nieuws

Hoor eens, eenmaal doof is voor altijd doof

Wetgeving

In Recht elke twee weken een interessante uitspraak. Dit keer: over de juridische nasleep van lawaai. Wat als er geen gehoorbescherming ter beschikking is gesteld en iemand loopt gehoorbeschadiging op?

Hoor eens, eenmaal doof is voor altijd doof

Overdadig geluid – lawaai – kan leiden tot ernstige gehoorbeschadiging. (Deels) doof worden door blootstelling aan lawaai is een belangrijke bron van beroepsziekten. Hoe zit het in zulke gevallen met de handhaving en de civielrechtelijke gevolgen? Rob Poort legt het uit aan de hand van vijf stukken jurisprudentie.

Europese richtlijn bescherming werknemers tegen lawaai

De Europese Commissie heeft al in 1986 een Richtlijn uitgevaardigd die werknemers moet beschermen tegen lawaai op het werk (Richtlijn 86/188/EEG). Die is in 2003 vervangen door de Richtlijn 2003/10/EG ‘Minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia’. Na deze mondvol staat gelukkig in de titel ook tussen haakjes waar het over gaat: Lawaai.

De Richtlijn is geïmplementeerd in het Arbo-besluit, Hoofdstuk 6, Afdeling 3, de artikelen 6.6 tot en met 6.11. Daarin de gebruikelijke voorschriften: het maken van een nadere RI&E, te nemen maatregelen, normen, maatregelen bij gehoorbeschadiging en het geven van voorlichting en instructie.

> LEES OOK: Zo vergeet u niets in de RI&E

Meldingen NCvB over gehoorbeschadiging scoren hoog

Uit de gegevens van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (Beroepsziekten in Cijfers 2016, NCvB) valt af te leiden dat de meldingen over gehoorbeschadiging hoog scoren. Van de meldingen over 2015 valt ruim 90 procent van de aandoeningen in drie beroepsziektecategorieën: psychische aandoeningen (33%), gehooraandoeningen (31%) en aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat (28%).

De belangrijkste gemelde gehooraandoeningen, gehoorverlies en oorsuizingen (tinnitus), vinden hun oorzaak in blootstelling aan te veel beroepsgebonden lawaai. Daarbij overheersen meldingen uit de bouwsector. Opvallend (zo meldt het rapport) is het aantal meldingen van tinnitus bij de politie. Verder is doof worden nauwelijks aanleiding voor ziekmeldingen of arbeidsongeschiktheid. En kennelijk voor de Inspectie SZW ook nauwelijks aanleiding om er actief op te handhaven.

> LEES OOK: Gehoorbescherming: pasvorm is prioriteit

Vergeet niet: eenmaal doof is voor altijd doofWeinig of geen aandacht voor lawaai van Inspectie-SZW

In het jaarverslag van de Inspectie SZW (toen: Arbeidsinspectie) uit 2010 zien we nog veel aandacht voor lawaai. Het verslag geeft aan dat in ruim 97 procent van de 26 genoemde sectoren, maatregelen zijn genomen tegen geluidsoverlast. Maar in de jaren erna is er kennelijk geen aandacht meer voor dit risico. En datzelfde geldt ruwweg voor de jaarplannen van de Inspectie: na het jaarplan van 2011 komt het onderwerp lawaai slechts summier in beeld. Gelet op het hiervoor genoemde aantal meldingen aan het NCvB is dat een vreemde zaak. Maar de inspectie vindt bescherming van het gehoor kennelijk niet belangrijk.

> LEES OOK: Schakel schadelijk geluid uit

De rechtspraak versterkt dat beeld. Sowieso is er niet veel jurisprudentie over het onderwerp lawaai of het onderwerp gehoorbeschadiging. De uitspraken die er zijn, liggen bijna allemaal op het civielrechtelijke vlak. Dus werknemers die schadevergoeding vorderen van hun werkgever omdat zij door hun werk gehoorbeschadiging hebben opgelopen. Of in gewone taal: slechthorend of doof zijn geworden.

