artikel

Summier bezwaar bij stillegging volstaat

Wetgeving

Een werkgever maakt met een paar zinnetjes ­bezwaar tegen stillegging van het werk door de Inspectie SZW vanwege aanwezig asbest. Is dat ­voldoende?

Summier bezwaar bij stillegging volstaat

Op dinsdag 12 november 2013 voeren inspecteurs van de Inspectie SWZ een inspectie uit in een bedrijfspand ­inclusief woonruimten. Zij constateren dat er wordt ­gewerkt terwijl er nog asbesthoudende stoffen in het pand zitten.

Ernstig gevaar

De inspecteurs leggen het werk mondeling stil wegens ernstig gevaar voor personen. Op 18 november 2013 volgt schriftelijke bevestiging van het bevel tot stillegging. Bezwaar is tevergeefs: de minister van SZW stelt dat de bezwaargronden niet zijn vermeld. De werkgever bestrijdt dit en stelt dat bij het faxbericht wel de juiste stukken waren gevoegd. In hoger beroep bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de minister deze lezing. Daarmee heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat dit niet het geval was. Zoals de Afdeling en de Centrale Raad van Beroep eerder hebben overwogen, worden aan de ­motivering van een bezwaarschrift geen hoge eisen ­gesteld.

Summier

Ook summiere gronden van bezwaar voldoen aan het in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en ­onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ­gestelde vereiste. Dit tenzij het bezwaarschrift geen zodanig concrete grond bevat, dat daartegen verweer te voeren is. In het bezwaarschrift tegen de stillegging staat de zin: “De grondslag van de aanschrijving is onjuist, en voor zover al juist, is het rechtsgevolg buiten­proportioneel.” Hoewel summier, heeft de werkgever daarmee voldoende concreet te ­kennen gegeven waarom hij zich niet met het ­besluit van 18 november 2013 kan verenigen.

Ten onrechte

De ­rechtbank heeft daarom ten onrechte geconcludeerd dat de werkgever geen gronden van bezwaar heeft ingediend en dat de minister het bezwaarschrift terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. De vraag of er daarnaast uit het faxbericht van 25 november 2013 en de daarbij ­gevoegde stukken bezwaargronden zijn af te leiden, is een vraag die met het oog op het eerder gestelde geen antwoord behoeft. Het hoger beroep is gegrond.

 

Bron: Raad van State, 6 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> TIP: Bijblijven met jurisprudentie? Kom naar de Arbo wetgeving & Actualiteitendag op 21 april 2016.

Reageer op dit artikel