artikel

Eén minuutje maar

Wetgeving

Wel staat ruim 30 meter verder in de berm zijn bus met de alarm- en zwaailichten aan. De kantonnier heeft verklaard dat hij instructies had gekregen over de veiligheidsmaatregelen, maar dit had nagelaten, omdat het opruimen maar heel kort – een minuut – zou duren. Hij was van mening dat hij door die veiligheidsmaatregelen het verkeer ernstig in gevaar zou brengen.

 

Een ambtenaar van de Arbeidsinspectie maakt een rapport op en de minister van SZW legt de provincie als werkgever een boete op van 2400 euro wegens overtreding van artikel 3.2, eerste lid, Arbobesluit. Dat geeft aan dat arbeidsplaatsen veilig toegankelijk zijn en veilig kunnen worden verlaten. Omdat de werkzaamheden voldoende waren geinventariseerd en de werknemer beschikte over de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen is het nominale boetebedrag van 3600 euro met een derde verminderd.

 

Bezwaar is vergeefs en de provincie stapt naar de rechter. De rechter stelt vast dat de weg niet was afgezet door pylonen. Weggebruikers werden uitsluitend geattendeerd op de werkzaamheden door de naast de weg geparkeerde dienstbus met ingeschakelde alarm- en zwaailichten. Dat betekent dat niet is voldaan aan art. 3:2 Arbobesluit. Dat is een beboetbaar feit en dat het hier ging om een calamiteit wegens een verkeersongeval maakt dat niet anders.

 

Ook opzet of schuld is niet van belang. Wel zal bij het volledig ontbreken van verwijtbaarheid geen boete worden opgelegd. De rechtbank gaat ervan uit dat er sprake was van niet-geplande, kortdurende wegwerkzaamheden. In het instructieboek ‘Veilig werken, sta er op!’, waarnaar de provincie heeft verwezen, staat dat bij zeer kortdurende werkzaamheden de te nemen verkeersmaatregelen in verhouding moeten staan tot de risico’s van het werk. Maar de beslissing of en welke verkeersmaatregelen ze dan moeten nemen, wordt geheel overgelaten aan de ambtenaren. Een situatie die de arbowetgeving nu juist beoogt te voorkomen.

 

De provincie heeft aangevoerd dat het zeer moeilijk is om richtlijnen op te stellen die iedere (mogelijke) werksituatie van een kantonnier afdekken. De rechtbank constateert echter dat noch in het bedrijfsinstructieboek, noch in de CROW-publicatie staat welke veiligheidsmaatregelen minimaal genomen kunnen worden bij kortdurende werkzaamheden. Daarom oordeelt de rechtbank, dat de provincie onvoldoende instructies heeft gegeven. Het beroep wordt verworpen.

 

Reageer op dit artikel