blog

Woordvoerder?

Wetgeving

De vrijwilligers die dergelijke voertuigen bouwen, werken met polyester en gebruiken de daarbij gangbare oplosmiddelen als methylethylketon, ze lassen, werken op hoogte en zo zijn er nog wat zaken waarbij de vrijwilligers ernstige risico’s lopen.

Woordvoerder?

 

Het gaat niet om zo maar een paar loslopende mensen: vaak betreft het verenigingen die gezamenlijk een dergelijke wagen bouwen. Het dagblad BN/De Stem verhaalde begin februari over een dodelijk ongeval bij het bouwen van een carnavalswagen in Halsteren. Het slachtoffer kwam om het leven toen bij het lassen aan een carnavalswagen een vat met chemicalien ontplofte. Het zou volgens de voorzitter van de Brabantse Carnavals Federatie alleen al in die regio gaan om honderden bouwploegen, die door dit drama toch maar weer met de neus op de feiten worden gedrukt. De voorzitter gaf in zijn reactie aan dat bij het bouwen van een carnavalswagen een ongeval altijd op de loer ligt en dat bouwploegen vaak werken met gevaarlijke stoffen en linke technieken zoals lassen.

 

Bouwloodsen zijn volgens de voorzitter ‘werkplaatsen waar bijna bedrijfsmatig wordt gewerkt’. Bijna bedrijfsmatig? Ik zou zeggen dat dit bouwen helemaal bedrijfsmatig is. Met als aantekening dat de bedrijfsvoering bedroevend is, of eigenlijk is daar helemaal geen sprake van. Iedereen weet toch dat brandbare stoffen en laswerkzaamheden niet samengaan. Of misschien niet, zoals uit deze droevige zaak blijkt. Het artikel vervolgt met de opmerking dat er, ondanks de steeds professionelere aanpak en het omgaan met riskante stoffen, geen veiligheidsvoorschriften gelden voor dit soort werk. Maar de uitsmijter was wel dat een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken (en Werkgelegenheid, maar dat stond er niet bij) aangaf dat de Arbeidsinspectie geen toezicht houdt. Want, zo zei deze persoon, het is vrijwilligerswerk en dat valt niet onder de Arbowet.

 

Ik heb geen idee, wat de functie van deze woordvoerder is, maar hij zit er volledig naast. Het gaat hier om werk in een bepaald verband. En om te beginnen mag de inspectie te allen tijde binnentreden als er een vermoeden is van arbeid. Niet alleen in bouwloodsen maar zelfs in privewoningen of achterafschuurtjes. En wat betreft de vrijwilliger en de arbowetgeving: artikel 9.5a van dit besluit heeft als titel ‘Verplichtingen van degenen bij wie de vrijwilligers werkzaam zijn’. De ‘werkgevers’, dus de clubs en verenigingen die bijvoorbeeld zijn aangesloten bij de Brabantse Carnavals Federatie, worden daarmee verplicht tot naleving van een behoorlijk aantal voorschriften op grond van de arbowetgeving. Onder andere over het werken op hoogte, werken met gevaarlijke stoffen, beperking van blootstelling aan lawaai en zo nog wat zaken. Ook heeft de inspectie de bevoegdheid het werk stil te leggen en is de ‘werkgever’ verplicht ernstige ongevallen of ziekenhuisopname van een vrijwilliger te melden. Een schone taak dus voor de voorzitter van de Brabantse Carnavals Federatie om dit eens naar zijn leden te communiceren. En ik raad de woordvoerder van SZW aan de Arbowet eerst eens goed te lezen voordat hij weer met een onzinnige uitspraak komt.

 

Rob Poort is jurist en veiligheidskundige bij Bureau Poort.

Reageren? www.bureaupoort.nl

Reageer op dit artikel