artikel

Metsel anders!

Geen categorie

De keuze van het juiste Metselsysteem is van vele factoren afhankelijk: de beschikbaarheid van een kraan of verreiker (een uitschuifbare kraan), de bereikbaarheid van de te metselen gevel, de beschikbaarheid van steigers en hulpmiddelen, de omvang van het werk, de bouwvolgorde, de stapeling van bakstenen en de ervaringen die het metselbedrijf, de aannemer en de metselploeg hebben met de systemen.

 

Koers: ‘Voor aannemers en metselbedrijven is het best lastig om met al deze factoren rekening te houden. Daarom heeft TNO een speciale tabel ontwikkeld, die ze helpt bij de keuze van het meest geeigende Metselsysteem.’

 

Met behulp van deze tabel wordt eerst het opbouwmoment van de steiger bepaald. Koers: ‘De steiger kan op verschillende momenten worden geplaatst.

 

Om een voorbeeld te geven:

 

er zijn steigers die worden gebouwd als een gebouw al op hoogte is. Je ziet dat vaak bij hoogbouw en renovaties.

 

De steigers staan er dan al als de metselploeg begint met het werk aan de gevel. Om te voorkomen dat de metselaars de metselkuipen en stenen vervolgens zelf naar boven moeten sjouwen, dicteert het Metselsysteem dat er een centraal laadplatform naast de steiger moet worden gebouwd. Via dit platform worden stenen en metselkuipen mechanisch omhoog gebracht.

 

Vervolgens dienen deze zware materialen op de steigers te worden overgeladen in karretjes op vier zwenkwielen of op karretjes die via een rails langs de steiger lopen. De metselaars hoeven dan niet zelf met de zware bakstenen en mortelkuipen over de steiger te slepen.’

 

Nadat bepaald is wanneer de steiger er komt te staan, kiest de (metsel)aannemer voor het type steiger. Daarna wordt de steigerindeling bepaald. Deze moet zodanig zijn dat er een goede metselplek ontstaat. Koers: ‘Het kan nodig zijn om de werkplek van de metselaar te verhogen of te verlagen ten opzichte van de steigervloer, om te voorkomen dat de metselaar boven zijn macht werkt of te diep moet bukken. Ook worden kuipen en stenen vaak op schragen gezet, zodat de metselaar er makkelijk bij kan.’

 

Tot slot moet er nog bekeken worden hoe het opperen in zijn werk dient te gaan. Koers: ‘Vroeger gebeurde dat vaak met een kruiwagen, maar dat was natuurlijk de pest voor de rug van de opperman. Kruiwagens zijn daarom tegenwoordig uit den boze. Idealiter maakt de opperman gebruik van een verreiker of kraan. Als die er niet is, kan hij kiezen voor wagentjes op zwenkwielen of op rails.

 

Of desnoods voor een opkar:

 

een modernere en lichtere variant van de kruiwagen.’

 

Om de Negen Metselsystemen bekend te maken onder metselaars, zijn er in 1997 speciale voorlichtingsfilms verspreid onder aannemers. Ook waren er demonstratiedagen en konden aannemers informatiebrochures aanvragen via KNB en zijn projectpartners.

 

Dit publiciteitsoffensief heeft ertoe geleid dat inmiddels negentig procent van de (hoofd)-

 

aannemers bekend is met de Negen Metselsystemen. Desondanks werkt slechts ongeveer vijftig procent van de metselaars daadwerkelijk via deze systemen.

 

Cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) wijzen uit dat het ziekteverzuim onder metselaars sinds 1997 juist is toegenomen: van 5,2 procent in 1997 tot 8,1 (!) procent in 2002. Het gemiddelde percentage werknemers dat de maximale uitkeringsduur had bereikt en veelal in de WAO terechtkwam, steeg navenant: van 1,0 procent in 1997 tot 2,5 procent in 2002. En dat terwijl wettelijke maatregelen die tot doel hadden het ziekteverzuim terug te dringen (zoals de wet Terugdringing Ziekteverzuim uit 1994 en de Wet Uitbreiding Loondoorbetalingsplicht bij ziekte uit 1996) in 1997 nog een duidelijke uitwerking hadden in de bouw. In latere jaren werd dat minder.

 

Uit de rapportages van het EIB blijkt dat de hoogconjunctuur een duidelijke invloed had op de hoogte van het ziekteverzuim.

 

Hoe beter het ging in de bouw, des te hoger het ziekteverzuim.

 

Voor het ‘waarom’ van dit curieuze verschijnsel geven de rapportages van het EIB overigens geen verklaring. Het instituut verwacht wel dat het verzuim in 2003 weer zal dalen, onder invloed van de Wet verbetering poortwachter.

 

Ook Koers weet niet precies waarom het ziekteverzuim weer toeneemt, al heeft hij wel een vermoeden: ‘Wellicht heeft de toename een economische oorzaak.

 

In 1997 draaide de bouw nog op volle toeren en was het alle hens aan dek. Geleidelijk is dat minder geworden. De WAO is dan een mooie afvloeiingsregeling.

 

Overigens blijkt uit een rapport van TNO Arbeid uit 2001 dat de metselaars die wel volgens de Negen Metselsystemen werken, minder fysieke klachten rapporteren dan degenen die dat niet doen.’

