artikel

Kapotte kassen, kapotte zzp’er – wie betaalt?

Wetgeving

Er zijn kassen stuk en iemand komt die maken. Bijna goed. Er zijn kassen stuk en de aannemer accepteert het werk, besteedt het uit aan een onderaannemer en die laat zeven zzp’ers het werk uitvoeren. Wie is er dan verantwoordelijk voor een veilige werkplek? En wie is aansprakelijk bij een arbeidsongeval?

Kapotte kassen, kapotte zzp’er – wie betaalt?

Een tuinder geeft in augustus 2010 aannemer Kasbouw opdracht om de stormschade aan zijn kassen te herstellen. Kasbouw, gespecialiseerd in de bouw en sloop van kassen, schakelt voor een deel van het werk een onderaannemer in. Die schakelt op zijn beurt zeven zzp’ers in.

Stuk glas valt uit sponning in een van de kassen

Eén van die zzp’ers loopt bij het werk ernstig letsel op als in een van de kassen een stuk glas uit een sponning op zijn onderarm valt. De onderaannemer heeft zijn aansprakelijkheid erkend (artikel 7:658, 4e lid BW, zorgplicht voor niet-ondergeschikten). Daarop heeft Avb-verzekeraar Allianz (een voorschot op) de schade vergoed. Allianz stelt echter dat ook Kasbouw en diens verzekeraar Achmea aansprakelijk zijn. Het wil van hen vergoeding van (een deel van) de betaalde schade. De rechtbank wijst in februari 2016 de vordering af: de afspraak was dat de onderaannemer verantwoordelijk was voor de veiligheid van de zzp’er. Daarop gaat Allianz in beroep.

Kasbouw verantwoordelijk voor veilige werkplek

Artikel 7:658 lid 4 BW heeft tot doel personen te beschermen met wie een werkgever geen arbeidsovereenkomst heeft. Dit door de zorgverplichting uit te breiden tot personen die zich in een met de werknemers vergelijkbare positie bevinden. Dat is zeker het geval bij personen die voor de zorg voor hun veiligheid (mede)afhankelijk zijn van degene voor wie zij die werkzaamheden verrichten. In dit geval moest Kasbouw er als hoofdaannemer voor zorgen dat er veilig werd gewerkt. Kasbouw had zeggenschap en was ook verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek, hier dus in de kassen. Dit heeft het bedrijf ook uitdrukkelijk bij de rechtbank erkend.

> LEES OOK: Zo zit ’t met de zorgplicht voor een zzp’er

Gelet op artikel 2.31 Arbobesluit mocht van Kasbouw worden verwacht dat het de nodige en doeltreffende veiligheidsmaatregelen had genomen. Zeker omdat een groot deel van het werk was uitbesteed aan een onderaannemer waarvan Kasbouw wist dat die geen personeel in dienst had. Die onderaannemer moest dus zzp’ers inschakelen. Er was een RI&E en een plan van aanpak gemaakt. Ook was besproken dat medewerkers het glas in de kassen dat gevaarlijk hing zo snel mogelijk zouden verwijderen.

Niet voldaan aan verplichtingen in Arbobesluit

Daaruit leidt het hof af dat een aantal veiligheidsrisico’s kennelijk was herkend. Maar daarmee was nog niet voldaan aan de verplichtingen uit het Arbobesluit. Met de onderaannemer was slechts in algemene zin gesproken over de taakverdeling en het verstrekken van beschermingsmaatregelen. Een RI&E ontbreekt voor het gehele werk, de risico’s van het werken op hoogte met glas, het nemen van de nodige maatregelen en het toezicht op de naleving van de instructies. Daarmee is de hoofdaannemer volgens het hof tekortgeschoten in de naleving van zijn zorgplicht.

> LEES OOK: Zo vergeet u niets in de RI&E

Dat betekent dat hoofdaannemer Kasbouw, net als de onderaannemer, hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade van de zzp’er. Gelet op de onderlinge verhouding en de door partijen gemaakte werkafspraken, komt 70 procent van de schade voor rekening van de onderaannemer (Allianz) en 30 procent voor rekening van hoofdaannemer Kasbouw.

Bron: Gerechtshof Arnhem, 16 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3353
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

Kapotte kassen, kapotte zzp’er – wie betaalt?

Reageer op dit artikel