artikel

actueel

Geen categorie

Het Europese arboconvenant voor de kappersbranche strandde vorige maand in het zicht van de haven. Tijdens de conferentie Towards Effective Intervention and Sector Dialogue in Occupational Safety and Health in Amsterdam, zouden de handtekeningen worden gezet, maar de krabbels bleven uit. Tot verbijstering van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘Tot de week van het mislukken kregen we de sociale partners makkelijk aan de telefoon en vertelden ze positieve verhalen. Nu krijg ik ze niet meer te pakken’, vertelt een bij het convenant betrokken ambtenaar. ‘Ik vrees dat de problemen bij de CAO-onderhandelingen een rol spelen. Ik heb gehoord dat er problemen waren met de vervanging van chemische middelen.’

 

De implosie van het convenant is pijnlijk. Als voorzitter van de EU wilde het kabinet zich juist van de goede arbeidsomstandighedenkant laten zien. De werkgeversvertegenwoordiging in de kappersbranche, Koninklijke Algemene Nederlandse Kappersorganisatie ANKO, en de werknemers Kappersbond FNV hielden zich voor commentaar verborgen in de week van de convenantmislukking.

 

Ook de beroepsvereniging van psychologen wil dat mensen met psychische klachten eerder aan het werk gaan. Dat zegt woordvoerster C. van Vuuren van het NIP in een reactie op het rapport

 

‘Samen Beter Worden’ dat de Commissie Werkend Perspectief vorige maand openbaar maakte.

 

Volgens het rapport vinden professionals dat zieke werknemers te lang ziek blijven. Vooral mensen met psychische klachten hebben een negatief imago. Ruim de helft tot driekwart van de professionals denkt dat mensen met psychische klachten zich vaker ziek melden dan andere werknemers.

 

Tien tot twintig procent van de deskundigen denkt dat deze groep minder gemotiveerd is dan andere groepen. Alleen psychologen maken zich meer zorgen over het feit dat zieke werknemers te lang doorwerken dan dat ze te lang ziek blijven, aldus het rapport. Van Vuuren verklaart dit door te stellen dat het vooral om psychologen gaat die de klacht centraal stellen. ‘Je moet dan denken aan psychologen die bij het Riagg werken.

 

Psychologen die bij reintegratiebedrijven werken, denken er weer heel anders over. Het is te vergelijken met bedrijfsartsen die zich identificeren met de client en de kant van de werknemer kiezen.

 

Maar ook wij kiezen in het algemeen voor aansluiting bij de leidraad van Donner die pleit voor snelle werkhervatting. Sommige psychologen moeten meer naar het werk kijken en niet alleen naar de prive-situatie.’

 

Bij die werkhervatting moeten psychologen eerder worden ingezet, vindt het NIP. Volgens de vereniging zegt ruim veertig procent van de in het rapport ondervraagde psychiaters en psychologen dat bedrijfsartsen te weinig kennis hebben van de verzuimaanpak wegens psychische klachten.

 

Uit het rapport blijkt verder dat de meeste professionals die beroepshalve betrokken zijn bij de begeleiding van zieke werknemers en arbeidsgehandicapten vinden dat vooral de werknemer verantwoordelijk is voor het voorkomen van langdurig ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en voor de terugkeer op de werkplek.

 

De meeste curatieve behandelaars zeggen regelmatig te informeren naar de werksituatie, maar samenwerken met andere professionals is niet standaard. En als er contact is, dan vooral op initiatief van bedrijfsartsen.

 

Volgens de Commissie Werkend Perspectief blijkt uit eerder onderzoek de kennis van wet en regelgeving onder professionals redelijk tot goed te zijn. Minpuntjes zijn reintegratieconsulenten en CWI-adviseurs. Zij zijn volgens de commissie niet goed op de hoogte van de Wet medische keuringen.

 

Ook de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte zit niet goed tussen de oren bij de professionals.

 

De commissie bespreekt binnenkort de conclusies met de betrokken beroepsgroepen.

 

Werknemers van vijftig jaar en ouder zijn minder vaak, maar wel langer ziek dan jongere werknemers.

 

Dat concludeert TNO Arbeid in het rapport ‘De mythe doorbroken, gezondheid en inzetbaarheid oudere werknemers’ dat het instituut in opdracht van de Taskforce Ouderen en Arbeid schreef.

