blog

Arbowetbeleidsregelcatalogus

Wetgeving

Auteur: Aart Kraak

 

Ik denk met weemoed terug aan de tijd dat we als adviseurs van het GAK-AdviesBureau door het land reden om te adviseren. Er werden ook sectorprojecten uitgevoerd, maar vooral heel praktisch, ‘werkplekgericht’. De meeste advisering vond heel direct plaats, gewoon bij individuele werkgevers, en uiteraard werknemers. Ons advies werd betaald uit de premies aan de bedrijfsvereniging. Vrijwel alle bedrijven kenden het GAK-AB. Wat een fantastische tijd was dat. Geen beperking in uren, geen offertes, geen declarabiliteit. Je rolde vaak van het een in het ander bij zo’n bedrijf, omdat je er toch was. Ik ben niet altijd even gelukkig met de beleidsmatige, procedurele aanpak van ‘arbo’. Er wordt zoveel bedacht en ontwikkeld, maar wat gebeurt er concreet op de werkvloer? Volgens mij is die balans een beetje scheef.

 

Veel energie zit tegenwoordig in de arbocatalogi. Ik zie ze allemaal langskomen. En ik ben best gecharmeerd van het fenomeen op zich, maar wordt het er straks beter van? Of hebben we straks alleen maar regels op een andere manier op een andere plaats opgeschreven?

 

Onlangs kreeg ik een vraag van een werknemer van een zwembad. Hij vond het nogal stinken naar chloor (ja, wat had je dan gewild, pindakaas?). Bij het formuleren van het antwoord kwam ik terecht bij beleidsregel 4.6-4 waarin iets staat over bedrijfshulpverlening en een persluchtmasker. Die beleidsregel moet nu dus worden overgenomen, bijvoorbeeld in een arbocatalogus voor zwembaden, of recreatie in het algemeen. Prima, maar ik wil graag weten hoe we het gaan regelen in mijn eigen zwembad.

 

Ik heb een paar zwembaden in de omgeving gebeld. Het 3e zwembad bleek daarover afspraken te hebben gemaakt met de brandweer: niks doen, 112 bellen, ontruimen en de brandweer naar binnen sturen.Ik ben ook even langs ‘mijn eigen zwembad’ gereden, en heb de dame bij de kassa gevraagd of ik een paar vragen mocht stellen aan een bedrijfshulpverlener. ‘Jawel, maar dan moet u morgen even langskomen, want die zijn nu naar huis.’ Het was 16.45 uur; het bad is open tot 22.30 uur. Ik vroeg of dat gebruikelijk was. Want wie gaat er hulp verlenen als er iemand onwel raakt of zich verwondt? Wie zet het persluchtmasker op als er chloor lekt? Ze keek of ze water zag branden.

 

In de hal zat een jongetje te eten. Een medewerker van het zwembad stond er bij, leunend op zijn bezem:

Zo jongen, smaakt het?
Hmmm
Een boterham met pindakaas zeker, he?
Ja, ze zeggen dat je er sterk van wordt, van pindakaas!
Dan wil jij vast wel bedrijfshulpverlener worden, he?
Ja, en zwemmer,
Eet dan maar lekker door, mien jong.

 

Aart Kraak is werkzaam bij De Arbocompagnie

www.arbocompagnie.nl

Reageer op dit artikel