artikel

Twijfels over preventiemanager

Wetgeving

De drie beroepsverenigingen van veiligheidskundigen, arbeidshygienisten en A&O’ers beseffen maar al te goed dat de aandacht voor preventie in het gedrang kan komen. Om hun positie te versterken zijn zij intensief gaan samenwerken en beraden zij zich over een fusie. Daarbij praten zij over de komst van een zogenoemde ‘preventiemanager’, een integraal opererende arbofunctionaris die het gehele

 

preventiegebied overziet en als coordinator optreedt. Hij moet voor bedrijven een herkenbare figuur worden, net zoals de bedrijfsarts dat op curatief

 

gebied al jarenlang is. ‘Door de wijzigingen in de Arbowet komt de vraag van werkgevers centraal te staan. Maar we vragen ons sterk af of werkgevers ons weten te vinden onder onze huidige naam. Het is een werkgever moeilijk uit te leggen dat er zoveel verschillende deskundigen nodig zijn voor preventie’, zegt Huib Arts, voorzitter van de Nederlandse vereniging voor arbeidshygiene (NVVA). ‘Een deel van de werkgevers is bovendien niet zo enthousiast over de preventieadviezen die zij de afgelopen jaren gehad hebben. Het is de vraag of zij nog steeds een beroep op ons zullen doen als zij niet meer bij een arbodienst aangesloten zijn .’ De preventiemanager – niet te verwarren met de preventiemedewerker bij bedrijven – moet het aanbod op het gebied van preventiezorg overzichtelijker maken. Arts:

 

‘De preventiemanager moet volgens het ‘huisartsenmodel’ gaan functioneren. Net zoals een huisarts moet het een generalist zijn die veel vragen zelf kan behandelen en soms naar een gespecialiseerde deskundige verwijst. Hij moet er voor zorgen dat vraag en aanbod elkaar sneller – en ook op het juiste niveau – zullen vinden.’

 

Of de preventiemanager er daadwerkelijk zal komen, hangt volgens Arts af van de vraag of er draagvlak voor bestaat onder werkgevers- en werknemersorganisaties. De beroepsverenigingen kunnen reeds op steun van de FNV rekenen voor hun plan. ‘Bedrijven vinden het wel makkelijk om al hun vragen bij de bedrijfsarts neer te leggen, ook als die vragen op preventie betrekking hebben’, zegt Rik van Steenbergen, beleidsmedewerker Kwaliteit van de arbeid bij de FNV. ‘Er staat nergens in de wet dat bedrijven verplicht zijn een preventiedeskundige in te schakelen. Op het gebied van preventie ontbreekt een figuur die vergelijkbaar is met de bedrijfsarts. Daardoor weten bedrijven niet altijd bij wie zij terechtkunnen: de ergonoom, veiligheidskundige, arbeidshygienist of A&O’er. Datzelfde geldt voor ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen binnen ondernemingen. De beoordeling of er voor een bedrijf een preventiedeskundige nodig is, wordt meestal aan de bedrijfsarts overgelaten.’

 

Ook bij het toetsen van een RI&E wordt lang niet altijd een preventiedeskundige ingeschakeld, terwijl dit volgens Van Steenbergen standaard zou moeten gebeuren. ‘De gewijzigde Arbowet schrijft echter niet voor dat er bij het toetsen van de RI&E een preventiedeskundige moet worden betrokken. De wet bepaalt slechts dat een van de vier kerndeskundigen de RI&E moet toetsen, en dat kan ook de bedrijfsarts zijn.’ Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderkent overigens deze lacune in de wetgeving. Het heeft de beroepsverenigingen van de diverse preventisten en van de bedrijfsartsen subsidie verstrekt om samen een convenant af te sluiten waarin de beroepsgroepen afspraken maken over hun rol bij het toetsen van de RI&E. Een preventiemanager zou volgens Van Steenbergen als een soort poortwachter kunnen fungeren, die een bedrijf precies kan aangeven welke deskundigheid noodzakelijk is. ‘Een bedrijf hoeft dan zelf niet meer af te wegen welke preventiedeskundige nodig is, maar schakelt automatisch die preventiemanager in. Dat zou net zo vanzelfsprekend moeten worden als het inschakelen van de bedrijfsarts bij verzuimgevallen. Een preventiemanager kan maatwerk bevorderen, zeker bij bedrijven die geen permanente relatie hebben met een arbodienst.’ Ook bedrijven die te maken krijgen met een verlichting van de RI&E omdat er voor hun branche een sector-RI&E bestaat, kunnen volgens Van Steenbergen gebaat zijn bij de hulp van een preventiemanager. ‘Bij zo’n verlichte RI&E-toets hoeft niet alle deskundigheid op preventief gebied te worden ingezet. De preventiemanager kan dan een rol vervullen omdat hij alle disciplines in zich verenigt.’

 

De Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) is minder positief over het idee van de beroepsverenigingen om bij arbodiensten een preventiemanager aan te stellen. De werkgevers zijn juist opgelucht binnenkort verlost te zijn van de gedwongen winkelnering bij arbodiensten, zegt Ronald de Leij, hoofd strategische beleidsontwikkeling bij de AWVN. Hij begrijpt niet waarom de beroepsverenigingen een plan bedenken dat zich richt op arbodiensten, terwijl veel werkgevers hun arbodienst weldra de rug toe zullen keren.

