artikel

Houten vloer naar de haaien

Wetgeving

Een stagiaire laat een Garra Rufa Footspa overlopen. Door het waterballet is een deel van de houten vloer naar de haaien. Eigenaar Jansen verwijt de stagiaire bewuste roekeloosheid. Is de rechter het met hem eens?

Houten vloer naar de haaien

Jansen heeft een zaak voor schoonheidsverzorging, manicure- en pedicurebehandelingen en gebruik van sauna’s en zonnebank. Een leerlinge van het ROC loopt bij hem stage.

Praktijkovereenkomst

Er is een praktijkovereenkomst beroepsopleidende leerweg gesloten, mede ondertekend door het ROC. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Praktijkovereenkomst van toepassing. De voorwaarden geven (kortweg) aan, dat het leerbedrijf aansprakelijk is op grond van goed werkgeverschap (art. 7:661 BW) en zich tegen de risico’s kan verzekeren. De onderwijsinstelling sluit alle aansprakelijkheid ten opzichte van de stagiaires uit.

Kleine visjes

In december 2013 krijgt de stagiaire opdracht om de Garra Rufa Footspa bij te vullen. Het betreft een soort aquarium waarin kleine visjes zwemmen. Die visjes knabbelen dode huidcellen en huidschilfers van de voeten van de klant. De stagiaire laat eerst een deel van het oude water weg lopen en zet dan de waterkraan open om de spa bij te vullen. Tijdens het bijvullen gaat zij op een andere verdieping kerstcadeautjes inpakken.

Waterballet

De stagiaire checkt regelmatig hoe ver het water is bijgevuld. Helaas blijkt bij de laatste check dat de spais overstroomd. Door de overstroming is een waterballet ontstaan waarbij water op de houten vloer is gelopen. Enkele maanden eerder had er al een soortgelijk incident met waterschade plaatsgehad met een andere stagiaire. Het verzoek van Jansen tot schadevergoeding wordt afgewezen door het ROC en door de ouders van de stagiaire. Daarop stapt Jansen naar de rechter.

(Niet) aansprakelijk

De kantonrechter stelt vast dat het overstromen van de spa in verband staat met de uitvoering van de overeenkomst. Jansen heeft immers de stagiaire opgedragen om de spa bij te vullen. Het beantwoorden van de vraag of de stagiaire aansprakelijk is voor de schade door het waterballet zal de rechter moeten doen aan de hand van artikel 7:661 BW. Daarvoor geldt dat de werknemer die schade toebrengt aan de werkgever in beginsel niet aansprakelijk is, tenzij die schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Jansen vindt dat hiervan sprake is, omdat hij meerdere malen heeft gewezen op het risico van overstroming.

Roekeloos handelen

De kantonrechter overweegt dat roekeloos handelen zeer onvoorzichtig gedrag inhoudt, waarbij iemand welbewust het risico neemt op ernstige gevolgen en er op zeer lichtzinnige wijze vanuit gaat dat het risico zich niet zal realiseren. Gebleken is dat de stagiaire de kraan heeft teruggedraaid en diverse malen het waterpeil heeft gecontroleerd. Daarmee heeft zij een zekere zorgvuldigheid betracht. Zelfs als Jansen heeft gewaarschuwd voor dode visjes en een beschadigde houten vloer, is het niet reëel te spreken van bewust roekeloos handelen van de stagiaire. Er is slechts sprake van een inschattingsfout. Daarmee is zij niet aansprakelijk voor de schade van het waterballet en komt ook de feitelijke grondslag voor de aansprakelijkheid van het ROC te vervallen. De rechter wijst de vordering van Jansen af.

Bron: Kantonrechter Utrecht, 4 november 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7808
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 21 april 2016.

Reageer op dit artikel