artikel

Niet meegewerkt aan re-integratie: ontslag

Wetgeving

Een zieke werkneemster weigert passende arbeid te verrichten en is regelmatig onbereikbaar. Is ontslag een passende sanctie?

Niet meegewerkt aan re-integratie: ontslag

De werkneemster werkt sinds december 1999 als verpleegassistent bij een zorginstelling. Zij heeft zich op 22 oktober 2012 ziek gemeld. Op 6 november 2012 krijgt zij een schriftelijke officiële waarschuwing omdat zij voor het zonder voorafgaand bericht tot drie keer toe niet (tijdig) op het werk is verschenen. Als zij op 22 juli 2013 weer niet verschijnt schort de werkgever het loon op.

Tussen juli 2013 en juni 2014 biedt de werkgever op advies van de bedrijfsarts aangepast werk aan, maar de werkneemster weigert dat keer op keer. De werkgever verzoekt nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Opzegverbod

Volgens de kantonrechter houdt het verzoek geen verband met het opzegverbod tijdens ziekte. De reden van het verzoek is immers het structureel en stelselmatig niet nakomen van verplichtingen en verzuimvoorschriften. Na haar ziekmelding heeft de werkneemster vele malen aangepast werk geweigerd. De werkgever heeft steeds de adviezen van de bedrijfsarts gevolgd, en daarbij ook de nodige flexibiliteit betracht in de opbouw van uren en plaatsing op locaties. De rechter twijfelt ook niet aan het oordeel van de bedrijfsarts, dat de werkneemster het werk in aangepaste vorm kon hervatten.

Second opinion

De werkneemster heeft geen second opinion aangevraagd bij het UWV terwijl zij daar wel uitdrukkelijk meermaals op is gewezen. Het is niet aan de behandelend arts of huisarts, van wie de werkneemster een verklaring heeft overgelegd, om te oordelen over het al dan niet kunnen verrichten van passende arbeid. Uit vaste rechtspraak volgt dat in geval van belemmering van de re-integratie (eerst) een loonsanctie aangewezen is. Bijkomende omstandigheden kunnen alsnog aanleiding zijn voor een dringende reden voor ontslag. Daarvan is hier sprake.

Weigering

Het gaat hier niet enkel om een weigering van de werkneemster om de passende arbeid te verrichten, maar ook om het zonder voorafgaand bericht stelselmatig niet op het werk verschijnen. Vaak was zij dan aanzienlijke tijd onbereikbaar, waardoor het vaststellen van een (medische) reden voor haar afwezigheid op die momenten niet mogelijk is geweest. De eerdere loonsancties en uitdrukkelijke waarschuwingen hebben kennelijk geen effect gehad. Daarom is ontbinding wegens een dringende reden gerechtvaardigd.

Auteur: Rob Poort | bureaupoort.nl

Kantonrechter Rotterdam, 13 augustus 2014, JAR 2014, 221

Reageer op dit artikel