blog

Regen of neerslag?

Wetgeving

Het was even stil in mij. Eigenlijk had ik nooit gedacht dat het mij zou kunnen gebeuren. Ik ben namelijk bescheiden, doe getrouw mijn werk en zoek geen bekendheid voor al mijn daden van plichtsbetrachting,  gemeenschapszin en zelfopoffering.

Regen of neerslag?

Terwijl ik mijn klofje verruilde voor mijn nette pak, onderzocht ik mijn staat van dienst als stadsburger. Het kon vast niet samenhangen met mijn leidende rol in de protesten tegen een jongerencentrum, dat vlak bij onze wijk zou worden gebouwd; Immers, dat was niet opbouwend geweest. Maar verder was ik als voorzitter van de wijkvereniging toch vaak zichtbaar geweest bij wijkfeesten en het “wijkgericht overleg” met de Gemeente. Ik was kortgeleden zelfs toegetreden tot de Regiegroep Wijkgerichte Budgetten, die moet beslissen over subsidietoewijzing  met een totaalbedrag van wel € 7500,-!

Of had het te maken met mijn werk? In mijn auto stappend bedacht ik, dat mijn professionele verdiensten op een veel hoger plan liggen dan een wijkfeestje en een Sinterklaasoptocht.  Mijn chef had zich de laatste tijd al steeds lovend naar mij uitgelaten. Vooral mijn praktische maar compromisloze benadering van de Arbozorg, het direct aanspreken van wetenschappers op onderzoeksrisico’s  en mijn heldere voorlichtingsactiviteiten moesten zijn opgevallen.

Eindelijk was via mij de waarde van preventieve arbozorg op waarde geschat! Aan het eind van mijn carriere kon ik tevreden omzien: in de tientallen jaren die ik had gewijd aan de bevordering van veilig werken op de universiteit had ik honderden eerstejaarsstudenten voorgelicht over arbowetgeving en veilig werken. Ik had tientallen medewerkers behoed voor ongevallen door risico’s te inventariseren en te laten aanpakken. Er waren vast dodelijke slachtoffers gevallen als ik niet zo adequaat had opgetreden tegen het gebruik van giftige en kankerverwekkende stoffen en niet regelmatig medewerkers had overtuigd van het nut van persoonlijke beschermingsmiddelen. Kortom, velen danken hun leven of gezondheid aan mijn jarenlange inspanningen.

In de stromende regen stap ik het gemeentehuis binnen. Verderop staan achtenswaardige burgers, een paar gewaardeerde allochtonen en eenvoudige handwerkslieden bij elkaar. Vervuld van dankbare trots stap ik op de groep toe, terwijl vanuit mijn linkerooghoek de voorzitter van het wijkgericht overleg nadert, met een verontschuldigende glimlach. “Goedemorgen, fijn dat u kon komen.” Hij kijkt schichtig naar mijn pak. “We moeten voor 1 mei de toebedeling van subsidiegelden rond hebben, dus ik dacht dat we maar even om de tafel moesten gaan zitten. Wilt u vast naar commissiekamer 3 gaan, terwijl ik de rest van de Regiegroep opvang?”

Manhaftig verdring ik een gevoel van teleurstelling. Ook tevreden, dat ik in tegenstelling tot velen niet opzichtig te koop loop met mijn verdiensten. Mij past geen lintje.

Arthur Mac Gillavry is Arbodeskundige bij een universiteit en heeft al bijna de wegvluchtende pensioenleeftijd ingehaald.

Reageer op dit artikel