 

Dat ouderen langer verzuimen, ligt niet aan de hogere leeftijd, maar aan de periode dat iemand dezelfde functie heeft. Bij de onderzochte groep werknemers van rond de zestig jaar, zijn degenen die korter dan een jaar in dezelfde functie werken gemiddeld nog geen vijf dagen per jaar ziek.

 

Leeftijdgenoten met een functieduur van langer dan negen jaar verzuimen gemiddeld negen dagen per jaar. Naast functieduur bepalen ook leefstijl en fysieke belasting het verzuim onder vijftigplussers.

 

Het Kennisnetwerk Gezondheid en Arbeid (KGA) dreigt te verdwijnen.

 

Op 1 januari stoppen de ministeries van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met de financiele ondersteuning van het KGA. Het kennisnetwerk bestaat uit vijftien zogenoemde Medwerkcentra, het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Klachten Bewegingsapparaat, het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen Opgelucht Werken, het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Psyche en het Nederlands Kenniscentrum ArbeidsDermatosen NECOD. Om de toekomst toch zeker te stellen vraagt het KGA aan de betrokken departementen een overbruggingssubsidie van twee jaar om de overgang naar de private markt te kunnen maken. Volgens KGA is dit een moeilijke weg, omdat veel partijen afwachten wat de effecten van de privatisering van de WAO zijn en verzekeraars nieuwe taken krijgen.

 

In samenwerking met onder meer werkgeversorganisaties, vakbonden, UWV, GGZ Nederland, KNMG en Revalidatie Nederland ontwikkelt het KGA een strategie om de opgebouwde kennis en kunde binnen het KGA te behouden en kapitaalvernietiging te voorkomen.

 

Het netwerk zegt volop bezig te zijn met het interesseren van belanghebbenden voor zijn projecten die zijn gericht op kennisoverdracht en implementatie. De kenniscentra zeggen verder te gaan op de ingeslagen weg met het ontwikkelen van centra voor (klinische) arbeidsgeneeskunde.

 

Stichting Arbouw onderzocht mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling aan bouwverven voor, tijdens en na de zwangerschap.

 

Volgens Arbouw zijn de conclusies niet alleen van belang voor de zwangere werkneemster, maar ook voor de werkgever.

 

De werkgever dient als hij van een kinderwens op de hoogte is, voor de zwangerschap in de RI&E te kijken of er gevaren dreigen voor de zwangere werkneemster. Vrouwelijke werkneemsters moeten worden gestimuleerd om een zwangerschap zo snel mogelijk te melden. Volgens Arbouw dient de werkgever de mogelijke gevaren voor de zwangerschap binnen twee weken na melding van de zwangerschap te bespreken, het liefst in aanwezigheid van een hierin gespecialiseerde bedrijfsarts of arbo-verpleegkundige.

 

Tegelijkertijd moet zo snel mogelijk de blootstelling aan oplosmiddelen worden gereduceerd.

 

Gebruikmakend van vier stappen:

 

het wegnemen van gevaren; een tijdelijke aanpassing van arbeid of van werk- en rusttijden, het tijdelijk geven van andere arbeid en het tijdelijk vrijstellen van het verrichten van arbeid. De werkgever kan volgens Arbouw het best uitgaan van een maximaal blootstellingsniveau van tien procent van de MAC-waarden. Vlak voor het bevallingsverlof moet de voorlichting herhaald worden, gericht op de situatie na de bevalling.

 

Het verspuiten van verf, binnen werken met oplosmiddelhoudende verf en het schuren van oude verflagen als niet zeker is of de verf loodhoudend is, zijn uit den boze. Ook na de zwangerschap moet de werkgever volgens Arbouw terughoudend zijn met blootstelling aan oplosmiddelen, als de werkneemster borstvoeding geeft.

 

Bij Arbouw is het volledige rapport nummer 03-42 aan te vragen.

 

Het kabinet gaat tot 2009 218 miljoen euro uitgeven om betaald werk en zorg beter te combineren.

 

Bedoeling is dat de kansen van vrouwen op de arbeidsmarkt stijgen.

