artikel

Grijpers en pistolen

Geen categorie

Enkele werknemers van een Waterschap rooien in februari 2003 een rij populieren. Zij gebruiken een graafmachine met grijper en enkele motorzagen. Als de helft van de bomenrij is gerooid, wil de machinist een boom met de giek omduwen. Een medewerker staat onder de grijper die tijdens dat duwen loslaat. Hij loopt een gebroken sleutelbeen en vier gebroken ribben op. Hij wordt voor 8% blijvend invalide en eist schadevergoeding.

 

Volgens de Arbeidsinspectie is de oorzaak van het afbreken een vermoeiingsbreuk, volgens TNO kan het ook een geweldsbreuk zijn. De kantonrechter stelt vast dat het om een bedrijfsongeval gaat. De grijper is losgeraakt door een breuk in de rotator. De oorzaak van die breuk is niet eenduidig vastgesteld. Dat vindt de rechter van ondergeschikt belang omdat het Waterschap al op een andere grond aansprakelijk is. De werknemer heeft immers nooit instructies gegeven waaruit bleek dat het niet was toegestaan om onder de grijper van de graafmachine te staan. Er werd al jaren op deze manier gewerkt. Maar door deze werkwijze ontstaat wel een aanzienlijk risico op schade. Dat staat los van het feit dat niet te voorzien was dat de grijper ineens zou loslaten. Bij het werken onder een grijper kan materiaal naar beneden vallen en binnen het draaibereik van de kraan kan de giek een onverwachte beweging maken. Ook zulke situaties kunnen leiden tot een ongeval met ernstige gevolgen. Het Waterschap vindt het juist veilig als werknemers bij het omduwen van de boom met de graafmachine dicht bij de boom staan. Maar daarmee is niet gesteld of gebleken dat het noodzakelijk is dat werknemers zich binnen het draaibereik of zelfs juist onder de grijper bevinden. Gezien de gevaren had het Waterschap moeten verbieden dat werknemers daar stonden. En op dat verbod ook toezicht moeten houden. Dat is niet gebeurd. Daarmee is de aansprakelijkheid gegeven. De vordering wordt toegewezen.

 

(Kantonrechter Terborg, 8 februari 2008, LJN BD4241)

 

Een uitzendbureau leent een Poolse werknemer uit als productiemedewerker bij een straal- en spuitbedrijf. Hij wordt ingezet bij het verfspuiten op chassis van auto’s. Als hij een verstopt verfpistool weer gangbaar wil maken, spuit er met kracht verf uit het pistool. Dat komt terecht in de weke delen van zijn rechterhand. Na behandeling door een arts blijft hij enkele dagen arbeidsongeschikt. Een half jaar later stelt hij het uitzendbureau aansprakelijk voor blijvend letsel aan zijn hand.

 

De kantonrechter wijst de vordering af omdat de werkgever niet in zijn zorgplicht zou zijn tekortgeschoten. De werknemer gaat in hoger beroep. Het gerechtshof overweegt dat voldoende is komen vast te staan dat de werknemer schade heeft geleden door het ongeval. Anderhalf jaar later had hij nog last van stijfheid in de tweede en derde vinger van zijn hand. Ook is er sprake van een forse functiebeperking van zijn rechterhand. Daarom zal de werkgever moeten bewijzen dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd. Maar die heeft de werknemer geen instructies gegeven hoe te handelen bij een hardnekkige verstopping van het verfpistool. Zo’n instructie zou volgens de eigen stellingen van de werkgever moeten luiden: ‘Geen verdere pogingen ondernemen om de verstopping zelf te verhelpen, bijvoorbeeld door de spuitmond te verwijderen’. Deze instructie was hier op zijn plaats geweest. Het was voor de werkgever immers voorzienbaar dat een werknemer die werkzaamheden moet uitvoeren met een verfpistool, zal trachten een ‘storing’ te verhelpen, ook als die conform de wel gegeven instructies blijft voortduren. Zeker nu dit bij een dergelijk pistool kan leiden tot voor de gezondheid van de werknemer gevaarlijke situaties. Bovendien waren er geen handschoenen beschikbaar en er was ook geen enkel toezicht. De werkgever is daarom in zijn zorgplicht tekortgeschoten en aansprakelijk voor de schade van de werknemer.

 

(Gerechtshof Leeuwarden, 14 mei 2008, JAR 2008, 165)

 

Reageer op dit artikel