nieuws

Zorgplicht voor niet-eigen werknemers? Jazeker!

Wetgeving

In Recht elke twee weken een interessante uitspraak. Dit keer zelfs drie uitspraken, over de zorgplicht van een werkgever. Die heeft hij voor zijn eigen mensen als onderdeel van wat we ‘goed werkgeverschap’ noemen. Maar hoe zit dat bij niet-eigen werknemers, zoals inleenkrachten, zzp’ers of vrijwilligers?

Zorgplicht voor niet-eigen werknemers? Jazeker!

De werkgever heeft de plicht te voorkomen dat werknemers tijdens hun werk schade oplopen. Dat is kortweg de strekking van artikel 7:658 BW. Dit heet zorgplicht. De werkgever moet daarom zorgen dat werkruimtes en arbeidsmiddelen (machines, gereedschap) veilig en goed onderhouden zijn. En instructies geven.

Aansprakelijk, behalve bij nagekomen zorgplicht

De werkgever is aansprakelijk voor de schade, tenzij hij kan aantonen dat hij zijn verplichtingen is nagekomen. Of kan aantonen dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de werknemer. Dit laatste is niet alleen moeilijk te bewijzen, maar heeft in de praktijk ook weinig tot geen betekenis. Daarom laten we dat in deze bijdrage buiten beschouwing. De werkgever kan deze aansprakelijkheid niet uitsluiten, zo geeft het derde lid aan.

Zo zit het met zorgplicht voor uitzendkrachten

In 1998 werd er in het kader van de Wet flexibiliteit en zekerheid nog een vierde lid aan art. 7:658 BW toegevoegd. Daarin staat dat een werkgever die werk laat doen door iemand met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, op overeenkomstige wijze aansprakelijk is. De ingeleende werknemer kan er op grond van dit artikel voor kiezen om zowel zijn formele werkgever (het uitzendbureau) als het inlenende bedrijf aan te spreken voor de schade door een ongeval tijdens zijn werk bij de inlener.

De wetgever vond dit gewenst, omdat een werkgever immers kan kiezen of hij het werk laat uitvoeren door eigen of door ingeleend personeel. Dat mocht niet ten koste gaan van de rechtspositie van degene die het werk uitvoert. Om die reden is de werkgever die zijn zorgverplichting niet nakomt op dezelfde wijze aansprakelijk voor ingeleende werknemer als voor eigen werknemers.

Casus Adecco

Een uitzendkracht van Adecco werkt bij de KLM op het cargoplatform. Hij moet een sleep palletwagens laden op een transporter. Daarnaast staat een andere sleep, waar een collega pallets overlaadt naar een derde sleep. Een van de transporters gaat onverwacht rijden. De werknemer raakt met zijn voet bekneld tussen twee rijen pallets en loopt letsel op. Hij spreekt zowel Adecco als inlener KLM aan voor schadevergoeding.

Het hof overweegt dat de oorzaak van het letsel uit getuigenverklaringen voldoende blijkt. Het hof vindt het merkwaardig dat de bestuurder van een transporter niet is geïnstrueerd om een waarschuwingssignaal te geven voordat hij gaat rijden. Daarom is het hof van oordeel dat KLM tekortgeschoten is in haar zorgplicht. Verder levert onvoorzichtigheid nog geen bewuste roekeloosheid op. Ook houdt het hof rekening met het ervaringsfeit dat het regelmatig verkeren in een bepaalde werksituatie tot vermindering van de nodige voorzichtigheid kan leiden. De vordering van de uitzendkracht wordt toegewezen.

Gerechtshof A’dam, 15 oktober 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4994

De kern in deze zaak is dat KLM geen instructies had gegeven. Maar bij het oordeel of een werkgever al dan niet aan zijn zorgplicht voor medewerkers heeft voldaan kijkt de rechter ook – en vooral – naar de bepalingen uit de Arbowetgeving. Die geven immers goed de verplichtingen aan waaraan de werkgever zich te houden heeft. Daarbij valt te denken aan zaken als arbobeleid, met als kernpunten de RI&E en het daarop berustende plan van aanpak, het geven van voorlichting en instructie, en het nodige toezicht op de naleving. Kortom: de bekende vereisten voor goed werkgeverschap.

> LEES OOK: Arbobeleid, dit zijn de aandachtspunten

Zo zit het met zorgplicht voor zzp’ers

De wettekst van artikel 7:658 lid 4 spreekt van “een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft”. Een ruime omschrijving, waaronder in beginsel ook zzp’ers kunnen vallen. Van belang is ook dat het moet gaan om werkzaamheden die de opdrachtgever/inlener van de zzp’er in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten. Waar de omschrijving “in de uitoefening van het beroep of bedrijf” op doelt, heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt in het Arrest Davelaar/Allspan.

