artikel

Trap niet in de testbatterij

Wetgeving

De Leidraad PMO is opgesteld en uitgetest door een team van professionals. Hij plaatst het arbeidsgezondheidskundig onderzoek in het bredere kader van een bedrijfsgezondheidsprogramma. Zo’n programma omvat onderzoek en interventies. Alleen als gezondheidsonderzoek en de uitkomsten daarvan echt als basis voor actie of interventie fungeren, kan het onderzoek preventief zijn. Het belang van preventie wordt extra groot doordat veel mensen langer aan het werk blijven dan vijf of tien jaar geleden het geval was. Effectieve preventie betekent daarom langer gezond doorwerken.

 

Voor bedrijven wordt het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden en dit voor langere tijd aan zich te binden. Goed functionerende medewerkers zijn het goud van een organisatie, en de bereidheid om te investeren in het behoud (of zo men wil: onderhoud) van die medewerkers neemt dan ook snel toe. Het begrip gezondheidsmanagement is in korte tijd populair geworden. Veel organisaties beseffen dat ze daar zelf mee aan de slag moeten. Een aantal sleutelpersonen binnen de organisatie fungeert hierbij als trekkers. Adviseurs worden uitgenodigd om met stappenplannen en instrumenten het gezondheidsbeleid te ondersteunen en mee vorm te geven. Daar ligt een prachtige uitdaging voor de arboprofessional.

 

Wat is nu precies gezondheidsmanagement? Bolk en Vizi (2007) omschrijven het kortweg als het inzetbaar houden van medewerkers. Wij definieren gezondheidsmanagement als het geheel van activiteiten waarmee een organisatie (management en medewerkers) het gezond functioneren van medewerkers in hun werk (en daarbuiten), tijdens hun werkzame leven (en daarna) tracht te optimaliseren en te behouden.

 

Gezondheid is nu eenmaal een ondeelbaar begrip. Wie prive slecht functioneert, loopt veel kans ook in zijn werk onder de maat te blijven. En wie in zijn werk zo wordt blootgesteld of belast dat hij daarvoor buiten het werk of bij pensionering een prijs moet betalen in de vorm van een slechte gezondheid, is ook niet goed bezig. Dergelijk werk is niet aantrekkelijk voor werknemers en valt in de moderne tijd ook niet meer te ‘verkopen’. Gezondheidsmanagement is dus meer dan alleen zorg voor goede arbeidsomstandigheden en begeleiding bij verzuim en reintegratie. Het is preventie van ziekte en behoud van arbeidsvermogen.

 

Hoe verhoudt PMO zich nu tot gezondheidsmanagement? PMO is onderdeel van gezondheidsmanagement, als er wordt gelet op de drie kerndoelen:

 

De preventie van beroepsziekten en arbeidsgebonden aandoeningen bij individuele en groepen werknemers.

 

Dit is eigenlijk het klassieke doel van de bedrijfsgeneeskunde: voorkomen dat mensen ziek worden door hun werk. Om dit te realiseren is een absolute voorwaarde dat de gezondheidsrisico’s in het werk en de werkomstandigheden volledig in kaart zijn gebracht en beoordeeld. Een goede RI&E dus.

 

Het bewaken en bevorderen van de gezondheid van individuele en groepen werknemers in relatie tot het werk.

 

Ook dit is niet echt nieuw, maar werd in het recente verleden van overheidswege naar de achtergrond gedrukt. Gelukkig wordt nu algemeen onderschreven dat brede gezondheidspreventie cruciaal is voor het – juist op de langere termijn – goed blijven functioneren in het werk en daarbuiten. De brede insteek wordt weergegeven door de letters BRAVO: Beweging, niet Roken, Alcohol met mate, goede Voeding en voldoende Ontspanning (Body@Work TNO VUmc 2005). De ‘prive-gezondheid’ (voor zover men daarvan kan spreken, want een mens heeft nu eenmaal maar een gezondheid) is van groot belang voor het functioneren. Hier valt nog veel te winnen. Om dit kerndoel te bereiken is een goed beeld nodig van de fysieke en mentale conditie van individuele medewerkers. Is er sprake van een chronische aandoening? Of een ongezonde leefwijze?

 

Het bewaken en verbeteren van het functioneren en de inzetbaarheid van individuele werknemers.

 

Dit is nieuw. Tot voor kort werden functioneren en inzetbaarheid (‘employability’) niet gezien als doelen van gezondheidsbeleid in een organisatie. Toch blijken juist deze thema’s de redenen te zijn waarom werkgevers investeren in gezondheidsmanagement. Er zijn goede en valide methoden beschikbaar (bijvoorbeeld de ‘workability index’) om een indruk te krijgen van iemands werkvermogen en de prognose van functioneren.

 

In de praktijk zijn arboprofessionals al actief met de Leidraad aan de slag gegaan. Ze gebruiken daarbij de implementatiehulpmiddelen op de website www.nvab-online.nl. Ook klanten zijn positief, vanwege de aandacht voor persoonsgebonden risico’s (lifestyle en dergelijke). Een hobbel is de gehechtheid aan de term PAGO. Mensen houden hieraan vast omdat ze menen dat PAGO in de Arbowet staat en PMO niet. Dat is onjuist. Artikel 18 van de Arbowet spreekt alleen over arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Tijdens de ontwikkeling van de Leidraad hebben we met de overheid afgestemd dat PMO zoals beschreven in de Leidraad, een volwaardig arbeidsgezondheidskundig onderzoek is ‘in de zin der wet’.

