blog

Zwaar werk

Wetgeving

Nou, misschien niet iedereen: er is immers nog een discussie gaande over het ontzien van de zware beroepen. Voor die beroepen komt een speciale regeling: mensen met zo’n beroep hoeven dat maar maximaal dertig jaar te doen. Na die dertig jaar moet hun werkgever een minder belastende functie aanbieden. Het is nog maar de vraag of dat, vooral in het midden- en klein bedrijf, haalbaar is: daar liggen de nodige vervangende – lichtere – functies immers niet voor het oprapen!

Zwaar werk

 

Laat staan dat er op dit moment zicht is op wat nu precies kan worden verstaan onder zware beroepen. Maar ik hoorde uit de mond van de verantwoordelijke minister Donner dat we nog tien jaar de tijd hebben om te identificeren wat we nu precies moeten verstaan onder die zware beroepen. Donner zag zelf geen problemen: de betrokkenen moeten zich er zelf mentaal op voorbereiden dat zij op een gegeven moment iets anders moeten gaan doen.

 

Maar dat kan misschien wel eens onderdeel van het probleem zijn: bij de zware beroepen gaat het vaak ook om mensen die minder opgeleid zijn. Die per definitie niet zoveel kansen hebben als hoogopgeleiden en wellicht ook mentaal wat minder sterk staan. Iedereen denkt dan aan stratenmakers, maar Donner noemde zelf als voorbeeld ook de balletdanseressen. Die gaan immers op hun 35e iets anders zoeken.

 

Deze discussie schoot me meteen te binnen toen ik het bericht las dat in Amsterdam de prostituees veel te lang werken. Uit het artikel bleek dat sommige vrouwen wel meer dan honderd uur in de week in de weer zijn. De zorgwethouder van die gemeente vindt dit onverantwoord en wil daarom op korte termijn Amsterdamse richtlijnen opstellen voor de werktijden en arbeidsomstandigheden voor iedereen die in de prostitutie werkt.

 

Ze wil daarvoor met hulpverleners, exploitanten en de vrouwen zelf afspraken maken waaraan iedereen in Amsterdam zich moet houden. Het is maar te hopen dat andere gemeenten waarin prostituees werkzaam zijn, deze regeling volgen. Beter nog: het zou landelijk vastgesteld moeten worden. Maar zou het hier ook niet gaan om een zwaar beroep? De vraag is dan of de vrouwen in deze sector op hun 35e ook genoodzaakt zijn iets anders te zoeken!

 

In de dagelijkse veiligheidspraktijk hebben we geleerd eerst de risico’s te identificeren, dan de risico’s te evalueren naar aard en omvang en vervolgens – als het goed is – te komen met een aantal verbetervoorstellen, vastgelegd in een plan van aanpak. Een werkwijze die is vastgelegd in de Arbowet. Een wet die nota bene is opgesteld door regering en parlement. Maar los daarvan is die werkwijze ook breed geaccepteerd. Maar is het dan niet merkwaardig dat die werkwijze door diezelfde regering en door het parlement bij de vaststelling van de verhoging van de AOW-leeftijd niet gevolgd wordt?

 

Eerst wordt besloten die leeftijd te verhogen, daarna wordt er gekeken wie we daarvan eventueel kunnen – of nog beter: moeten – uitsluiten. Dat blijkt uiterst ingewikkeld te zijn en er wordt ook maar even voorbijgegaan aan het feit dat de arbeidsparticipatie boven de 60 jaar nog fiks omhoog zou kunnen. Waardoor de verhoging misschien helemaal niet nodig is en je op je 60e niet op zoek zou hoeven naar lichter werk!

 

Rob Poort is jurist en veiligheidskundige bij Bureau Poort.

Reageren? www.bureaupoort.nl

Reageer op dit artikel