Waterland Terminal, Amsterdam
<p>De producenten zelf spreken liever van een uitdaging, maar een objectief toeschouwer zou vaststellen dat zij worstelen met een groot probleem. Veel Europese landen sukkelen namelijk met hun economie; vooral in Duitsland, Italie en Nederland is de situatie weinig rooskleurig. Bedrijven tellen hun geld liever drie keer na voordat ze persoonlijke beschermingsmiddelen aanschaffen.Maar zoals gezegd: de fabrikanten zelf zien liever de zonnige zijde. Want andere macro-economische ontwikkelingen werken juist in hun voordeel. Nieuwe lidstaten van de Europese Unie vormen ideale afzetmarkten. Vooral Midden-Europa trekt veel nieuwe industrie aan, en dat betekent: veel vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen. Bovendien zullen de standhouders de nadruk leggen op de harmonisering van wetten en regels binnen de Europese Unie. De wirwar van beschermingsregels werd in de afgelopen jaren geordend tot een geheel, en dus kunnen bedrijven nu gemakkelijker zien welke beschermingsmiddelen ze nodig hebben.Bovendien is de markt volwassen geworden. Vooral grote bedrijven maken werk van arbo, en zien dat niet langer als kostenpost. En hun kleinere collega's worden door de wetenschap over de streep getrokken. Zo bleek uit Duits onderzoek dat iedere geinvesteerde euro zichzelf meer dan dubbel terugbetaalt (€ 2,30).</p>
<p>Maar liefst vijftien procent van de dragers van veiligheidsschoenen heeft in meer of mindere mate last van zijn stoere stappers, laat de firma Majestic ons weten. Niet alleen lopen veel mensen rond op voor hen verkeerde modellen, velen dragen hun schoenen met tegenzin omdat het nu eenmaal moet van de baas. Volgens Majestic hebben problemen met het dragen van veiligheidsschoenen uiteinde-lijk vooral met onwetendheid te maken. Voor organisaties die daar iets aan willen doen, biedt het bedrijf PBM-cursussen aan. Wie zo'n cursus heeft gevolgd, weet heel wat meer van doel, werking en dagelijks gebruik van veiligheidsschoenen. Bij de cursussen wordt de dagelijkse praktijk van de cursist als uitgangspunt genomen.</p>
<p>Een bejaardenverzorgster werkt al sinds 1977 bij een zorgstichting als zij op 10 juni 1997 arbeidsongeschikt wordt, aanvankelijk volledig, maar vanaf maart 2000 voor 45-55 procent. Tijdens haar ziekte verricht zij van april 1999 tot maart 2000 op vrijwillige basis administratieve werkzaamheden voor de OR.</p>
<p>Dit jaar start de Polikliniek Mens en Arbeid. Samen met de medische afdeling van het AMC en de VU behandelt het centrum werknemers met een complexe beroepsziekteproblematiek. Spreeuwers: 'We houden het bewust hoogdrempelig. Het is niet de bedoeling dat hier werknemers binnenlopen die ook door de bedrijfsarts behandeld kunnen worden. Bij de ontwikkeling van deze zorg voor complexe problematiek op het gebied van arbeid en gezondheid werken we samen met de Rijksuniversiteit Groningen. Door de samenwerking met klinische afdelingen beschikken we over een multidisciplinair team met specialisten op het gebied van huid- en longaandoeningen. Je moet dan denken aan de behandeling van werknemers die lijden aan een zeldzame vorm van astma of op het gebied van de audiologie. De astma kan dan door het werk zijn veroorzaakt, maar ook aangeboren zijn. Ons ideaalbeeld is dat er zo'n vijf of zes van deze voorzieningen gekoppeld aan de academische ziekenhuizen in Nederland zijn, waar mensen naar toe verwezen kunnen worden. Nu hebben we alleen nog een kliniek in Groningen en hier in Amsterdam. Wij willen graag een coordinerende rol spelen.'</p>
<p><i>Herman Schellekes verbaast zich over de foto bij het artikel 'Doorbraak of modieuze gril?' in Arbo 9. Want waar zijn de plastic schachten?</i></p>
<p>De werkgever meldde het ongeval direct aan de Arbeidsinspectie. Die concludeerde dat de stansmachine met een hand kon worden gestart. Ook was het mogelijk de (andere) hand onder de stempel van de stansmachine te brengen zonder dat de machine stopte.</p>
<p>Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken heeft een tip van de sluier opgelicht van zijn plannen voor een nieuwe, sterk gedereguleerde Arbowet. