artikel

Lust of last?

Geen categorie

In haar promotieonderzoek heeft Janna Deelstra vanuit de Universiteit Utrecht in een vijftal studies onder studenten, administratief personeel, verpleegkundigen en AIO’s onderzocht onder welke omstandigheden het ontvangen van sociale steun als poging om iemand te helpen tot negatieve effecten leidt. Met name is gekeken naar de effecten die sociale steun kan hebben op emotioneel welbevinden, competentiegevoel, de ervaren kwaliteit van de steun en de sympathie voor de steungever.

 

Uit alle vijf de onderzoeken blijkt overduidelijk dat in bepaalde gevallen het ontvangen van sociale steun problemen eerder verergert dan vermindert.

 

De belangrijkste reden is dat sociale steun kan worden ervaren als een verklaring van incompetentie.

 

De reactie is dan bijvoorbeeld: ‘Ik krijg steun, omdat men ervan uitgaat dat ik het zonder die hulp niet red oftewel niet competent genoeg ben’. In de meeste situaties leidt dit tot een verminderd competentiegevoel en het ervaren van negatieve emoties.

 

Uiteindelijk is dat funest voor het werkplezier en de geestelijke gezondheid. Op lange termijn kunnen uitval en ziekteverzuim de consequentie zijn. In een aantal ‘gunstiger’ gevallen trekt de werknemer het zich niet persoonlijk aan, maar devalueert het de steungever: die wordt minder sympathiek gevonden. Op den duur kan dat leiden tot slechtere arbeidsverhoudingen en onderlinge conflicten.

 

Uit het promotieonderzoek blijkt ook dat er omstandigheden zijn waarin het ontvangen van sociale steun meer kans heeft om als negatief te worden ervaren. Ten eerste is van belang hoe de steun wordt gegeven: wordt die aangeboden of opgedrongen?

 

Het verschil tussen beide manieren zit in de mogelijkheid die iemand krijgt om de steun wel of niet aan te nemen. Die keuzevrijheid blijkt erg belangrijk voor werknemers: wanneer ze die niet hebben, reageren zij namelijk veel negatiever dan wanneer ze die wel hebben. Neemt een collega ongevraagd werk over of wordt de werknemer verplicht om een advies op te volgen, dan is de kans groter dat deze ‘steun’ als negatief wordt ervaren. Informeert een collega naar de behoefte aan hulp of wordt een advies gepresenteerd als een optie, dan is de reactie van de werknemer veelal positiever. Negatieve effecten treden vooral op als werknemers zelf geen probleem ervaren en werken aan een taak die centraal staat in hun functie. Verder blijkt steun ook negatieve reacties op te roepen wanneer die wordt gegeven op een manier die gevoelens van minderwaardigheid oproept, bijvoorbeeld op een denigrerend toontje of bij onderschatting van de capaciteiten van de werknemer.

 

Een andere factor die een rol speelt bij het ontstaan van negatieve effecten, is de relatie tussen steungever en steunontvanger. Het kan hier een relatie tussen werknemers onderling betreffen, maar ook die tussen werkgever en werknemer. Het onderzoek laat zien dat als de relatie tussen beide partijen slecht is of als slecht wordt ervaren, de steun eerder negatieve effecten heeft dan wanneer de relatie goed is. Dit heeft ermee te maken dat de goede bedoeling van iemand met wie men een slechte relatie heeft eerder wordt gewantrouwd. Daarbij blijkt het niet uit te maken of het gaat om een relatie tussen werknemers of tussen werkgever en werknemer.

 

De onderzoeksresultaten zijn te gebruiken bij het verbeteren van het psychosociale werkklimaat.

 

Ten eerste maken ze duidelijk dat de aanbeveling om mensen aan te sporen meer steun te geven aan werknemers en collega’s veel te ongenuanceerd is.

 

Veel beter is het advies om mensen te leren op welke wijze ze dat het beste zouden kunnen doen.

 

De vaardigheden hiervoor zijn op een vergelijkbare wijze te trainen als die voor het voeren van slechtnieuwsgesprekken, effectief solliciteren of coachen.

 

Bij een training ‘sociale steun’ is aandacht nodig voor een aantal grondregels:

 

dring nooit steun op, maar vraag of hulp nodig is;

 

verifieer of er (inderdaad) een probleem is met de

 

uitvoering van de taak;

 

gun het de ander om adviezen en oplossingen in

 

de wind te slaan. Iedereen heeft het recht om

 

fouten te maken;

 

wees terughoudend met het geven van steun

 

wanneer de werknemer bezig is met een taak die

 

centraal staat in de functie;

 

pas op voor het oproepen van minderwaardigheidsgevoelens.