 

Het kabinet wil met dit geld onder meer tussenschoolse opvang verbeteren en onderwijs, opvang en vrijetijdsvoorzieningen vaker onder een dak brengen. Ook wil de regering dat werknemers meer zeggenschap krijgen over inroostering en flexibele werktijden.

 

Van de 218 miljoen komt 118 miljoen uit de eigen knip van het kabinet.

 

Honderd miljoen komt uit het Europees Sociaal Fonds. Dat laatste geld is bedoeld voor een meer sluitend dagprogramma voor kinderen.

 

Met de inzet van dit geld wil het kabinet de stress verminderen die de combinatie van arbeid en zorg oplevert. De overheid wil de groep personen die werk en zorg wil combineren maar dat niet doet, in 2009 met een kwart verkleinen.

 

Het aantal vrouwen met een baan van minstens twaalf uur per week moet toenemen tot 65 procent in 2010.

 

Het liftinstituut houdt op 9 november om 13.00 uur een symposium over de arboveiligheid van gebouwen. Met dit symposium wil het instituut gebouwenbeheerders en eigenaren op de hoogte brengen van wetgeving en handhaving van de arboregels. De conferentie staat onder leiding van Fons de Poel en wordt gehouden in het Figi Hotel in Zeist.

 

Naast sprekers van het liftinstituut komen ook deskundigen van de Arbeidsinspectie en het ministerie van SZW aan het woord. Volgens de organisatie aangevuld met experts uit de vastgoedwereld, arbospecialisten en juristen.

 

De geschillencommissie Arbodiensten wil dat arbodiensten beter en eerder uitleggen aan verzuimende werknemers hoe met arbeidsconflicten om te gaan. Dat schrijft de commissie in haar jaarverslag over 2003.

 

De geschillencommissie beveelt de Stecr-werkwijzer arbeidsconflicten aan die de arbodiensten drie jaar geleden ontwikkelden, maar blijkbaar nog lang niet door alle arbodiensten wordt gebruikt. Door verkeerd omgaan met conflicten ontstaan onnodig lange verzuimperioden.

 

De arbodienst dient volgens de commissie op te passen voor medicalisering van het verzuim terwijl daar geen reden voor is. Veel fouten zijn te wijten aan gebrekkige communicatie binnen de arbodienst. Bovendien lezen niet alle bedrijfsartsen de dossiers goed als ze een casus van een collega overnemen en snappen sommige werknemers niets van de onderlinge afstemming van hun zaak binnen de arbodienst.

 

De geschillencommissie Arbodiensten is een initiatief van de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA). Werkgevers, werknemers en ondernemingsraden kunnen er terecht als ze klachten hebben over de dienstverlening van arbodiensten of als ze vinden dat hun belangen worden geschaad.

 

De tandartsenvereniging NMT is bezig met een risico-inventarisatie en evaluatie voor haar leden.

 

Tandartsen met minder dan 25 mensen in dienst kunnen voortaan gebruikmaken van de branche RI&E zonder toetsing door een gecertificeerde arbodienst. De RI&E is gedigitaliseerd door Arbo Platform Nederland. Tandartsen hoeven voortaan alleen nog maar de RI&E te downloaden, in te vullen en op te sturen.

 

Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) wil maatregelen voor het behoud van de oudere werknemers in de bouw. Dat schrijft het instituut in het rapport ‘De oudere werknemer in de bouw’. Het aandeel oudere bouwplaatsmedewerkers bij bouwbedrijven wordt steeds groter. Hogere uitval wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid dreigt. Van 1996 tot 2001 verdubbelde het aandeel 55-plussers bijna van zes naar tien procent van het totale arbeidsbestand.

 

Het EIB beveelt een aantal maatregelen aan voor het behoud van de ouderen. Om ze zo lang mogelijk inzetbaar te houden zouden ze bijgeschoold kunnen worden voor andere functies, al voegt het EIB daar onmiddellijk aan toe dat uit onderzoek blijkt dat werkgevers en werknemers daar niet om zitten te springen. Deeltijdwerk kan ook een uitkomst zijn. Werknemers hoeven dan niet zo lang fysiek zwaar werk te leveren. Oudere werknemers zeggen dat wel te willen, maar in de praktijk komt het er niet van. Slechts 2,5 procent van de werknemers uit de leeftijdsgroep 45 tot 55 jaar werkt in deeltijd. Ook de verbetering van arbeidsomstandigheden kan volgens het instituut bijdragen aan het behoud van oudere werknemers in de bouw.

