artikel

Werkgever moet dokken voor nalatigheid

Wetgeving

Een werknemer valt door een gat in de vloer van een hal in aanbouw. Dit gebeurt tijdens het verschuiven van een niet gezekerde plank op dat gat. Linksom of rechtsom heeft de werkgever het valgevaar niet voorkomen. En nalatigheid is net zo verwijtbaar als opzet of schuld.

Werkgever moet dokken voor nalatigheid

In oktober 2016 is een onderaannemer aan het werk op de eerste verdieping van een bedrijfshal in aanbouw. Dan valt een werknemer door een sparing in de vloer ongeveer vijf meter naar beneden. De werknemer heeft de op dat gat liggende plank opzijgeschoven om een pad vrij te maken voor zijn rolsteiger. Door nalatigheid was die plank namelijk niet geborgd.

De werknemer ligt dertien dagen in het ziekenhuis. Volgens de Inspectie SZW is sprake van overtreding van artikel 3.16 eerste lid Arbobesluit: het valgevaar is niet voorkomen. De werkgever krijgt daarvoor een boete van 18.000 euro. Bezwaar en beroep zijn vergeefs, waarop de werkgever in hoger beroep gaat.

Tijdelijke of permanente bouwplaats niet van belang

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt vast dat de werkgever zonder nadere toelichting vele argumenten en stellingen aanvoert. Dat betoog wordt verworpen.

Volgens Richtlijn 92/57/EEG zou art. 3.16 Arbobesluit alleen betrekking hebben op permanente bouwplaatsen. Gelijkstelling van tijdelijke en permanente bouwplaatsen zou daarmee in strijd zijn. Maar de rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het niet van belang is of de arbeid wordt verricht op een tijdelijke of een permanente arbeidsplaats. Dit gelet op de plaats van het artikel (paragraaf 4 van hoofdstuk 3) en de definitie van arbeidsplaats (artikel 1 Arbowet).

Nalatigheid net zo verwijtbaar als opzet of schuld

Ook is nalatigheid geen wezenlijk andere vorm van verwijtbaarheid dan opzet of schuld. Door het bestaan van valgevaar en door dat niet tegen te gaan, is voldaan aan de materiële voorwaarden van artikel 3.16 Arbobesluit. Daarmee is sprake van een overtreding van de werkgever. De sparing was vanaf de begane grond zichtbaar. Daardoor kon de werkgever vanaf die plek zien dat er valgevaar bestond.

> LEES OOK: Dood bij damwand: werkgever nalatig?

Werkgever moet toezien op doeltreffende voorzieningen

Vervolgens moet de werkgever erop toezien dat sprake is van doeltreffende voorzieningen om dat valgevaar tegen te gaan. Ja, de hoofdaannemer heeft ook een verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de bouwplaats. En nee, de werkgever was niet over de sparing geïnformeerd. Maar dit doet niet af aan diens plicht om artikel 3.16 Arbobesluit na te leven. Dat het ging om werkzaamheden op de eerste verdieping, betekent niet dat de risico-inventarisatie zich tot die verdieping beperkte.

> LEES OOK: Hoezo genoeg gedaan tegen valgevaar?

Hoofdaannemer hier niet werkgever van slachtoffer

De werkgever acht het gelijkheidsbeginsel geschonden, omdat de hoofdaannemer geen boete heeft gekregen. Maar de hoofdaannemer is in dit geval niet de werkgever van de gevallen werknemer. En daarom was die hoofdaannemer jegens deze werknemer niet verplicht tot naleving van artikel 3.16 Arbobesluit. Er is geen indicatie dat de hoofdaannemer niet heeft voldaan aan de naleving van zijn coördinatieverplichting. Daarom verwijst de Afdeling het beroep.

Bron: Raad van State, afd. Bestuursrechtspraak, 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:789
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

Werkgever moet dokken voor nalatigheid

Reageer op dit artikel