artikel

Eis tot naleving moet wel goed gemotiveerd zijn

Wetgeving

Een bedrijf is gespecialiseerd in het flexibel bouwen met modulaire bouwsystemen. Dit bedrijf is bezig met een nieuwbouwproject bestaande uit ruim 200 woningen voor studenten. De Inspectie SZW stelt een eis tot naleving wegens overtreding van art. 3.16 Arbowet. Bij een volgende overtreding zal een boeterapport volgen. Eis: tijdelijk leuningswerk van minstens 1 meter hoog […]

Eis tot naleving moet wel goed gemotiveerd zijn

Een bedrijf is gespecialiseerd in het flexibel bouwen met modulaire bouwsystemen. Dit bedrijf is bezig met een nieuwbouwproject bestaande uit ruim 200 woningen voor studenten. De Inspectie SZW stelt een eis tot naleving wegens overtreding van art. 3.16 Arbowet. Bij een volgende overtreding zal een boeterapport volgen.

Eis: tijdelijk leuningswerk van minstens 1 meter hoog

De valhoogte vanaf een modulair bouwelement op een onderliggende modulair bouwelement bedraagt circa 3 meter, de hoogte tot de begane grond is zo’n 10 meter. De werknemers maakten gebruik van veiligheidsgordels met een vanglijn,  in combinatie met een valstopapparaat (katrol).

Volgens de eis moet het bedrijf een tijdelijk leuningwerk van ten minste één meter hoogte aanbrengen langs de randen van het modulaire bouwelement. De ingediende zienswijze en het bezwaar van de werkgever is vergeefs. Daarbij geeft de Inspectie aan dat bij een volgende overtreding – ook bij toekomstige werken – een boeterapport zal volgen. De werkgever gaat daarop in beroep.

> LEES OOK: Arbowet niet naleven? Deze boetes gaan (fors) omhoog

Sprake van situatie waarin voorziening niet nodig is?

Volgens de rechtbank is de eis van een tijdelijk leuningwerk van ten minste één meter hoog, een nadere concretisering van artikel 3:16, eerste lid, Arbobesluit. Dat artikel geeft meerdere voorzieningen ter voorkoming van valgevaar. Daarbij  ontbreekt een concrete bepaling over waar deze voorzieningen moeten worden aangebracht.

> LEES OOK: Valgevaar bij werken op hoogte met stip op 1

In het eerste lid staat ook dat de daarin genoemde voorzieningen “zo mogelijk” moeten worden aangebracht. Artikel 3:16, vijfde lid, Arbobesluit geeft in dit verband aan wanneer het niet nodig is om de in het eerste lid genoemde voorzieningen te treffen. Voor toepassing van artikel 3:16, eerste lid, Arbobesluit moet dus worden beoordeeld of sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 3:16, vijfde lid, Arbobesluit. Dit is ten onrechte niet gebeurd.

Eis tot naleving volgt niet rechtstreeks uit wet

Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet het standpunt volgt van de staatssecretaris van SZW. Dit standpunt houdt in dat de eis tot naleving rechtstreeks uit de wet volgt en geen nadere concretisering behoeft. Ook merkt de rechtbank op dat de Arbowet algemene doelvoorschriften bevat over de veiligheid van werknemers. Daarom moet aan de wens van de werkgever om te weten aan welke voorschriften hij zich moet houden, groot belang worden toegekend.

> LEES OOK: Het wat & hoe van de Arbowet

Eis tot naleving is niet deugdelijk gemotiveerd

Uit oogpunt van rechtszekerheid is het voor de werkgever onevenredig bezwarend dat de inhoudelijke discussie over de juistheid van de eis door deze gang van zaken vooralsnog uit de weg wordt gegaan. De rechtbank ziet een eis als een besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht. In dit geval heeft de Inspectie de eis tot naleving niet deugdelijk gemotiveerd. Daarmee is die in strijd met artikel 3:46 van deze wet.

Daarom vernietigt de rechtbank de eis tot naleving. De staatssecretaris van SZW moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen op het bezwaar van de werkgever, met inachtneming van deze uitspraak.

Bron: Rechtbank Utrecht, 27 mei 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2411
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

5 dagen vast op vakantiepark en een loonstop toe

Reageer op dit artikel