 

De Leij: ‘De wijzigingen in de arbowetgeving hebben juist hun oorsprong in het voortdurende klagen van de kant van werkgevers en ook van de kant van arbodiensten. Werkgevers wilden geen gedwongen winkelnering, zodat arbodiensten te maken kregen met bedrijven die het kleinste pakket tegen de laagste prijs wilden. De arbodiensten klaagden vervolgens dat zij voor een appel en een ei geen geweldige kwaliteit konden bieden. Werkgevers en arbodiensten waren met elkaar verstrikt in een dodelijke omhelzing en het is voor alle partijen het beste dat daar nu een einde aan komt.’ De plannen over een preventiemanager stroken volgens De Leij bovendien niet met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat werkgevers hun arbozorg bij voorrang intern moeten organiseren. Pas als zij daartoe niet in staat zijn, mogen zij een beroep doen op externe deskundigen.

 

‘Bedrijven moeten het eerst zelf zien te regelen. Met name voor preventie moeten ondernemingen een eigen medewerker aanwijzen. Dan moet je niet aankomen met een preventiedeskundige bij een arbodienst, maar met iemand die bij de ondernemingen zelf zit. Als de beroepsverenigingen verwachten dat de aandacht voor preventie er door de wetswijzigingen een beetje onder gaat lijden, vind ik het uitstekend als ze de preventiemedewerkers binnen ondernemingen aan zich weten te binden en met hun deskundigheid ondersteunen. Maar ze moeten niet roepen dat er weer een extra deskundige bij de arbodiensten moet komen. Want werkgevers moeten juist in eigen huis kijken.’

 

Bas Sorgdrager, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Geneeskunde (NVAB), noemt de redenering van de werkgevers wat ‘kort door de bocht’. Hij verwacht dat ook de bedrijven die straks geen permanente relatie met een arbodienst meer hebben, regelmatig een beroep op externe expertise blijven doen, omdat hun eigen preventiemedewerkers niet altijd zelf over de noodzakelijke deskundigheid zullen beschikken. Of bij arbodiensten een preventiemanager dan de meest aangewezen contactpersoon is, laat Sorgdrager in het midden. ‘Het hangt er van af wat de klant wil’, zegt de NVAB-voorzitter diplomatiek. ‘Bij de arbodienst waar ik werk, ben ik als bedrijfsarts onderdeel van een team. Een relatiebeheerder – in ons geval een arbeidshygienist – bekijkt samen met de klant wat hij nodig heeft en dat werkt prima. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat die bedrijven een vrij hoog niveau van arbozorg hebben. Niet overal is sprake van een dergelijke ideale situatie.’ Het concept van de preventiemanager doet Sorgdrager denken aan de bedrijfsverpleegkundige die in de jaren tachtig bij arbodiensten zijn intrede deed, maar de afgelopen jaren geleidelijk aan weer verdween. Dat laatste vindt hij jammer. ‘Bedrijfsverpleegkundigen waren redelijk goedkope generalisten waar bedrijven veel aan hebben gehad.’

 

Sorgdrager kan zich voorstellen dat preventiedeskundigen zich zorgen maken met de wetswijziging in aantocht. ‘Preventie dreigt uit beeld te raken’, beaamt hij. ‘Er moet worden geborgd dat preventie niet wordt weggepoetst.’ Sorgdrager wijst daarbij op het convenant waarin de NVAB en de beroepsverenigingen van preventisten afspraken gaan maken over hun onderlinge taakverdeling, bijvoorbeeld bij het toetsen van de RI&E. ‘In de wet staat alleen dat een bedrijfsarts moet worden gecontracteerd.

 

Wij proberen er onze achterban daarom op te wijzen dat zij ook preventisten moeten inschakelen. Bedrijfsartsen zijn vooral specialisten. Tot op zekere hoogte zijn het ook generalisten, maar wat dat betreft moeten ze wel hun grenzen kennen. Wij kunnen niet alles. Maar nu wordt het in de Arbowet wel zo neergezet.’

 

Ook Johan Bruining, adviseur Strategie en Innovatie bij arbodienst Commit, erkent dat de aandacht voor preventie gevaar loopt. Hij ziet echter weinig heil in de komst van een preventiemanager bij arbodiensten. ‘De beroepsverenigingen zullen hun doel niet bereiken door alleen maar een nieuwe functie te creeren. Ze zouden niet uitsluitend binnen de arbodiensten naar mogelijkheden moeten zoeken. Kijk bijvoorbeeld ook naar financieringsbronnen voor preventie. Stimuleer bijvoorbeeld dat bedrijven op brancheniveau in preventie investeren. Preventieve activiteiten die voor een individueel bedrijf te duur zijn, worden door schaalvergroting wel betaalbaar. Voorheen waren er financiele middelen uit de arboconvenanten, wellicht kunnen nu de grote verzekeraars voor financiering zorgen. Want die hebben er ook belang bij dat een branche gezonder wordt.’ Bruining constateert dat arbodiensten ‘ernstig’ moeten gaan nadenken over hun meerwaarde, nu de ‘veilige paraplu’ van de arbowetgeving boven hun hoofden verdwijnt. ‘Arbodiensten zullen zich meer op de buitenwereld moeten gaan orienteren. Ze konden altijd een beroep doen op certificeringseisen en wetgeving om hun broodwinning veilig te stellen. Vanaf nu zullen arbodiensten niet meer met de wet in hun hand, maar op basis van resultaten met bedrijven in gesprek moeten gaan.’

 

Reageer op dit artikel