5 x jurisprudentie over gehoorschade: doof door werk

Casus 1 – Eis tot naleving

Voor het zoeken naar bruikbare jurisprudentie is teruggegaan tot 1986, het jaar van de bekendmaking van de eerste Richtlijn lawaai. Voor zover bekend is één zaak gepubliceerd waarin de Arbeidsinspectie handhavend optrad tegen lawaai.

Het betrof een bedrijf waar men afval sorteerde dat daarna naar recyclingbedrijven ging. De inspectie stelt in juli 2005 zonder meting een eis tot naleving (art. 27 Arbowet) in verband met de blootstelling aan (onder meer) te veel geluid. Na vergeefs bezwaar van de werkgever oordeelt de rechter dat de eis tot vermindering van het geluidsniveau van meer dan 85 dB(A), terecht was. De inspectie had immers in 1998 door meting overschrijding van het geluidsniveau geconstateerd. Uit niets bleek dat sindsdien verbeteringen waren aangebracht. Daarom mocht de inspectie er terecht vanuit gaan dat het geluidsniveau nog steeds te hoog was en daarmee in strijd met artikel 6.8, eerste en derde lid Arbobesluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard (Rechtbank Maastricht, 29 mei 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BB4225).

> LEES OOK: Otoplastieken en hun meerwaarde in kaart

Mogelijk zijn er nog andere zaken geweest waarin de Inspectie handhavend optrad, maar die zijn niet bekend of niet gepubliceerd. Wel zijn er enkele uitspraken waarin de werknemer, na het oplopen van gehoorschade, schadevergoeding eiste van de werkgever.

Casus 2 – De cellist

Een vrij bekende zaak is die van een cellist bij het Gelders Orkest. De beroepsmuzikant werkt al jarenlang bij het orkest als wordt vastgesteld dat hij gehoorklachten heeft opgelopen. Hij stelt zijn werkgever (een stichting) aansprakelijk. De kantonrechter kent oktober 2003 de vordering toe omdat de stichting niet aan haar zorgplicht heeft voldaan (art. 7:658 BW).

In beroep van de stichting komt het gerechtshof tot eenzelfde oordeel. Er waren zowel specifieke (afscherming en oordoppen) als preventieve maatregelen (gehooronderzoek en metingen geluidsbelasting) genomen. De meer algemene maatregelen hadden slechts een bijkomend effect op de beperking van de gehoorschade en legden daarmee onvoldoende gewicht in de schaal. Maatregelen werden niet consequent doorgevoerd en toezicht op de naleving was onvoldoende. De cellist heeft ernstige gehoorschade opgelopen, met de extra dreiging van doofheid.

Het hof is van oordeel dat het gehoor van essentieel belang is voor een beroepsmusicus. Aantasting van het gehoor is daarnaast van invloed op de kwaliteit van het dagelijks leven. Het hof kent een schadevergoeding toe van 10.000 euro (Gerechtshof Arnhem, 18 augustus 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5746).

> LEES OOK: Zo hard mag de muziek in uw café

Vergeet niet: eenmaal doof is voor altijd doof

Casus 3 – De scheidsrechtersfluit

De cellist kreeg daarmee, na een lange juridische weg, vergoeding van de geleden schade. Maar dat gaat niet altijd op, zo merkte een leraar van een basisschool. Hij werkt daar sinds 1975 en valt in 2008 ziek uit, van werkhervatting is geen sprake meer. In 2013 vordert hij 50.000 euro schadevergoeding. Hij zou door het gebruik van een scheidsrechtersfluit tijdens de gymlessen gehoorschade hebben opgelopen waardoor hij niet meer kon werken.

In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de onderwijzer het oorzakelijk verband tussen het werk en de schade onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Er zijn geen medische stukken overgelegd die ondersteunen dat de gehoorschade is veroorzaakt door de twee uur gymles per week die hij gaf. Dat de leraar dit anders ziet, omdat in zijn familie geen gehoorschade voorkomt en hij al vrij jong een gehoorapparaat nodig had, volstaat niet. De vordering wordt afgewezen (Centrale Raad van Beroep, 21 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:240).