 

Hang nooit de betweter uit;

 

werk aan open sociale relaties met werknemers

 

en collega’s waarin sociale steun gegeven en

 

ontvangen kan worden.

 

De onderzoeksresultaten geven ook aanwijzingen voor organisatorische aspecten. In een aantal beroepsgroepen, zoals verpleging, politie en gevangeniswezen, wordt extra bedrijfsmaatschappelijk werk ingevoerd. Reden hiervoor is vaak dat de werkcultuur werknemers te weinig ruimte zou bieden om zelf hun problemen bespreekbaar te maken. Na een ernstige gebeurtenis worden werknemers sterk aangespoord of uit routine naar het bedrijfsmaatschappelijk werk gestuurd om hun problemen te bespreken. Hoewel het aanbieden van hulpverlening op zich een goede zaak is, geven de onderzoeksresultaten aan dat het verplichtende karakter ervan uiteindelijk alleen maar een averechts effect heeft. Wil men werknemers meer mogelijkheden bieden om hun probleem bespreekbaar te maken, dan valt er meer te verwachten van het verbeteren van de werksfeer dan van het instellen van verplichte hupverlening.

 

Het is natuurlijk geenszins de bedoeling de indruk te wekken dat er beter helemaal geen steun meer kan worden gegeven. Wel is het nodig dat werknemers en werkgevers zich bewust worden van het feit dat goede bedoelingen alleen onvoldoende zijn.

 

Door het volgen van een aantal eenvoudige regels kan het geven van steun immers vele malen effectiever worden gemaakt.

 

CASUSSEN

 

Overvallen bankemployee Een bankemployee wordt slachtoffer van een overval: een ernstige gebeurtenis. Zij wil graag ‘gewoon’ verder werken. Haar collega’s belagen haar echter met steun. Ze vinden dat ze zij zich ziek moet melden om het gebeurde thuis te verwerken. Ook geven ze haar het advies haar emoties te uiten, er met iemand over te praten en in therapie te gaan. Dit alles vanwege het geweldige trauma dat zij zou hebben opgelopen. De bankemployee wordt er zeer gestresst van en heeft de neiging haar collega’s te mijden.

 

‘Je kijkt zo somber’ Een werknemer vraagt steeds aan een collega of alles wel goed met hem gaat, want: ‘Je kijkt zo somber’. De collega probeert de werknemer op te beuren met een schouderklopje en door te zeggen dat alles wel goed zal komen: ‘Je kan het allemaal prima’. De werknemer vindt het moeilijk om die opmerkingen van deze persoon aan te nemen, want ze komen altijd erg ongemeend over.

 

Verhuisde kantoormedewerker Een kantoormedewerker is intern verhuisd naar een werkplek die hij niet ziet zitten. Na de verhuizing loopt een collega zijn nieuwe werkruimte binnen en zegt: ‘Wat een leuke kamer’. De kantoormedewerker vindt dit een heel vervelende opmerking omdat hij ontevreden is over de verhuizing. Het enige wat hij wil horen is dat dit rot voor hem is. Hij wordt nu alleen maar bozer en ontevredener.

 

Lesje Excel

 

Een leidinggevende wil een secretaresse wel helpen leren werken met Excel. Hij doet echter alsof zij helemaal geen verstand van computers heeft. De secretaresse voelt zich niet serieus genomen en gekleineerd.

 

LITERATUUR

 

dr. J.T. Deelstra, De keerzijde van sociale steun – over de negatieve effecten van het ontvangen van sociale steun op het werk. Utrecht, 2003. ISBN 90 39 334 994

 

SAMENVATTING

 

Mensen die op hun werk veel sociale steun krijgen, hebben over het algemeen minder kans op negatieve emoties, burn-out, depressies en lichamelijke klachten. In een promotieonderzoek is onderzocht onder welke omstandigheden sociale steun tot negatieve effecten leidt. Daarbij is gekeken naar emotioneel welbevinden, competentiegevoel, de ervaren kwaliteit van de steun en de sympathie voor de steungever. Soms blijkt het ontvangen van sociale steun problemen eerder te verergeren dan te verminderen, vooral als deze steun wordt ervaren als een verklaring van incompetentie. Belangrijk is daarom of de steun wordt aangeboden of opgedrongen. Als keuzevrijheid ontbreekt, reageren werknemers veel negatiever dan wanneer ze die wel hebben. Wordt de relatie tussen beide partijen als slecht ervaren, dan heeft de steun eerder negatieve effecten dan bij een goede relatie. Geadviseerd wordt mensen te leren op welke wijze ze het beste steun kunnen geven.

 

 

Reageer op dit artikel