. De MKB-ondernemer wil weten wat hij precies moet doen, terwijl de grotere bedrijven juist regelvrijheid willen bij het voeren van een juist arbobeleid.

 

– Medezeggenschap werkt maar stagneert. Medezeggenschap heeft positieve effecten op arbozorg, maar loopt vast op de ontwikkeling naar professionele arbozorg.

 

– In bedrijven waar een arbocoordinator is aangesteld, wordt het arbobeleid positief gestimuleerd. Het zijn echter meestal de grotere bedrijven waar zo’n functionaris wordt aangetroffen.

 

– Beboete overtredingen leiden in meer dan 90 procent van de gevallen tot opheffing van de overtreding. De scherpere handhaving werkt, maar is wel voor verbetering vatbaar. De snelheid waarmee boetes worden opgelegd kan beter, evenals de pakkans en de consequenties van gepakt worden.

 

 

Reageer op dit artikel