artikel

Collectieve maatregelen gaan vóór individuele valbeveiliging

Wetgeving

De Arbeidsinspectie stelt een onderzoek in en het Openbaar Ministerie gaat over tot vervolging van zowel het bedrijf als de werkgever in persoon. Het bedrijf wordt verweten dat het in strijd met de Arbowet heeft nagelaten vangnetten aan te brengen.

 

Tijdens de behandeling van de zaak blijkt dat het bedrijf in de voorgaande jaren al zes keer door de Arbeidsinspectie op de vingers is getikt. Het bedrijf beroept zich erop dat artikel 3.16 van het Arbobesluit een keuze biedt tussen een collectieve mogelijkheid (vangnetten) of een individuele beveiliging (een gordel met vanglijn). De werknemers waren erop gewezen om een valgordel te dragen. Maar de rechter stelt dat het artikel duidelijk aangeeft dat collectieve bescherming voorrang heeft boven individuele. Dat blijkt ook nog eens uit de Nota van Toelichting bij het Arbobesluit. Daarin staat dat een werkgever, voordat hij (persoonlijk beschermende) veiligheidsgordels met vanglijnen aanbrengt, eerst moet kijken of hij niet een voorziening kan treffen die een collectieve bescherming biedt. De werkgever stelt dat het om een spoedklus ging en dat het niet mogelijk was om tijdig de juiste voorzieningen aan te brengen. Maar de rechter is van mening dat het bedrijf er zelf voor heeft gekozen het werk op korte termijn uit te voeren. Dit betekent dat er geen sprake was van enige vorm van overmacht. Ook in de offerte was geen post opgenomen voor het huren van vangnetten. Het zou dan gaan om een huurbedrag van slechts 750 euro, een zevende van de bruto aanneemsom.

 

De rechter oordeelt het bedrijf strafbaar wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 32, eerste lid Arbowet en legt een boete op van 20.000 euro. Daarvan is de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De nabestaanden hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd en krijgen een schadevergoeding van ruim 7500 euro. In een aparte procedure werd ook de werkgever zelf als opdrachtgever binnen het bedrijf vervolgd. Hij is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke boete van 5000 euro of honderd dagen vervangende hechtenis, eveneens met een proeftijd van twee jaar.

Reageer op dit artikel