Casus Davelaar/Allspan

Zzp’er Davelaar is door Allspan ingehuurd voor revisiewerk aan een vezelverwerkingsmachine. Davelaar krijgt daarbij een ernstig ongeval waardoor zijn rechterbeen boven de knie is geamputeerd. Hij stelt Allspan aansprakelijk op grond van art. 7:658 lid 4 BW. Rechtbank en hof wijzen dit af, omdat de werkzaamheden niet zijn verricht in de uitoefening van het bedrijf van Allspan. De Hoge Raad oordeelt dat ook een zelfstandige een “persoon” kan zijn in de zin van art. 7:658 lid 4 BW.

Voor het voldoen aan het criterium “dat de verrichte werkzaamheden hebben plaatsgevonden in de uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever” is niet vereist dat het gaat om werkzaamheden die tot het wezen van het bedrijf behoren. Daarbij is bepalend of de verrichte werkzaamheden feitelijk tot zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening behoren. Davelaar werd al jaren ingehuurd voor problemen met machines, tot zelfs in het buitenland. Ook bij deze klus was de opdrachtgever zelf aanwezig, gaf aanwijzingen en volgde nauwlettend de voortgang van het werk. Na de aanschaf van een nieuwe motor heeft hij die samen met de zzp’er gemonteerd.

Volgens de Hoge Raad betekent dit dat de werkzaamheden werden uitgevoerd in de uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever. Zij verwijst de zaak voor verdere afdoening terug naar het gerechtshof.

HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616 (Davelaar/Allspan

Werk in kader van reguliere bedrijfsvoering?

Uit dit arrest volgt dat opdrachtgevers aansprakelijk kunnen zijn voor de schade die zzp’ers lijden door een arbeidsongeval. Voorwaarde is dat zij de werkzaamheden uitvoeren in het kader van de reguliere bedrijfsvoering. Dat geldt bijvoorbeeld niet bij het schilderen van een kantoorpand of het zemen van de ramen door een zzp’er die dit werk heeft aangenomen.

Maar doet de zzp’er werk dat behoort tot de normale bedrijfsuitoefening, dus werk dat het ‘eigen’ personeel ook doet? Dan geniet deze zzp’er dezelfde rechtsbescherming bij bedrijfsongevallen als de werknemers die in loondienst zijn. In zo’n geval kan ook de gezagsverhouding een rol spelen.

> LEES OOK: Zo zit ’t met de zorgverplichting voor een zzp’er

Zo zit het met zorgplicht voor vrijwilligers

Hetzelfde kan worden gezegd over vrijwilligers. Ook de vrijwilliger is in beginsel niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Wat in de praktijk het vaakst voorkomt is dat de werkzaamheden die de vrijwilliger uitvoert slechts gebaseerd zijn op afspraken met de organisator van het desbetreffende evenement. Er is dan geen arbeidsovereenkomst, maar een vrijwilligersovereenkomst. Dat is zeker niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Maar de vrijwilliger kan onder omstandigheden wel een beroep doen op artikel 7:658 lid 4 BW, zo leert onderstaande uitspraak.

Casus Klusgroep parochie

Een man werkt als vrijwilliger bij de klusgroep van een parochie. Bij werkzaamheden op het dak van de kerk valt hij naar beneden. Hij vordert schadevergoeding van de parochie. De parochie is ook verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud van het kerkgebouw en het kerkhof. Dat duidt erop dat de door het slachtoffer verrichte werkzaamheden feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van de parochie behoorden. De parochie had zelf werknemers in dienst die deze werkzaamheden ook hadden kunnen doen. De wet vereist niet dat deze werknemers die werkzaamheden ook daadwerkelijk uitvoerden.

Het slachtoffer valt daarmee binnen het beschermingsbereik van art. 7:658 lid 4 BW. De werkzaamheden van de klusgroep vallen volgens het gerechtshof binnen de uitoefening van het bedrijf van de parochie. Die is tekortgeschoten in haar zorgplicht en daarmee aansprakelijk voor de schade.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5294; JAR 2016/193

We zien dat het hof hier een vergelijkbare redenering toepast als in de zaak Davelaar/Allspan. Oftewel: voor een vergoeding van de schade van een zzp’er door een bedrijfsongeval is het van belang dat de werkzaamheden die de zzp’er uitoefent feitelijk tot de normale bedrijfsuitoefening van het inlenende bedrijf behoren.

Dus als een bedrijf een glazenwasser inhuurt om de ramen van het bedrijfspand toonbaar te maken, is het niet mogelijk dat bedrijf aansprakelijk te stellen als de glazenwasser van zijn trap valt. Tenminste, als de gebruikte trap geen eigendom is van het inhurend bedrijf. Maar dat is weer een ander verhaal.

> TIP: Download de gratis whitepaper Top 5 ongevallen op het werk

Conclusie: zorgplicht van werkgever gaat ver

De zorgplicht van de werkgever gaat dus ver. Zo ver dat die ook beoogt bescherming te bieden aan niet-eigen werknemers die zich in een vergelijkbare positie bevinden als eigen werknemers.

Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

> Over twee weken weer een Recht. Lees de volgende aflevering in onze nieuwsbrief!

 

> TIP: Bijblijven met Arbowetgeving? Kom naar de Arbo Actualiteitendag!

Ook zorgplicht voor niet-eigen werknemers? Jazeker!

Reageer op dit artikel