artikel

Training met drempels

Wetgeving

Een politieman in opleiding struikelt over een drempel tijdens een training. Heeft de korpschef zijn zorgplicht geschonden door een onveilige oefensituatie?

Training met drempels

Een man is in opleiding voor allround politiemedewerker. Tijdens een training aanhoudingsvaardigheden in een leegstand pand struikelt hij bij binnenkomst over een drempel en valt tegen een verwarmingsradiator. Hij loopt hoofdletsel en een hersenschudding op en kampt daarna met concentratieverlies en rugklachten.

Aansprakelijk

De korpschef ziet het ongeval als een dienstongeval (art 1, Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Het slachtoffer stelt de korpschef aansprakelijk voor de schade van het ongeval. De korpschef wijst dit af. Bezwaar en beroep slagen niet en het slachtoffer tekent hoger beroep aan. Hij vindt dat de korpschef zijn zorgplicht heeft geschonden door tijdens de training niet te zorgen voor een veilige oefensituatie.

Zorgplicht

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat volgens vaste rechtspraak het bestuursorgaan ook tegenover de ambtenaar een zorgplicht heeft. Dat houdt in dat het bestuursorgaan de werkzaamheden zo moet inrichten en zodanige maatregelen moet treffen en aanwijzingen moet geven als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de ambtenaar door zijn werkzaamheden schade lijdt. De ambtenaar heeft recht op vergoeding van deze schade, ook voor zover rechtspositionele regelingen daarin niet voorzien.

Vergoeding

Recht op vergoeding ontbreekt als het bestuursorgaan aantoont dat het zijn zorgplicht is nagekomen. Of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar. Het slachtoffer voert onder meer aan dat in het oefenpand bij de Politieacademie geen vaste delen zijn zoals drempels en radiatoren. Die waren wel aanwezig tijdens de training in het leegstaande pand. Deze gevaarlijke objecten hadden verwijderd moeten worden.

Redelijkerwijs

De Raad gaat niet mee in dit betoog. De zorgplicht strekt niet tot het uitbannen van elk denkbaar risico. Het gaat erom dat de werkgever in een gegeven situatie redelijke maatregelen treft met het oog op de veiligheid van werknemers. De korpschef hoeft niet te waarschuwen voor geringe gevaren bij algemeen gebruikelijke objecten, zoals struikelen over een drempel. Omdat van gevaarzetting geen sprake was, was ook geen beschermende kleding nodig. Het pand is voorafgaan aan de training gecontroleerd op losliggende delen als glas en spijkers. Daarmee heeft de korpschef voldoende maatregelen getroffen. De aangevallen uitspraak houdt stand.

 

Bron: Centrale Raad van Beroep, 4 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1761
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo Wetgeving & Actualiteitendag op 12 november.

Reageer op dit artikel