artikel

Bonus tegen burn-out?

Geen categorie

En toch is dat precies de conclusie van Maarten Boksem, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. Hij zette proefpersonen ach_ ter een computer en maakte ze moe. Zo moesten ze met hun linkerhand op een knop drukken als er een H op het scherm verscheen, en met rechts als ze een S zagen. Heel lastig als die H aan de rechterkant wordt geprojecteerd en die S juist links. Dan moeten ze tegen hun natuurlijke neiging in klikken – en dat drie uur lang. Hun vermoeidheid konden de onderzoekers waarnemen. Letterlijk. Hersenmetingen wezen op een verminderde activiteit van een specifiek gebied in de hersenen, de anterieure cingulate cortex (ACC). Door die afname merkten de proefpersonen hun fouten minder goed op – en vonden ze het ook minder erg om ze te maken. En dat leidt weer tot meer fouten, benadrukt Boksem: ‘Juist deze zogenoemde selfmonitoring, dat registreren van die fouten, is essentieel om uitglijders te voorkomen.’

 

FOUTEN

 

Om misverstanden te voorkomen: de fouten waar hier sprake van is, kunnen door de medewerker zelf worden opgemerkt. Het gaat dus om slordigheden, en niet om fouten als gevolg van een gebrek aan kennis.

 

 

Het opmerkelijke was dat onderzoekers de vermoeidheid, en de selfmonitoring, konden sturen. Met een kop koffie bijvoorbeeld, of met zwaardere middelen als cocaine. Nog opmerkelijker was dat Boksem niet dit soort paardenmiddelen hoefde in te zetten. In plaats daarvan stelde hij de proefpersonen een geldbedrag in het vooruitzicht als ze de opdracht toch tot een goed einde brachten. En zie: de activiteit van de ACC in de hersenen nam weer toe, en de vermoeidheid af. Voor Boksem is het duidelijk wat dit proces op gang brengt: dopamine. Dit is een neurotransmitter, een boodschapper tussen de hersencellen, een smeermiddel voor het brein. Het komt vrij als de hersenen vinden dat ons iets goeds overkomt: als we een beloning krijgen, of die zelfs alleen maar verwachten. Of als we vals spelen: met een kop koffie, een pepmiddel of een snuifje cocaine. In alle gevallen voelen we ons prettig, gemotiveerd en daardoor ook minder moe.

 

Dit lijkt niet alleen een interessante conclusie voor de preventiemedewerker die vermoeidheid buiten de deur wil houden. Maar ook voor de manager met productietargets. Heeft die nu een wetenschappelijk argument om de lopende band een tandje hoger te zetten?

 

Het is de vraag. Boksem weet namelijk niet waar ons energieplafond ligt. Met andere woorden: hoe lang een baas de vermoeidheid buiten de deur kan houden door extra bonussen. ‘Dat hebben we niet onderzocht. Ons experiment duurde drie uur. Dat is lang, maar vast geen wereldrecord. En bedenk wel: op een gegeven moment wordt de geinvesteerde energie zo groot dat geen beloning hier meer tegenop kan. Dat zie je in Japan: daar leidt overwerk zelfs tot de dood, hoe gemotiveerd de medewerkers ook zijn.’

 

Via Japan zijn we weer terug waar we begonnen: bij de chronische vermoeidheid en burn-out.

 

Want als de beloning ontbreekt en iemand moet zich toch langdurig uitputten, dan gaat het zeker mis. ‘Logisch,’ zegt Boksem. ‘Vermoeidheid is niet zomaar iets wat mensen met zich meedragen, het is een belangrijk signaal. Geen enkel organisme gaat door en door zonder dat het iets oplevert. Als een beest een tijdje tevergeefs in het bos heeft gegraven, gaat hij kijken of er op het veldje ernaast wel voedsel is te halen. Maar wij mensen werken vaak in branches waar de beloning achter de horizon ligt, en dus voelen we ons vaak onbewust tekortgedaan. Als we die gevoelens negeren, kan de vermoeidheid te veel worden en lopen we het risico in te storten.’

 

Dat instorten zou ook weer samen kunnen hangen met het dopamine. ‘Het is een hypothese,’ benadrukt Boksem, ‘maar hoogstwaarschijnlijk is dat dopamineniveau bij burn-outpatienten chronisch verlaagd. Die mensen komen in een negatieve spiraal. Door dat dopaminegebrek zien ze niet meer waarom ze nog aan iets zouden beginnen: ze kunnen zich eenvoudig geen beloning of goed gevoel meer voorstellen.

 

Heel belangrijk dus om dit te voorkomen.’

 

En nogmaals: zonder beloning lukt dat niet. Boksem: ‘Je ziet wel eens medewerkers die aan het eind van het jaar ellenlange werkweken maken – alles om de bedrijfstargets te halen. Dat gaat lang goed als ze zich werkelijk verbonden voelen met de organisatie, want die verbondenheid zorgt voor motivatie, en dus een verhoging van dopamine. Maar is die band er niet, dan moet de manager toch zijn portemonnee trekken. Bijvoorbeeld de kerstbonus verdubbelen.’

 

SOORTEN DOPAMINE

 

Alles wat je over hersenen zegt, is een vereenvoudiging. Ook het dopamineverhaal ligt in werkelijkheid veel ingewikkelder. Zo scoort een onverwachte beloning de hoogste dopaminepiek. Geef mensen € 1500 ineens en hun hersenen slaan dat op: dat moet ik onthouden, dat werd goed beloond. Dit werkt het beste bij het leren.

 

Maar bij vermoeidheid is er sprake van een daling van het algemene dopamineniveau. Dat kan het beste worden bestreden door een geleidelijke afgifte. En die komt het best op gang door het vooruitzicht aan een beloning of een deadline.

 

 

info

 

Zie ook www.burnout.nl; www.burnin.nl en www.boksem.nl.

 

 

Reageer op dit artikel