artikel

Taaleis is geen discriminatie

Wetgeving

Als een GGZ-instelling mensen moet ontslaan, wordt er gekeken naar de taal die de werknemers spreken. Discrimineert het bedrijf hiermee?
Taaleis is geen discriminatie

Een bedrijf is een aanbieder van interculturele psychiatrie. De cliënten zijn voor 80 procent van Turkse en Marokkaanse afkomst. Het bedrijf moet bezuinigen omdat de economische situatie slecht is. Het aantal formatieplaatsen is met 8,46 fte verminderd. Het betreft onder meer de functies psychiater, psycholoog, psychotherapeut en verpleegkundige. Bij de bepaling welke medewerkers ontslagen worden is het element taal onderdeel van de vereiste competenties. Het gaat om de functies psychiater met taalprofiel Marokkaans (Berbers), psychiater met taalprofiel Turks, psychiater met taalprofiel Papiamento en psychiater met taalprofiel overig.

Verboden onderscheid

De ondernemingsraad vindt een taaleis niet noodzakelijk omdat een deel van de cliënten van de derde generatie is en goed Nederlands spreekt. Het bedrijf vraagt op advies van de or aan het College van de Rechten van de Mens, of door deze taaleis sprake is van een verboden onderscheid.

Indirect onderscheid

Het College vindt, dat het bedrijf met het stellen van de taaleis geen direct onderscheid op grond van ras heeft gemaakt. Immers, wanneer voor een bepaalde functie een taaleis geldt, kan iedereen, ongeacht de afkomst, die aan deze taaleis (en de overige functievereisten) voldoet, voor deze functie in aanmerking komen. Maar met de taaleis is wel indirect onderscheid gemaakt op grond van ras. Door het stellen van deze eis voor een bepaalde functie zullen vooral mensen die afkomstig zijn uit een land waar die taal niet wordt gesproken, bijzonder worden getroffen. Indirect onderscheid is echter niet verboden als daarvoor een goede reden is.

Goede behandeling

Volgens het College is voldoende onderbouwd dat de taaleis noodzakelijk is voor een goede behandeling van haar cliënten op een zo kort mogelijke termijn. Zo bleek dat 80 procent liever langer op de wachtlijst staat om hulp te krijgen in de eigen taal dan dat zij sneller worden geholpen in de Nederlandse taal. Doel van het onderscheid is, om de cliënten zoveel mogelijk psychiatrische hulp in hun eigen taal te bieden en vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Deze doelen voldoen aan een werkelijke behoefte en hebben geen discriminerend oogmerk. Er is dan ook sprake van legitieme doelen. Bovendien kan het bedrijf hiermee op meer verantwoorde wijze worden voortgezet.

Slotoordeel

Het College komt tot het slotoordeel, dat het bedrijf niet heeft gediscrimineerd op grond van ras door bij het aanwijzen van personen die bij een reorganisatie worden ontslagen de taal onderdeel te laten zijn van de vereiste competenties.

Reageer op dit artikel