 

Het EIB zegt ook dat de uitttredingsregels scherper kunnen. Betere controle voor de WAO-instroom kan daar een voorbeeld van zijn. Ook de pensioenleeftijd zou omhoog kunnen aldus het EIB, dat daar wel bij opmerkt dat dit op grote weerstand stuit.

 

Herintreding kan ook uitkomst bieden. Maar volgens het EIB zijn deze mogelijkheden beperkt. De meeste werknemers die de bouw verlaten, doen dit definitief.

 

Last but not least noemt het rapport de mentaliteitsverandering bij zowel werkgever als werknemer.

 

Werkgevers moeten inzien dat de vergrijzing en daarmee het verdwijnen van kennis en ervaring in de toekomst alleen maar zullen toenemen. De werknemer zal volgens het EIB dienen te beseffen dat de ruime VUT-regelingen niet meer haalbaar zijn en dat de leeftijd van uittreding hoger komt te liggen.

 

Het UWV kocht van april 2002 tot en met juli 2003 75.680 reintegratietrajecten direct en volgens zelf vastgestelde aanbestedingscriteria in. Dat stelt de Inspectie Werk en Inkomen. Ruim twaalfduizend trajecten voldeden niet aan de criteria. De inspectie heeft geen verklaring hiervoor, maar zegt wel dat de afwijking de concurrentie tussen reintegratiebedrijven en transparantie van de markt onder druk zet.

 

Het UWV voert een campagne in de publieke media onder het thema: ‘WAO’ers kunnen uw twijfels wegwerken’ om een einde te maken aan vooroordelen, misverstanden en gebrek aan informatie over het werken met WAO’ers. Volgens UWV hebben mensen met WAO, WAZ of Wajong op de arbeidsmarkt vaak te maken met vooroordelen. Over hun motivatie, bijvoorbeeld. Of over de kans op ziekteverzuim.

 

Het aantal vrouwen dat bij de overheid werkt in hogere functies, is de afgelopen jaren licht gestegen naar gemiddeld veertien procent. Vier jaar geleden bestond slechts zeven procent van de ambtelijke top uit vrouwen. Negen procent van de hogere functies werd door vrouwen vervuld.

 

Het project demedicalisering arbodiensten van het Breed Platform Verzekerden en Werk en de Brancheorganisatie Arbodiensten gaat van start. Het doel: meer zicht te krijgen op medicalisering en het verkennen van de mogelijkheden tot demedicalisering.

 

Volgens het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) telde Nederland vorig jaar 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten in de leeftijd van 15 tot 64 jaar. Dit houdt in dat zestien procent van de 15- tot 64-

 

jarigen belemmerd wordt in het werken of het verkrijgen van werk door een langdurige aandoening, ziekte of handicap.

 

Het aantal arbeidsgehandicapten is even groot als in 2002.

 

Van alle arbeidsgehandicapten werkte 44 procent in 2003. Bijna vier procent was werkloos: een fractie meer dan in 2002. Het aantal werkenden daalde met een procent in vergelijking met 2002.

 

Meer dan de helft van de arbeidsgehandicapten is 45 jaar of ouder.

 

Van de totale bevolking tussen de 15 en 64 jaar was in 2003 38 procent 45 jaar of ouder.

 

Ruim de helft van alle arbeidsgehandicapten zegt last te hebben van rug en nek. Ruim 35 procent heeft klachten aan armen of benen.

 

Ook psychische klachten en migraine worden vaak genoemd als belemmering voor deelname aan het arbeidsproces, aldus het CBS.

 

TNO ontwikkelde in opdracht van het arboconvenant Werkgoed een slijptol. De stof die deze slijptol produceert, blijft onder de grenswaarde van 0,075 milligram per kubieke meter.

 

Tjeerd Hulsman is de nieuwe directievoorzitter van Achmea Arbo en Argonaut. Hij volgt Evert de Glint op die bij Achmea vertrekt.

