artikel

BHV EN OR: SAMEN STERK

Geen categorie

De Arbeidsomstandighedenwet gaat uit van samenwerking tussen werkgever en werknemers op het gebied van veiligheid en gezondheid. Dat staat in artikel 12. De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) noemt arbeidsomstandigheden vooral in artikel 27 onder d). Zo schenkt de wet aandacht aan de bijzondere rechten in deze samenwerking van de ondernemingsraad (OR), de personeelsvertegenwoordiging (Pvt) en de belanghebbende werknemers. Daarnaast komen de rechten rond deskundige bijstand en bedrijfshulpverlening aan bod. De OR of Pvt wordt in de wetgeving expliciet genoemd, zoals bij de voortgang van het plan van aanpak om de risico’s te beheersen. Of omdat de invulling van een onderwerp het gevolg is van het in overleg vastgestelde beleid (zoals het aanwijzen van bhv’ers).

 

In bedrijven en instellingen die te klein zijn voor een OR of Pvt, voeren werkgevers overleg met de betrokken werknemers. Is er wel een OR of Pvt, dan geldt het volgende:

 

– Het arbobeleid, inclusief de bhv, is instemmingsplichtig.

 

– Over de regeling betreffende de deskundige bijstand bij veiligheidsmaatregelen wordt of overeenstemming bereikt tussen de werkgever en de OR/Pvt, of die wordt aan de arbodienst voorgelegd. Deze fungeert als vangnet (artikel 13, 14 en 14a Arbeidsomstandighedenwet).

 

– Deskundige bijstand betreft enerzijds de taken en verantwoordelijkheden van de preventiemedewerker, anderzijds de externe arbodeskundigen, gecertificeerd op basis van art. 20.

 

– Ook het Arbeidsomstandighedenbesluit verwijst naar de medezeggenschap, zoals in artikel 4.21. Dit artikel beschrijft het overleg over het beleid voor het omgaan met gevaarlijke stoffen. Dat kan van belang zijn voor het bhv-plan en de inrichting van de bhv-organisatie.

 

– Er is geen verplichte jaarlijkse rapportage meer. Wel blijven de overlegpartners verantwoordelijk voor het arbobeleid. Alleen al daarom is het raadzaam om regelmatig te overleggen. Een andere reden is de aantoonbaarheid van de maatregelen: bij een ongeval zal de werkgever moeten aantonen dat hij aan de zorgplicht heeft voldaan (artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek).

 

Medezeggenschap is van belang voor iedereen die bij de bhv betrokken is. De nadruk ligt op de volgende functies.

 

Het beheersen van de risico’s is primair een directieverantwoordelijkheid. Om dat goed te doen, kun je de PDCA-cyclus toepassen zoals verwoord in NEN 4000 en in OHSAS 18001. De directie zet de lijnen uit, delegeert taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en beoordeelt periodiek de resultaten. Medezeggenschap betekent betrokkenheid van het personeel. Dat is niet alleen nodig voor het verkrijgen van gegevens en het delen van praktijkervaringen, maar ook voor het draagvlak van de maatregelen. Bovendien is de werkgever (of de ‘bestuurder’ volgens de WOR) de vaste gesprekspartner voor de OR/Pvt, resp. de betrokken medewerkers.

 

Deze heeft gedelegeerde taken en bevoegdheden en is formeel geen rechtstreekse gesprekspartner voor de medezeggenschap. Toch is deze medewerker hier belangrijk omdat hij de RI&E begeleidt en als spin in het veiligheidsweb van de organisatie fungeert. Informeel spreekt de preventiemedewerker veel collega’s. De informatie en ervaringen van de werkvloer leveren belangrijke input voor het bhv-plan. Verder maken de risico’s die de bhv zelf loopt bij het uitvoeren van haar taken, en de daaraan gekoppelde maatregelen, onderdeel uit van het arbobeleid. Die zullen dan ook met de bhv’ers worden kortgesloten, meestal zowel rechtstreeks als via de formele medezeggenschap.

 

Deze heeft gedelegeerde taken en bevoegdheden en is formeel evenmin rechtstreekse gesprekspartner voor de medezeggenschap. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van het gebouw en voor de samenwerking tussen meerdere werkgevers in een gebouw (bijv. in een bedrijfsverzamelgebouw). Zo zorgt de facility manager/gebouwbeheerder voor de toegankelijkheid, de aanduiding van vluchtroutes en nooduitgangen en voor de benodigde bhv-middelen. Hij kan belangrijke informatie geven over de gebouwgebonden risico’s die mede maatgevend zijn voor het bhv-plan. Deze functie is belangrijk voor de medezeggenschap, omdat hij de vertaalslag maakt naar de bhv-organisatie. Dat gebeurt meestal rechtstreeks, maar ook wel via de formele medezeggenschap.

 

Deze heeft gedelegeerde taken en bevoegdheden en is formeel evenmin rechtstreekse gesprekspartner voor de medezeggenschap. Deze functie is belangrijk omdat hij de schakel vormt tussen directie, bhv’ers, preventiemedewerker, facility manager en iedereen die verder preventief of repressief bij veiligheid betrokken is. Net als de preventiemedewerker staat hij dicht bij de medewerkers. Dat is goed voor de overdracht van informatie en ervaringen uit de praktijk. En het is ook goed voor het draagvlak van maatregelen over de te verwachten omstandigheden van de bhv-inzet en de risico’s die de bhv’ers daarbij lopen. Deze maatregelen horen bij het arbobeleid en worden doorgaans rechtstreeks met de bhv’ers kortgesloten. De bhv-coordinator rapporteert aan de werkgever die dit meeneemt in de besprekingen met de OR, Pvt of de betrokken werknemers.

 

Deze voeren formeel overleg met de werkgever (bestuurder) en vaak informeel met andere betrokkenen. De pijlers van hun werkzaamheden zijn het vertegenwoordigen van het personeelsbelang en het bewaken van de continuiteit van de organisatie. Voor beide aspecten is de bhv van belang: denk aan de gevolgen van bepaalde keuzes voor de medewerkers om de veiligheidsrisico’s te beheersen en op het voorbereid zijn op een noodsituatie. Het is zeker raadzaam dat een OR of Pvt zelf rechtstreeks en informeel met de bhv overlegt. Waar geen OR of Pvt is, is de organisatie zo klein dat de betrokken medewerkers meestal ook de bhv’ers zijn of de directe collega’s. Daar speelt dit natuurlijk veel minder.

 

Reageer op dit artikel