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij te streven naar zo min mogelijk aparte Nederlandse regels bovenop de algemene regels van de Europese Unie. Alleen voor 'zeer ernstige risico 's ' wil hij een uitzondering maken. Daarbij denkt hij onder andere aan de regels voor het vervangen van producten met vluchtige organische stoffen en aan de voorschriften voor het werken met professioneel vuurwerk. Ook de nationale regels voor het werken in liftschachten en voor de preventie van ongevallen met gevaarlijke stoffen (ARI&E-regeling) wil de bewindsman ongemoeid laten. De nationale wettelijke bepalingen voor verlichting, zitgelegenheden, hinder en toiletten zullen zeker sneuvelen, schrijft Van Hoof. Ook komt de verplichting te vervallen voor een schriftelijke voortgangsrapportage over de uitvoering van het plan van aanpak. Het arbeidsomstandighedenspreekuur moet er eveneens aan geloven. Verder wil Van Hoof de wettelijke bescherming van vrijwilligers terugbrengen tot het beschermingsniveau van zelfstandigen. Hij is van plan om de ongevallenmeldingsplicht te beperken tot ongevallen met meer dan drie dagen verzuim. De regelgeving voor bedrijfshulpverlening wordt eenvoudiger, schrijft de staatssecretaris de Kamer. Voor psychosociale arbeidsrisico 's wil Van Hoof een beleidsvoeringsverplichting invoeren. De bewindsman studeert nog op aanpassingen van de nationale bepalingen voor zandstralen en voor het werken met specifieke gevaarlijke stoffen als benzeen en zandsteen. Voor een eventuele aanpassing van de regels voor de kwalificatie van de deskundige ondersteuning wacht hij eerst een evaluatie van de liberalisering van de markt voor arbodienstverlening af. Overigens verwacht de staatssecretaris pas over vijf maanden met zijn definitieve voorstel voor de wetswijziging te komen. </p>
<p>Gevarenidentificatie omvat drie belangrijke aspecten, namelijk identificatie van het gevaar, de oorzaak en het gevolg. De oplossing van het probleem behoort niet tot de HAZID. Wel moet het deskundigenteam een aantal maatregelen formuleren om een probleem aan te pakken. Maatregelen kunnen bedoeld zijn om een gevaar direct te reduceren. Ook kunnen ze zijn gekoppeld aan een latere fase van het project, bijvoorbeeld evaluatie met behulp van een andere onderzoekstechniek zoals een HAZOP (zie kader).</p>
<p>Zo'n 450 kleine en grote winkels, zelfstandige winkeliers en franchiseketens in heel Nederland moeten er dit jaar aan geloven. Van de Ecco's, Hakkenbar's, Dixon's en Bart Smitten van deze wereld wil de inspectie weten hoe ze het probleem aanpakken. Want dat het een probleem is, behoeft geen discussie. Vijftig procent van de winkeliers zegt te lijden onder diefstal, verbale agressie en geweld. De andere helft slikt het probleem weg. 'Ferry van Rossum?' Inspecteur Ilja de Vries van de Arbeidsinspectie schudt de hand van de filiaalhouder, een zware tas vol vragenlijsten om haar schouder. 'Misschien kunnen we in het kantoor gaan zitten, zodat de klanten er geen last van hebben', stelt ze voor. Goed idee.</p>
<p>Arbouw is een van de ontwikkelaars van een onlangs verschenen poster waarop natuursteenbewerkers kunnen zien en lezen hoe ze gezond en veilig kunnen werken<span class="VOETNOOTNR"><a name="VN-ID0EBA"></a>* <a href="#VNUITLEG-ID0EBA">[1]</a> </span>. Maar is zo'n poster ook effectief? Volgens Hanneke Bax, manager communicatie bij Arbouw, wel: 'Van deze poster hebben we het effect niet gemeten, maar het recept is hetzelfde als dat van andere posters die aantoonbaar succes hadden.' Het succes waar Bax over rept, is bekeken op locatie. 'We hebben posters op verschillende bouwlocaties in bouwketen opgehangen. Enkele weken later hebben we de mensen tijdens hun werkzaamheden gevraagd of zij zich de boodschap van de posters konden herinneren en of zij deze ook begrepen. Hieruit bleek dat de posters een hoge attentiewaarde hadden.'</p>
<p>De kantonrechter wil eerst inzicht verkrijgen in de aard en ernst van het letsel en de daarop gebaseerde hoogte van de claim. Daarna zal hij toetsen of de werkgever de zorgverplichting van artikel 7:658 BW heeft nageleefd.</p>
<p>Het ontbreken van richtlijnen voor de benodigde deskundigheid vormt niet alleen een probleem voor werkgevers. Arbodiensten hebben er ook mee te maken. Het is immers hun taak, net als die van gecertificeerde arbodeskundigen, om te toetsen of het aangegeven deskundigheidsniveau adequaat is vastgesteld.</p>
<p>Is het werkelijk onveiliger geworden in de procesindustrie? Op basis van het verkennende onderzoek is het niet mogelijk om hier een sluitend antwoord op te geven. Zo is het bijvoorbeeld nog maar de vraag hoe groot de werkelijke toename van het aantal incidenten is geweest. Inderdaad is het aantal meldingen vanuit Nederland aan de Europese Commissie toegenomen. Maar of dit een trend is, staat niet vast, want de gegevens - zowel de nationale als de internationale - zijn beperkt betrouwbaar. Inderdaad is in Nederland in 2002 en 2003 veel gemeld vanuit het Botlekgebied. Maar juist in deze periode is het beleid van de Arbeidsinspectie daar gewijzigd en is die intensiever gaan speuren naar incidenten. Meer incidenten kunnen er dus ook op wijzen dat die incidenten vaker worden vastgelegd. Andere indicatoren op het gebied van veiligheid, zoals milieu-incidenten en verzuimongevallen, vertonen namelijk geen trendmatige daling of stijging.</p>