 

Gezondheid is een profitmarkt geworden. Commerciele aanbieders grijpen hun kans, want mensen (en werknemers) hebben behoefte aan informatie over hun gezondheidstoestand. Bedrijven en particulieren worden bestookt met aanbiedingen voor health check-ups. Aanbieders zijn onder meer verzekeraars (CZ, OHRA), internisten, ziekenhuizen, commerciele bureaus met een MRI-scan in de aanbieding, maar ook arbodiensten (zoals KLM Health Services met Carepoint). Tegen betaling kan elke particulier zich tegenwoordig laten onderzoeken op een scala van gezondheidsparameters. Daarbij worden regelmatig afwijkingen gevonden waarmee het onderzoekende bureau de ‘patient’ niet verder kan helpen. Uiteindelijk mag de reguliere geneeskunde nagaan wat er nu echt aan de hand is. Daarvoor is opnieuw onderzoek nodig. Die tweede onderzoeken leiden tot beslag op tijd en middelen in de reguliere zorg. Het aantal verwijzingen naar de interne polikliniek van het AMC door vals-positieve bevindingen bij health check-ups is gestegen van 5 in 1998 tot bijna 250 in 2006 (Levi 2007).

 

De health check-ups worden aan organisaties aangeboden onder allerlei fraaie namen, soms zelfs als ‘preventief medisch onderzoek’. Dergelijke eenmalige standaardonderzoeken hebben met het PMO voor werkenden niets te maken. Domweg wordt een aantal testen aangeboden tegen een (te) hoge prijs. Met de interpretatie van de uitkomsten of vervolgacties houdt de aanbieder van de testbatterij zich niet bezig.

 

Een positief aspect kan zijn dat mensen met een health check-up een beeld krijgen van hun eigen conditie. Dit kan motiverend werken om de lifestyle te verbeteren. Maar dit voordeel weegt niet op tegen de gevaren van ongerichte health check-ups:

 

– de check-up is vaak een willekeurige combinatie van tests die als ‘standaard’ wordt aangeboden. De aard van het werk dat iemand doet speelt geen rol;

 

– de kwaliteit en relevantie van de testmethoden is meestal onduidelijk;

 

– de check-ups zijn niet ingebed in een zorgsysteem of bedrijfsgezondheidsprogramma, maar bieden slechts een momentopname;

 

– er is geen sprake van nazorg: de client moet zelf maar zien wat hij met de resultaten doet;

 

– de check-ups kunnen, als geen afwijkingen worden gevonden, schijnzekerheid bieden en een ongezonde leefstijl legitimeren.

 

De Inspectie voor de Gezondheidszorg maakt zich – ook vanwege de ethische aspecten – zorgen over deze ontwikkeling en gaat er paal en perk aan stellen (Van Santen, 2007). De health check-ups zullen worden getoetst aan de Wet op het Bevolkingsonderzoek (WBO).

 

Bij PMO wordt primair gezocht naar vroege gezondheidseffecten van blootstelling in het werk, naar (vroege) signalen van problemen in het werk, en naar risicofactoren voor arbeidsrelevante aandoeningen, waartoe bijvoorbeeld hart- en vaatziekten kunnen behoren. Wat er precies wordt onderzocht, wordt vooraf met werkgever en werknemersvertegenwoordiging afgestemd.

 

PMO biedt organisaties een structuur voor gezondheidsmanagement. De waarde van PMO zit vooral in twee eigenschappen:

 

(1) De aard van het werk en de eisen die iemands functie stelt, spelen mee bij de onderzoekmethoden. Daarmee kan voor elke medewerker de balans worden opgemaakt. Hoe staat het met leefstijl, conditie, een eventuele chronische aandoening en de manier waarop men daarmee omgaat?

 

(2) Er is de mogelijkheid van monitoring en evaluatie. Door herhaalde meting kan men nagaan of de interventies echt effect sorteren. Gaan mensen anders werken, gezonder leven, verbetert hun conditie en hun functioneren? Hoe ontwikkelen verzuim en verloop zich? Verbetert de beoordeling van het werk, verminderen de gezondheidsklachten?

 

Voorwaarden om dit te realiseren zijn betrokkenheid van management en werknemers en de inzet van goede instrumenten.

 

– Weel, Andre; Duijn, Jacques. Preventief medisch onderzoek vervangt PAGO. Vernieuwd gereedschap voor de bedrijfsarts. Arbo 2006, nr 04: 20-25.

 

– Weel, A.N.H. Leidraad Preventief Medisch Onderzoek voor werkenden. Utrecht: Kwaliteitsbureau NVAB, 2005.

 

– Henk, Bolk; Felicia, Vizi. Wat is gezondheidsmanagement? De hype voorbij. Arbo 2007, nr 07/08, 22-24.

 

– Body@Work TNO-VUmc. Naar een gericht BRAVO-beleid door bedrijfsartsen. Amsterdam, april 2005.

 

– Levi, Marcel. Zin en onzin van de medische check-up. Arnhem: presentatie Bedrijfsgeneeskundige Dagen 2007. www.nvab-online.nl

 

– Van Santen, Hester. Niet ziek en toch naar de dokter – de zin en onzin van medische check-ups. NRC Handelsblad, 5 januari 2007.

 

– Commissie WBO. Wet bevolkingsonderzoek: de toetsing van vergunningsaanvragen. Publicatienr 1996/09.

 

Reageer op dit artikel