> LEES OOK: Fluiten naar schadevergoeding?

Bedenk bij deze uitspraak dat één van de conclusies van het NCvB was dat docenten een belangrijke risicogroep vormen als het gaat om gehoorbeschadiging. Kindergeschreeuw en tekortschietende akoestiek worden genoemd als aandachtspunten voor preventie. Die factoren kwamen in deze zaak nauwelijks aan de orde.

Casus 4 – De bakkerijketen

Ook op minder voor de hand liggende werkplekken kan het geluidsniveau (te) hoog zijn, zo blijkt uit de volgende, vrij recente uitspraak. Dit betreft een vrouw die sinds 1986 bij een bakkersketen werkt. Vanaf 2000 bezoekt zij wegens oorsuizen de huisarts en in later jaren een KNO-arts. Die stelt gehoorverlies vast, mogelijk veroorzaakt door het lawaai van de snijmachines. Er is ook sprake van duizeligheid en evenwichtsstoornissen Zij raakt volledig arbeidsongeschikt en stelt de bakkerijketen aansprakelijk voor de schade.

De kantonrechter stelt op grond van de stukken vast dat de werkneemster lijdt aan gehoorverlies, veroorzaakt door lawaai op de werkplek. Zij werd blootgesteld aan meerdere lawaaibronnen, zoals snij-, zuig- en inpakmachines, een lopende band, een vriestoren en een (regelmatig afgaand) alarm. De Arbeidsinspectie en de RI&E meldden in 2001 overschrijding van de geluidsnormen, maar pas in 2006 zijn maatregelen genomen en is gehoorbescherming verstrekt. Daarmee is de werkgever tekortgeschoten in zijn zorgplicht (art. 7:658 BW). Er wordt 20.000 euro als voorschot op de uiteindelijke schadevergoeding toegekend (Kantonrechter Den Haag, 3 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:921).

> LEES OOK: Doofheid door lawaai in bakkerij

Vergeet niet: eenmaal doof is voor altijd doofCasus 5 – Arbeidsvitaminen

Overigens kan omgevingslawaai in kantoren en werkruimten voor verminderde concentratie zorgen. Dat is bijvoorbeeld te bestrijden met afscherming van de werkplekken, zoals akoestische schermen. Anders is het als het omgevingslawaai bewust wordt gemaakt. Dat ondervond een werknemer die een juridische strijd voerde tegen zijn (inmiddels ex-)werkgever omdat die niets deed tegen het radiolawaai op zijn werkplek. De werknemer klaagde regelmatig bij de leiding over de ongewenste ‘arbeidsvitaminen’. Maatregelen bleven uit en de werknemer meldde zich ziek en belandde uiteindelijk in de WW (Rechtbank Zutphen, 23 april 1998, ECLI:NL:RBZUT:1998:AG2095).

De rechtbank vond toen echter dat het welzijn van één werknemer niet kon leiden tot aanpassing van de arbeidssituatie voor alle andere collega’s. Die zouden juist baat hebben bij de arbeidsvitaminen. Ook was geen sprake van overschrijding van de wettelijke geluidsnormen. De rechter deed de werknemer de suggestie om oordoppen te gaan dragen. Maar deze uitspraak dateert uit 1998. De vraag is of een rechter nu tot eenzelfde oordeel zou komen.

> LEES OOK: Muziekje erbij? Doe dan je oordoppen maar in

Werkgever moet beschermen: niet doof door werk

In algemene zin moet de werkgever maatregelen nemen om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt door het werk. De maatregelen moeten effectief zijn en de werkgever moet ook toezien op de naleving. Dat geldt zeker voor bescherming tegen lawaaidoofheid. Gehoorbeschadiging is immers onomkeerbaar: doof is doof.

Mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige | Bureaupoort.nl

> Volgende keer gaat Recht over misdragingen tijdens de bedrijfsborrel. Lees de volgende aflevering in onze nieuwsbrief!

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

Hoor eens, eenmaal doof is voor altijd doof

 

 

Reageer op dit artikel