artikel

Fout toezichthouder? Fout asbestverwijderaar!

Wetgeving

Een asbestverwijderaar krijgt een boete omdat hij zich niet aan het werkplan houdt. Deze werkgever wijst naar de Deskundige Toezichthouder Asbestverwijdering. Die DTA was immers ter plaatse de feitelijk leidinggevende. Komt de werkgever zo onder zijn boete uit?

Fout toezichthouder? Fout asbestverwijderaar!

Werknemers van een asbestverwijderaar verwijderen in december 2015 asbest in een pand. Dan komt de Inspectie SZW op controlebezoek. De inspecteurs constateren tekortkomingen in de werkwijze. Zo is het containment beschadigd, is er geen onderdruk, gebruiken ze een tweetraps in plaats van een drietraps decontaminatie-unit en ligt overal puin en glas.

Wel veilige werkwijze, geen instructies en toezicht

Wegens overtreding van artikel 4.50, vijfde lid Arbobesluit (strijdigheid met het werkplan) volgt een boete van 5.400 euro. Daarin is een vermindering van 50 procent toegepast. Dit omdat de asbestverwijderaar de risico’s voldoende had geïnventariseerd en er een veilige werkwijze was ontwikkeld. Ook waren de noodzakelijke randvoorwaarden aanwezig voor toepassing van die veilige werkwijze. Wat echter ontbrak, waren de juiste instructies en adequaat toezicht. Verder maakt Inspectie SZW de inspectiegegevens openbaar. Bezwaar en beroep van de werkgever bij de rechtbank zijn vergeefs. De werkgever gaat in hoger beroep.

> LEES OOK: Toezicht bij asbestsanering: met je neus er bovenop

1. Alleen minister bevoegd om boete op te leggen

Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voert de asbestverwijderaar aan dat alleen de minister bevoegd is om een boete op te leggen. Maar volgens de Afdeling staat in artikel 46, tweede lid Grondwet, dat een staatssecretaris hier in plaats van de minister mag optreden. Dit als de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen. In het Besluit vaststelling taakomschrijving Staatssecretaris van SZW (Stcrt. 2017, 73300) staat bovendien dat de staatssecretaris belast is met arbeidsomstandigheden.

2. Verklaring DTA kan geen grondslag zijn voor boete

De Afdeling twijfelt ook niet aan de juistheid van de ondertekening van het boeterapport. De werkgever heeft betoogd dat de Deskundige Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA) de cautie had moeten krijgen. Oftewel: men had de DTA erop moeten wijzen dat hij niet verplicht was tot antwoorden. Deze DTA was immers ter plaatse de feitelijk leidinggevende. Daarom kan zijn verklaring geen grondslag zijn voor de boete. Maar de Afdeling heeft al eerder overwogen dat het zwijgrecht alleen geldt voor rechtspersonen; de bestuurders dus van een onderneming. Hoewel een DTA wel een bijzondere verantwoordelijkheid heeft, is hij geen bestuurder.

> LEES OOK: Wat u zeker wilt leren over certificeren

Fout toezichthouder is fout asbestverwijderaar

3. Overtreding staat onvoldoende vast

Verder betoogt de asbestverwijderaar dat de overtreding onvoldoende vaststaat. Maar de Afdeling concludeert dat dit wel het geval is. Zij wijst daarbij op vier punten die ter illustratie zijn genoemd: 1) gebruik van een verkeerde decontaminatie-unit, 2) de DTA droeg niet de juiste handschoenen, 3) er lag op diverse plaatsen zwerfvuil en 4) een werknemer droeg niet het verplichte volgelaatsmasker.

4. Fout ligt bij DTA, niet bij asbestverwijderaar

Tot slot is aangevoerd dat naleving van de voorschriften binnen de invloedssfeer van een DTA ligt. Die heeft steken laten vallen en dat kan je de asbestverwijderaar als werkgever toch niet verwijten? Inderdaad kan de DTA ook een boete krijgen voor de overtreding van artikel 4.50 vijfde lid Arbobesluit. Maar dit betekent niet dat de werkgever dan geen boete meer kan krijgen.

> LEES OOK: Kan je een deskundige aansprakelijk stellen? (vraag 13)

Daarbij was de DTA zowel toezichthouder als leidinggevende. Daarmee was hij naar de werknemers toe een vertegenwoordiger van de werkgever. Zijn handelingen worden dan ook toegerekend aan de werkgever. De Afdeling volgt de werkgever daarom niet in zijn betoog dat de overtreding hem als werkgever niet te verwijten valt. Daarmee is het hoger beroep ongegrond.

Bron: Raad van State, afd. bestuursrechtspraak, 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2952
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

Fout toezichthouder is fout asbestverwijderaar

Reageer op dit artikel