 

Dat desondanks nog niet alle metselaars met de systemen werken, heeft volgens Koers verschillende oorzaken.

 

‘Ten eerste schaffen veel aannemers hun steigers eenmalig aan. Daar moeten ze het vervolgens jarenlang mee doen. Als die steigers niet goed beantwoorden aan de eisen van een bepaald bouwproject, is dat gewoon pech. Aanpassingen worden meestal achterwege gelaten, want die zijn te duur. Verder hebben de metselbedrijven meestal bij de hoofdaannemer te weinig inspraak als het gaat om het bepalen van het type steiger.

 

Dat is ook een nadeel. Dan is er nog het probleem van de buitenlandse stenen. In Nederland hebben we met de baksteenfabrikanten afgesproken dat ze altijd op tweehonderd stuks deelbare steenpakketten aanleveren.

 

Deze kunnen gemakkelijk met de kraan, verreiker of speciale tangen worden opgepakt. Buitenlandse fabrikanten verdelen hun pakketten echter in andere hoeveelheden, waardoor er toch weer handmatig moet worden gewerkt. Ten slotte moeten we ook de metselaars zelf niet vergeten.

 

Zij zijn er medeverantwoordelijk voor dat de Negen Metselsystemen nog niet overal gemeengoed zijn. Veel metselaars – zekere de jongere – vinden het niet ‘stoer’ om volgens de systemen te werken. Dat ze later de wrange vruchten zullen plukken van die achteloze houding, dringt helaas niet altijd tot ze door.’

 

Wie dat wel tot zich lieten doordringen, waren FNV Bouw, de Hout- en Bouwbond CNV, het Algemeen Verbond Bouwbedrijf en voormalig staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Hans Hoogervorst.

 

Op 2 oktober 2003 ondertekenden zij het ‘Arboconvenant Bouw, inzake fysieke belasting, werkdruk, kwarts en organopsychosyndroom’.

 

In dit convenant, dat eindigt op 2 oktober 2005, is onder meer afgesproken dat negentig procent van de ‘risicopopulatie’ (de bouwvakkers) aan het eind van de convenantperiode weet hoe fysieke overbelasting ontstaat en hoe overbelasting voorkomen kan worden. Verder moet tien procent van de risicopopulatie na afloop van de convenantperiode minder klachten rapporteren aan rug, armen en benen. Bovendien dienen de suggesties van de zogenaamde A-bladen te zijn geimplementeerd door de bedrijven waarop deze suggesties zijn gericht. Deze A-bladen bevatten belangrijke richtinggevende aanbevelingen ten behoeve van betere en veiligere arbeidsomstandigheden in de bouw. Ze zijn opgesteld door Arbouw, een organisatie die is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. Voor metselaars zijn vooral de A-bladen ‘Metselen en lijmen’ (2002) en ‘Tillen’ (1995) van belang.

 

Koers: ‘Deze zijn volledig gebaseerd op de Negen Metselsystemen; er wordt duidelijk in uitgelegd hoe metselaars, lijmers en oppermannen de fysieke belasting op het werk kunnen beperken. Ook staan ze aan de basis van de beleidsmaatregel ‘Tillen op Bouwplaatsen’, die door staatssecretaris Mark Rutte van SZW is uitgevaardigd.’ In deze beleidsregel, die van kracht werd op 1 januari 2003, is onder meer vastgelegd dat handmatig tillen zo veel mogelijk vermeden dient te worden, dat het maximale gewicht dat door een persoon met de handen getild mag worden 25 kg is en dat steigerelementen die zwaarder zijn dan 23 kg niet handmatig getild of getransporteerd mogen worden.

 

De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de handhaving van de beleidsregel.

 

Om metselaars (opnieuw) op de hoogte te stellen van de inhoud van het arboconvenant en de beleidsmaatregel, heeft WERKGOED (een initiatief van de convenantpartners) 2004 uitgeroepen tot het Jaar van de Metselaar. Dit gaat op 23 april feestelijk van start met de traditionele metselwedstrijden georganiseerd door KNB voor vmboleerlingen.

 

Ook zullen Stichting Bouwresearch en BouwNed tijdens hun traditionele jaarlijkse themabijeenkomsten voor aannemers – de zogenaamde ‘Bouwlokalen’ – uitgebreid stilstaan bij ‘veilig werken’.

 

Verder komt TNO binnenkort met een nieuw rapport over de Negen Metselsystemen, waarin de ervaringen van de afgelopen jaren zijn verwerkt. Het rapport zal worden gebruikt als basis voor een nieuwe film over de Negen Metselsystemen. Deze film wordt naar het huisadres van de metselaars gestuurd.

 

Koers: ‘Thuis hoeven metselaars niet stoer te doen en liggen ze na een werkdag vaak met rugpijn op de bank. Dat dit niet nodig is, bewijst de nieuwe film. We hopen dat ze de film samen met hun partners of gezinnen bekijken.

 

Hopelijk kunnen die de metselaars ertoe bewegen werk te maken van de Negen Metselsystemen en het belang daarvan om die systemen bij hun baas aan te kaarten.’

 

Reageer op dit artikel