 

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) vervangt op 1 januari de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO). Met het verdwijnen van de WAO verdwijnt niet alleen een gevleugeld begrip in Nederland.

 

De WIA legt volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) veel meer de nadruk op werkhervatting dan de WAO. Financiele prikkels moeten werkgevers en werknemers stimuleren gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te helpen of te houden. Alleen voor mensen die echt niet meer aan de slag kunnen komen, volgt een vervangend inkomen.

 

De WIA bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA).

 

Als het UWV aan het eind van het tweede ziektejaar vindt dat beide partijen er alles aan hebben gedaan om een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk te houden of te krijgen, heeft de gedeeltelijk arbeidsgeschikte (minder dan 65 procent arbeidsgeschikt) recht op een WGA-uitkering. Als iemand meer werkt in de WGA, stijgt het totale inkomen. Werkgevers die een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk helpen of houden, zijn niet verplicht het loon door te betalen als de betrokkene binnen vijf jaar opnieuw ziek wordt (no risk polis). Het UWV neemt in dat geval de loondoorbetaling over. Ook krijgt een werkgever korting op de premies voor de sociale verzekeringen als hij een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst neemt of houdt. De premie daalt naarmate een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer meer werkt en stijgt als iemand minder gaat werken.

 

Werkgevers beslissen zelf of ze het risico van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid zelf dragen of onderbrengen bij een private verzekeraar of het UWV.

 

Er komt een toeslag op de UWV-premie voor de WGA. Verzekeraars moeten vooraf kapitaal reserveren om tien jaar lang de uitkeringen te kunnen betalen. Ze moeten dit doorberekenen in de premies. Het UWV hoeft niet zo’n buffer aan te leggen en zou dus lagere premies kunnen hanteren.

 

Voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, volgt een IVA-uitkering. Wie niet meer dan twintig procent van zijn laatstverdiende loon kan verdienen, valt onder de IVA (zeventig procent van het laatst verdiende loon).

 

De huidige WAO blijft gelden voor bestaande gevallen. Zo’n 450.000 WAO’ers worden wel opnieuw beoordeeld.

 

De volgorde van herbeoordeling vindt onder meer plaats op basis van leeftijd. 55-plussers worden niet opnieuw gekeurd. De herbeoordeling gebeurt op basis van nieuwe eisen, die op 1 oktober 2004 ingaan.

 

Fietsen, Lopen, Actief Spelen Huishouden (FLASH): onder deze campagnenaam wil het ministerie van VWS ons meer laten bewegen tijdens het werk.

 

Uit onderzoek van TNO Arbeid en het NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) blijkt dat werknemers veel te weinig bewegen. Dit terwijl toch 93 procent van de werknemers vindt dat regelmatig bewegen belangrijk is voor de gezondheid. De praktijk blijkt echter weerbarstig. Ruim de helft van de werknemers komt nauwelijks uit zijn of haar stoel. ‘Gezondheid is van levensbelang. Je zou dus verwachten dat mensen hun gezondheid zouden koesteren en verzorgen’, aldus staatssecretaris Ross. Zij noemde vetzucht ‘de aanstormende volksvijand nummer een’. De staatssecretaris gaat zelf het goede voorbeeld geven.

 

Wie haar dus de lift ziet nemen waar een trap is, mag haar daar op aanspreken. Zij streeft naar een beleid waarin werknemers de trap gebruiken, in plaats van de lift.

 

Verder pleit ze voor een wandeling tijdens een lunch. Ook de verbetering van fietspaden en trottoirs en meer groenstroken moeten leiden tot meer beweging.

 

Uiteindelijk moet iedereen baat hebben bij de Flash!-campagne, stelt Ross. ‘Werkgevers krijgen minder te maken met ziektegevallen en werknemers voelen zich een stuk energieker door een betere conditie.’ Flash wordt begeleid door radio en tv-spotjes en de website. www.flash123.nl .

 

Uit de eerste rapportage van de Nationale Verzuimstatistiek, een project van het CBS en de BOA, blijkt dat het verzuim in Nederland in 2003 daalde tot 4,7 procent.

 

In 2002 was het ziekteverzuim nog 5,3 procent.

 

Werknemers meldden zich gemiddeld per jaar 1,3 keer ziek.

