artikel

Europees arboconvenant voor kappers

Geen categorie

Decor van het tekenen van het Europese kappersconvenant is de ‘European Conference Towards Effective Intervention and Sector Dialogue in Occupational Safety and Health’. Deze driedaagse conferentie is het visitekaartje van het ministerie van SZW tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU. De conferentieganger kan in Amsterdam van 15 tot 17 september ideeen opdoen over vrijwillige manieren om arbeidsomstandigheden op nationaal en Europees niveau te verbeteren.

 

Het arboconvenant is een schoolvoorbeeld van sectorale zelfregulering. Werkgevers, werknemers en overheid maken afspraken

 

over een of meer van de grootste arbeidsrisico’s in een branche. De helft van de Nederlandse beroepsbevolking – zo’n 3,3 miljoen werknemers – valt inmiddels onder een arboconvenant en met succes: alleen al in de jaren

 

2001-2002 daalde het verzuim met ruim acht procent, terwijl het verzuimcijfer in branches zonder convenant gelijk bleef. Nederland wil tijdens het voorzitterschap van de EU laten zien waar een klein landje groot in kan zijn en het Arboconvenant Kappersbranche Nederland leek bij uitstek geknipt om door te trekken naar Europa.

 

Europa telt ongeveer 400.000 kapsalons met meer dan een miljoen werknemers. Sinds 1999 bestaat er binnen de Europese Sociale Dialoog een comite van sociale partners uit de Europese kapperssector. Dit comite stelde in 2001 een gedragscode voor kappers vast waarin het belang van goede arbeidsomstandigheden in algemene bewoordingen wordt erkend. Met het Europese arboconvenant wordt het voor de Europese kapper een stuk concreter.

 

Binnen Europa loopt er een project waarin het ontwikkelen van normen en richtlijnen voor kappersmaterialen en -technieken

 

centraal staat. Door het tekenen van de overeenkomst verplichten de Europese sociale partners zich om alle aanbevelingen die uit dit project en uit vervolgprojecten komen, ook in de praktijk te brengen. ‘Op deze manier zet zich na 17 september een geleidelijk proces in gang ter ontwikkeling van good working practice’, verklaart Poul Monggaard, als voorzitter van UNI-Europe Hair and Beauty nauw betrokken bij het opstellen van de Europese overeenkomst.

 

Als tweede component van de overeenkomst eisen de Europese kappersvertegenwoordigers dat de eigenschappen en gevaren van een product duidelijk vermeld staan. Anders gebruikt de Europese kapper ze gewoonweg niet. ‘We zullen alle producten die geen duidelijke gevaarspictogrammen hebben binnen een jaar verwerpen’, verklaart Monggaard. ‘De boodschap aan de leverancier is dan: je bent niet in strijd met de wet, maar wel met ons’, voegt hij toe. Monggaard denkt dat er zo een dialoog kan ontstaan waarbij de leveranciers tegemoet zullen komen aan de eisen van de kappersbranche. ‘Het is in wederzijds belang om de producten te verbeteren.’

 

Verder spreken de kappersorganisaties af dat er een Europees Certificaat komt, waarmee een kapper kan aantonen over voldoende kennis over de gevaren van kapperscosmetica te beschikken. Met dit certificaat op zak heeft een kapper meer in handen dan een goede kniptechniek alleen.

 

In Nederland is zojuist een monitorrapport van het Nederlandse kappersconvenant uitgekomen. Twee jaar na het begin van het convenant is al een daling te zien van het aantal ziekmeldingen door werkgebonden rugklachten. De Kruif: ‘Als in een kapsalon veel gedaan is aan het voorkomen van fysieke belasting zoals werken in een gunstige houding, pompstoel goed instellen en kapperfiets (stasteun) gebruiken, dan blijken er minder RSI- en rugklachten te zijn’. Met de inzichten die de Nederlandse kappersbranche opdoet, kan Europa alvast vooruitlopen. Andersom is Nederland ook gebaat bij de Europese overeenkomst. Egon Groen, secretaris van FNV Kappersbond en lid van de Europese Sociale Dialoog, denkt daarbij aan wasbakken die voornamelijk in Italie worden geproduceerd. De standaardafstand tussen de achterzijde van de wasbak – waar de kapper met zijn buik tegenaan staat – en de ronding – waar de klant zijn nek tegenaan legt – is 50 cm. Bij deze lengte moet de kapper te ver reiken en dus werken met een voorover gebogen rug. Binnen het Nederlandse arboconvenant is de norm 38 tot 42 cm, maar zulke wasbakken zijn moeilijk verkrijgbaar. ‘Als alleen Nederland dwarsligt, dan kan een producent van meubilair besluiten zich daar niks van aan te trekken. Maar zodra meerdere landen dezelfde regels hanteren, wordt dat lastiger’, verklaart Groen.

 

Kappers in Nederland en Europa zijn goed georganiseerd. Het is dan ook niet toevallig dat het eerste Europese arboconvenant juist in de kappersbranche ligt. ‘Net zomin als het toevallig is dat het Nederlandse Arboconvenant Kappersbranche verder gaat dan andere convenanten’, zegt Rob Vos, secretaris van Coiffure EU. ‘Werkgevers en werknemers – of het nou in Nederland of Europa is – staan niet zover van elkaar af; ze vormen een hechte groep zonder al te veel tegenstellingen. De werkgever werkt in de praktijk vaak mee’, verklaart Vos de reden dat er binnen de kappersbranche zaken gedaan kunnen worden. ‘We zijn eraan toe’, verwelkomt Vos de nieuwe Europese overeenkomst.

 

Voor het Europese arbocongres in Amsterdam, zie www.arbo.nl/news/conferentie.stm.

 

Voor het Arboconvenant Kappersbranche Nederland, zie www.healthyhairdresser.nl; klik op informatie en dan op bibliotheek.

 

Raadpleeg verder: Jaarrapportage Arboconvenanten 2003, ministerie SZW, april 2004 of ‘Monitoring arboconvenant kappers. De resultaten na twee jaar’, juni 2004, Bureau Astri.

 

Reageer op dit artikel