artikel

Blèrende baby’s of blaffende bazen?

Geen categorie

Niet verwonderlijk dus, die betrokkenheid bij de privesituatie, maar misschien wel vervelend. Want vrouwen melden zich nog steeds vaker ziek dan mannen en hebben ook een grotere kans om in de WAO te komen. Komt dat door het dikke pakket aan zorgtaken? Door de veelgenoemde combinatie van werk en zorg? ‘Het draagt er waarschijnlijk aan bij’, zegt Donders. ‘We zien bij vrouwen inderdaad een samenhang tussen de leeftijd van het jongste kind en allerlei spanningsklachten op het werk. Het is natuurlijk een heel georganiseer: steeds weer op tijd bij die creche zijn.’

 

Betekent dit dat de privesituatie toch haar stempel drukt op de arbeidsomstandigheden? ‘Ja’, zegt Donders, ‘maar zoals gezegd: niet zo sterk als omgekeerd. Bovendien blijkt uit veel onderzoeken steeds weer dat van de hele beroepsbevolking werkende ouders het gezondst zijn.’

 

Dat laatste lijkt logisch. Je moet immers in goede conditie zijn om te werken en om kinderen te krijgen. Maar volgens Donders is dat niet de enige verklaring. ‘Door werk hebben mensen bijvoorbeeld meer financiele armslag, meer sociale contacten en meer uitdaging. En wat die kinderen betreft: ik heb onderzocht waar mensen steun zoeken als ze problemen hebben: bij vrienden, familie, partner of kinderen. Heel verrassend was het dat die steun van de kinderen het belangrijkst was, althans voor vrouwen.

 

Nog verrassender was dat dit opging voor kinderen van alle leeftijden. Donders: ‘Ja, het gold ook voor baby’s en kleuters. Inderdaad: daar voer je nog geen goede gesprekken mee, maar blijkbaar kun je ook steun putten uit het verwisselen van luiers of zo.’

 

Maar nogmaals: dit constateerde ze alleen bij vrouwen. ‘Bij mannen zagen we geen enkel verband tussen gezondheidsklachten, ziekteverzuim en welke soort steun dan ook.’

 

De thuissituatie hoeft een ondernemer dus niet te veel zorgen te baren. Of toch wel? Als de werkgever het proefschrift er heeft bijgepakt, zal hij er niet onmiddellijk gerust op zijn. Want Donders verrichtte haar onderzoek onder universiteitsmedewerkers. Zijn die wel te vergelijken met de rest van de Nederlandse beroepsbevolking?

 

‘Ze zijn vaak hoger opgeleid’, geeft Donders toe. ‘Ook hebben ze niet die emotionele belasting waar bijvoorbeeld verpleegkundigen onder lijden, als het niet goed gaat met een patient. En het belangrijkste is dat ze hun werk grotendeels zelf kunnen indelen, dat ze een hoge mate van autonomie hebben. Ze kunnen vaak thuiswerken. Dat was een van de verrassende conclusies van mijn onderzoek: mannen die vaker werk mee naar huis nemen, melden zich minder vaak ziek.’

 

Betekent dit dat de werkgever niet verder hoeft te lezen in het proefschrift? Het is de vraag, want het bovenstaande laat zien dat er wijze lessen zijn te leren. Donders: ‘Je kunt je als werkgever natuurlijk niet intensief gaan bemoeien met het priveleven van je medewerker, maar je kunt wel zorgen voor flexibele werktijden en mogelijkheden om thuis te werken. En natuurlijk voor voldoende kinderopvang.’ Onze werkgever zou eens moeten bladeren naar de passage over beschermende factoren. Donders: ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat mensen zich minder snel ziek melden als ze tevreden zijn over hun arbeidsvoorwaarden. Zelfs werknemers die een hoge werkdruk ervaren, blijven dan gezond. Helaas zien we dat verband alleen bij mannen. Waarschijnlijk hebben vrouwen gewoon minder reden tot tevredenheid. Blijkbaar ook bij een universiteit.’

 

HET ONDERZOEK

 

Werk-thuisinterferentie (WTI) wordt omschreven als ‘een vorm van conflict tussen rollen waarbij de eisen uit het werk en de thuissituatie in bepaalde mate lastig met elkaar te verenigingen zijn’. WTI heeft twee richtingen: het werk kan interfereren met de thuissituatie (WTI) en de thuissituatie kan interfereren met de werksituatie (TWl). Binnen elke richting kan daarnaast onderscheid worden gemaakt naar drie vormen van interferentie:

 

» Interferentie op basis van tijd: de tijd die besteed wordt aan een van de rollen kan niet besteed worden aan een andere rol.

 

» Interferentie op basis van spanning: spanning die bestaat in een van de rollen heeft invloed op het uitvoeren en het voldoen aan de verwachtingen in andere rollen.

 

» Interferentie op basis van gedrag: het gedrag in de ene rol is niet adequaat voor of zelfs strijdig met een andere rol. Een karakteristiek voorbeeld is de manager die op het werk koel, objectief en zakelijk moet zijn, terwijl de gezinsleden een zorgzame en warme persoon verwachten.

 

Uit het onderzoek blijkt dat WTI inderdaad een multidimensioneel concept is. Vier dimensies zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden: de tijd- en spanningsgebaseerde WTI en de tijd- en spanningsgebaseerde TWI. De twee gedragsgebaseerde dimensies lijken erg op elkaar en dat is misschien makkelijk te verklaren: als je moeite hebt om de knop om te zetten van je werkrol naar je thuisrol, dan geldt omgekeerd hetzelfde. Gedragsgebaseerde interferentie is niet vaak onderzocht; vergelijkingen met andere resultaten zijn dus nauwelijks te maken.

 

In het onderzoek zijn veel factoren uit werk- en thuissituatie onderzocht en het blijkt dat WTI de sterkste samenhang heeft met vermoeidheid, emotionele uitputting en ervaren gezondheidsklachten en indirect bijdraagt aan het verklaren van ziekteverzuim. Voor TWI gold dat niet. Uit nadere analyses blijkt spanningsgebaseerde WTI de belangrijkste dimensie te zijn als het gaat om het verklaren van vermoeidheid en gezondheidsklachten. Spanningsgebaseerde WTI ontstaat voornamelijk door factoren als werkdruk en rolconflicten in het werk.

 

In het onderzoek bleek dat mannen meer tijdgebaseerde WTl en gedragsgebaseerde TWl rapporteerden dan vrouwen, maar dat geen verschillen in de andere vier dimensies werden gevonden. De relatie met gezondheidsklachten en vermoeidheid is voor mannen dus een even belangrijk aandachtspunt als voor vrouwen. (Nathalie Donders)

 

 

Reageer op dit artikel