artikel

Niet aansprakelijk voor psychisch letsel

Wetgeving

De werknemer maakt bezwaar tegen het ontslag. Hij stelt dat hij arbeidsongeschikt is geraakt door slechte werkomstandigheden, een jarenlang te hoge werklast en een te hoge werkdruk. De werkgever is daarmee tekort geschoten in zijn verplichtingen op grond van de Arbowet en de Arbeidstijdenwet. Ook vindt de werknemer het ontslag kennelijk onredelijk omdat er geen voorziening is getroffen. Hij vordert daarom een schadevergoeding van ruim 20.000 Euro en een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag van ruim 350.000 Euro.

 

De werkgever stelt, dat artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek, waarin de zorgplicht van de werkgever is geregeld, niet slaat op vergoeding voor psychisch letsel. De kantonrechter verwerpt dit verweer.

Een werknemer moet voldoende concreet stellen dat zich omstandigheden hebben voorgedaan die tot toepasselijkheid van art. 7:658 BW kunnen leiden. Dat heeft de werknemer echter nagelaten. Hij heeft zich beperkt tot algemene verwijzingen naar een slechte werksfeer en een te hoge werkdruk. Deze verwijzingen zijn echter te vaag van aard en leiden niet tot de conclusie dat sprake is van een tekortkoming als bedoeld in art. 7:658 BW. Ook als het werk zeer divers van aard was en gepaard ging met een grote verantwoordelijkheid en een zware be­lasting is dat onvoldoende om aan te nemen dat er sprake was van stelselmatige overbelasting. Daarbij is ook relevant dat de werknemer voor zijn definitieve uitval nooit heeft aangegeven dat hij zijn werk niet zou aankunnen of dat hij daar in de dagelijkse praktijk veel moeite mee had.

 

Het beroep van de werknemer op art. 7:611 BW (goed werkgeverschap) slaagt evenmin. Wel gaat de rechter mee in het beroep op art. 7:681 BW, kennelijk onredelijk ontslag. Volgens de rechter staat immers vast dat er sprake is van een langdurig dienstverband. Ook acht hij het aannemelijk dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer werkgerelateerd is. De werkgever heeft zich bovendien te weinig ingespannen om, toen de werknemer al ziek was, zijn werkbelasting kritisch onder de loep te nemen en na te gaan hoe dit wel op een aanvaardbaar niveau zou kunnen worden gebracht. De werkgever heeft zich onvoldoende ingespannen om aan zijn reintegratieverplichting te voldoen. De werknemer krijgt een (gematigde) vergoeding van 25.000 Euro bruto.

Reageer op dit artikel