artikel

Ladder op, ladder af

Geen categorie

Enkele of vaste ladder: doorgaans met twee stijlen (of bomen) met een aantal sporten ertussen, geen bewegende delen.

 

Uitschuifl adder: een ladder bestaande uit verschillende delen die je kunt uitschuiven. Zo is de ladder compact op te ruimen. Sommige ladders zijn uitgerust met een touwoptrekinrichting om het bovenste deel makkelijker uit te schuiven.

 

Bok- of dubbele ladder: scharnierend in het midden, ziet eruit als een omgekeerde V.

 

Soms ook wel stapladder genoemd, omdat het de gebruiker de (ongewenste) mogelijkheid biedt om met de ladder als op een soort stelten te lopen.

 

Vrijstaande of reformladder: kan ergens tegenaan worden gezet, maar kan ook geheel vrijstaand in A-positie gebruikt worden. Om zijdelings kantelen te voorkomen, is de basis van de ladder verbreed.

 

Platformladder: ladder met een klein horizontaal platform bovenin.

 

Telescoopladder: deze ladder kan enorm klein worden omdat elk deel van de stijlen in elkaar schuift, net als bij een telescoop.

 

Dakladder: ladder met een haak bovenaan om de daknok.

 

In Europa zijn ladders hoofdzakelijk van aluminium en in steeds mindere mate van hout.

 

Daarnaast zijn er ook nog ladders van ander materiaal, zoals ijzer en kunststof. In Noord Amerika worden ladders hoofdzakelijk gemaakt van fi berglas en aluminium en ook daar in mindere mate van hout. Het voordeel van aluminium is dat verouderingsprocessen er nagenoeg geen invloed op hebben, wat bij ijzer, hout en kunststof wel het geval is. In Noord Amerika hebben bijvoorbeeld kunststofl adders een maximumleeftijd, waarna ze niet meer gebruikt mogen worden.

 

Een voordeel van kunststof en hout is dat het geen geleidende materialen zijn. Bij koud weer ligt een metalen of aluminium ladder niet prettig in de hand. Maar de niet-geleidende werking van kunststof en hout betekent niet dat ladders van dit materiaal veiliger zouden zijn bij het werken onder (hoge) elektrische spanning. Omgevingsfactoren, zoals luchtvochtigheidsgraad, meerdere fases en /

 

of hoogte van de spanning in de elektrische aanvoerleiding hebben hierop zeer grote of welhaast de belangrijkste invloed. Daarom: bij werken aan elektriciteit de leiding altijd spanningsloos maken!

 

In de Europese Unie bestaan duidelijke richtlijnen omtrent de uitvoering (minimale eisen)

 

van de ladder en het gebruik.

 

In de EU geldt de EN 131 als norm. De enige landen die daarvan afwijken zijn Nederland (Besluit Draagbaar Klimmateriaal van de Warenwet ) en Zweden (SS 2091 of INSTA 650).

 

Zweden accepteert de EN 131 als de fabrikant de ladders heeft laten testen door een ISO 45010 of hoger gecertifi ceerde keuringsinstelling.

 

Het niet-naleven van de EN 131-norm binnen de EU (dit is ook van toepassing in Nederland en Zweden!) resulteert altijd in een volledige aansprakelijkheid voor schade en vervolgschade.

 

Ladders en trappen moeten zijn gemerkt met NEN 2484, gevolgd door het symbool van het ladder- of traptype, het aantal sporten of treden per deel, en het aantal delen.

 

Het uitgangspunt voor de nieuwe regels over ladders is dat een ladder geen geschikte werkplek is en bij voorkeur niet als werkplek mag worden gebruikt.

 

De ladder wordt niet verboden, maar de werkgever moet voor het gebruik een risico-inventarisatie en -evaluatie opstellen. Hieruit moet blijken dat de ladder als werkplek acceptabel is, gezien de aard en de duur van de werkzaamheden.

 

Ook moet de werkgever aantonen dat het gebruik van andere arbeidsmiddelen, zoals een rolsteiger of hoogwerker, niet mogelijk is.

 

Bijvoorbeeld omdat de locatie slecht bereikbaar is (binnenterreinen) of omdat de uit te voeren werkzaamheden het opbouwen van een rolsteiger niet rechtvaardigen (zeer kortdurend).

 

De handhaving van de Arbeidsinspectie is dus gericht op de risico-inventarisatie, tenzij er een aanwijzing komt met gedetailleerde voorschriften. Aan de hoogte van het laddergebruik worden geen nadere eisen gesteld. In beleidsregel 3.16 wordt gesproken over 10 meter.

 

Deze hoogte blijft gehandhaafd.

 

Enkele aanvullende voorschriften die inmiddels door brancheverenigingen zijn opgesteld, luiden:

 

• de stabiliteit van een ladder moet te allen tijde zijn gewaarborgd (ladder borgen aan onder- of bovenzijde);

 

• maximale werkhoogte bij voorkeur tussen 6,0 en 7,5 meter;

 

• tijdsduur voor een klus maximaal drie uur, waarvan maximaal twee uur aaneengesloten;

 

• de maximale reikwijdte naar boven en zijdelings bedraagt een armlengte;

 

• het op de ladder te transporteren materiaal of gereedschap weegt niet meer dan 10 kilo;

 

• het op de ladder te transporteren materiaal of gereedschap heeft een maximale afmeting van 1 m2.

 

Besluit draagbaar klimmaterieel Arbobesluit, artikelen 3.16 en 7.23

 

Beleidsregels 3.16 en 7.4-4

 

NEN 2484 Draagbaar klimmaterieel, ladders en trappen Beoordelingsrichtlijn bij Convenant Gevelonderhoud (februari 2000), Ondernemersorganisatie Schoonmaak en Bedrijfsdiensten (OSB), ’s-Hertogenbosch

 

• De breedte tussen de stijlen moet minstens 300 mm zijn.

 

• De onderzijde moet breder zijn dan, of gelijk zijn aan de bovenzijde (bij een niet-vrijstaande ladder).

 

• De basisbreedte moet zijn: lengte bovenste sport + 0,175 L (L = lengte ladder) voor een tweedelige en driedelige reformladder, en voor een vierdelige reformladder lengte bovenste sport + 0,125 L.

 

• De sportafstand moet liggen tussen 250 en 300 mm (onderlinge afwijking mag maximaal 2 mm zijn).

 

• De afstand vanaf de onderzijde van de stijl tot de bovenkant van de eerste sport mag tussen een halve en een hele sportafstand zijn.

 

• De afstand vanaf de bovenzijde van de stijl tot de bovenkant van de laatste sport mag tussen een halve en een hele sportafstand zijn.

 

• De sporten (van metaal) moeten zijn voorzien van antislipprofi el.

 

• De spreidstandbeveiliging moet drukvast zijn (bij een driedelige reformladder).

 

• Van een houten ladder moeten de stijlen van oregon pine zijn vervaardigd of van een gelijkwaardige houtsoort. De sporten moeten van essenhout zijn of van een gelijkwaardige houtsoort.

 

Het voornaamste risico is het vallen van een hoogte. Dit kan gebeuren door:

 

• ondeugdelijke sporten of bomen;

 

• te korte of te lange ladders;

 

• onjuiste opstelling of onjuist gebruik van ladders;

 

• onvoldoende onderhoud.

 

Reageer op dit artikel