 

Vrouwen, ouderen een laagbetaalden hebben een hoger ziekteverzuim dan gemiddeld. Ook gescheiden en allochtone werknemers zijn meer dan gemiddeld ziek.

 

Uit onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, dat vorige maand openbaar werd, blijkt dat de brandweerleiding vaak tekortschiet als het om kennis en vaardigheid gaat. De inspectie onderzocht de vakbekwaamheid van bevelvoerders en officieren van 61 gemeentelijke brandweerkorpsen. Ze keek naar de opleidings- en diploma-eisen, de bijscholing en hoe vaak wordt geoefend. De kennis en vaardigheid van de bevelvoerders is bij 64 procent van de gemeenten matig of beter dan de door de inspectie geformuleerde basisprestatieniveaus.

 

Bij de officieren scoort 41 procent matig of beter. Respectievelijk 36 en 59 procent zitten dus onder het basisniveau.

 

Bijna honderd procent van de leidinggevenden heeft de benodigde diploma’s. In 1995 beschikten nog maar 29 procent van de bevelvoerders en 29 procent van de officieren over de benodigde papieren.

 

De korpsen doen te weinig aan bijscholing, zegt de inspectie. Zeventig procent van de leidinggevenden scoort matig tot beter dan de basisprestatieniveaus als het gaat om brandbestrijdingservaring.

 

Waaruit geconcludeerd mag worden dat dertig procent onder dat niveau zit.

 

Ook concludeert de inspectie dat er te weinig realistisch geoefend wordt door de korpsen, er te weinig geevalueerd wordt en de gemeentebesturen onvoldoende weet hebben dat hun brandweerpersoneel niet goed op zijn taak is voorbereid. De afgelopen zestien jaar kwamen bij het bestrijden van branden 25 brandweermensen om het leven. De laatste keer dat er slachtoffers vielen, was vorig jaar bij de brand in de Koningkerk in Haarlem.

 

In het vorige nummer van ARBO besteedden we uitgebreid aandacht aan de Seveso II, de Europese richtlijn die is opgesteld om de veiligheid van omwonenden van ‘gevaarlijke’ bedrijven te verbeteren.

 

In de inleiding zetten we kort uiteen aan welke gebeurtenis die richtlijn haar naam dankt: het op zaterdag 9 juli 1976 even na half een ‘s middags ontsnappen van een wolk met het zeer giftige TCCD (dioxine) uit de fabriek van Icmesa in het Italiaanse Seveso.

 

Helaas nam de tijd daarbij een loopje met het geheugen, want in tegenstelling tot wat we beweerden, vielen er in Seveso geen doden onder de inwoners van het stadje. Wel werden veel mensen ziek, stierf het vee en werden besmette huizen afgebroken. Zoekend in nieuwsarchieven om de oorzaak van die vergissing te achterhalen bleek het beeld dat in mijn geheugen gegrift stond niet dat van ten dode opgeschreven slachtoffers, maar van de zwangere vrouwen uit het dorp die uit voorzorg werden geaborteerd.

 

Overigens besloot het Italiaanse hooggerechtshof pas twee jaar geleden dat de zeventienduizend inwoners van Seveso ook hun nietmateriele schade als gevolg van de ramp op Icmesa mogen proberen te verhalen, dus net als over de Seveso II-richtlijn is ook over het oorspronkelijke ‘Seveso’ het laatste woord nog niet gevallen.

 

Frank Meurs

 

In het artikel over de Leidraad ‘Aanpak verzuim om psychische redenen’ zijn bij het redigeren een paar kleine slordigheden geslopen.

 

In het intro staat ten onrechte dat deze Leidraad van de thuiszorg en de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) is. Thuiszorg en GGZ werken echter alleen met haar, de Leidraad is ontwikkeld door de Commissie Psychische Arbeidsongeschiktheid. In de tweede zin van het intro wordt de leidraad ‘het protocol’ genoemd, maar de leidraad is geen protocol in de letterlijke betekenis van het woord. Zij bevat enkel basisregels en een tijdpad met stappen. Tot slot werken GGZ en thuiszorg pas sinds 2003 met de leidraad en niet sinds 2001, zoals in de eerste alinea wordt beweerd.

 

Reageer op dit artikel