artikel

Ons gehoor holt achteruit

Geen categorie

Volgens de Gentse hoogleraar gelden de wetten van economie en politiek boven die van de gezondheid. Hij schermt ermee lobbyisten te kennen die de economische motieven succesvol boven de gezondheidskundige ethiek weten te plaatsen op de politieke agenda. Weliswaar wordt volgend jaar een Europese richtlijn van kracht die de grenswaarde voor lawaai op 80 decibel gedurende acht uur stelt, maar dit is niet voldoende om het risico van lawaaidoofheid uit te bannen. ‘Wetenschappelijk staat vast dat de veilige fysiologische grens 75 decibel is. Zestig miljoen Europeanen zijn ‘at risk’ voor gehoorbeschadiging. Bij een grenswaarde van tachtig decibel loopt vijf procent van de mensen extra kans op gehoorbeschadiging. Bij 87 decibel ligt dat percentage al op tien tot dertig procent.’

 

Maar dat is nog niet alles, aldus Vinck. De doorgevoerde verlaging van de grens van 85 decibel naar 80 decibel in Nederland, die straks in heel Europa wordt doorgevoerd, is niet genoeg. En niet alleen voor de vijf procent mensen die ook bij 80 decibel risico loopt. De EU-regelgeving kent namelijk een uitzondering, die voor nog meer problemen zorgt. ‘Als de werknemer gehoorbescherming draagt, mag hij blootgesteld worden aan 87 decibel. Dat betekent in feite dat je 117 decibel aan geluid mag produceren, omdat idealiter gehoorbescherming 30 decibel dempt. Maar in de praktijk is veel gehoorbescherming niet perfect. Daarom krijgt maar liefst tien tot dertig procent van de werknemers in de EU te maken met risico op meer dan 25 decibel gehoorschade. Dat zijn zo’n vijftien miljoen mensen.’ Gehoorbescherming werkt dus niet altijd optimaal, zo leren we. Daarom pleit Vinck ook voor betere controle. ‘Gehoorbescherming werkt lang niet altijd goed. Gehoorbescherming lekt geregeld en de controle en efficiency laat ook nogal eens te wensen over. Je zou haar veel en veel vaker moeten controleren. Dat gebeurt te weinig. De meeste gehoorbescherming, zo blijkt uit testen, dempt amper 15 decibel.’ Volgens Vinck overheerst het kortetermijndenken in Europa.

 

De wetenschap heeft volgens hem nauwelijks wat in de melk te brokkelen. ‘Nee, mensen uit de industrie pleiten met succes voor zo hoog mogelijke grenswaarden. Dit om onder dure investeringen uit te komen. De ziektekosten op langere termijn worden uit het oog verloren. Dat terwijl we door de vergrijzing toch al te maken hebben met mensen die eerder gehoorbeschadiging oplopen. En dat kost echt meer dan machines. Vergeet ook niet de opkomende claimcultuur. Werkgevers zijn gebaat bij meer lawaaipreventie. Als werknemers dan beweren dat zij door hun werk doof zijn geworden, kunnen zij tenminste bewijzen dat ze alles hebben ondernomen om gehoorschade te voorkomen. Bijvoorbeeld door goede gehoorbescherming aan te bieden. Al is de eerste maatregel aan de bron het beste.’

 

De grens van 75 decibel is namelijk wel degelijk te halen volgens Vinck. Is het met de te prefereren bronaanpak met geluidsarmere machines, omkasten en andere akoestische maatregelen, dan zeker door gehoorbescherming. En die moet dus aanzienlijk worden verbeterd. Dat kan volgens Vinck. Zo zijn er gehoorbeschermers op de markt die dempen tot boven de 75 decibel. ‘Al moet je ook weer oppassen dat je niet te veel dempt zodat communicatie onmogelijk wordt. Dan zegt de werknemer ‘wablief?’ En zet hij zijn gehoorbeschermer af. Je moet tot 75 decibel gaan, maar niet verder. Niet de zwaarste filter.

 

Wat zegt Vinck tegen de ondernemer die hem een zeurpiet noemt, omdat hij zijn werknemers keurig ieder jaar laat checken op gehoorverlies? ‘Nou, die ondernemer laat zijn mensen in ieder geval niet ieder jaar controleren. Ik begreep dat in Nederland eens in de vier jaar voldoende is. Dan zou iemand met een 39-jarig dienstverband negen keer beoordeeld worden. Die frequentie biedt weinig bescherming. Maar buiten dat, de testen zijn hopeloos verouderd. De audiometrie wordt sinds de Tweede Wereldoorlog gebruikt. Raymond Carhart, een Amerikaans legerarts, kreeg te maken met veel doofheid door granaatinslagen. Hij verzon een soort morse, pieptoontjes die je hoort of niet. Je meet dan niet de capaciteit van het oor, maar de respons op het niveau van de hersenen. Je hoort wat, maar niet de toonhoogte. Tot op de dag van vandaag is deze meting standaard.’

 

Vinck houdt daarom een vurig pleidooi voor een andere manier van meten. Hij is voorstander van de zogenoemde Oto Akoestiche Emissie meting (AOE-meting). Hiervoor kwam in 1988 een test commercieel beschikbaar. ‘Deze test meet exact hoeveel van de 10.500 trilhaarcelletjes in ons oor beschadigd zijn, in welke zone ze zitten en welke frequenties we daardoor niet meer horen. Zo kun je aantonen dat de patient bijvoorbeeld medeklinkers niet meer hoort. De AOE-meting is veruit te verkiezen boven de traditionele testen. In tegenstelling tot de audiometrie is de test objectief. Hij valt niet te manipuleren. Bij audiometrische testen kun je doen of je neus bloedt als je een piep hoort. Bovendien is hij ook makkelijk manipuleerbaar als je hem twee keer na elkaar afneemt. Dat is handig in een claimcultuur.’ Oto Akoestische Emissies zijn favoriet bij Vinck. Hearing Coach is voorlopig het enige bedrijf dat deze testen afneemt in Nederland. Vinck verzekert dat hij er geen belangen in heeft. Al vraagt het bedrijf hem geregeld voor het geven van voordrachten. ‘Dat is ook logisch. Zij introduceren OAE’s en willen heel wat mensen overtuigen. De audiometrie staat tot het OAE als de rontgenstralen tot de CT-scan. Audiometrie is een gepasseerd station als het gaat om het voorkomen van lawaaidoofheid. Oke, het is beter dan niets, maar het kan ook valse veiligheid suggereren. Je kunt lawaaidoofheid alleen voorkomen als je schade vroegtijdig detecteert. Dat kan niet met audiometrie, terwijl de OAE-meting er uitermate geschikt voor is.’

 

REACTIES DESKUNDIGEN

 

Jan de Laat, audioloog Leids Universitair Medisch Centrum en secretaris van de Nederlandse Hoorstichting

 

‘Als audioloog ondersteun ik het pleidooi van Vinck voor verlaging van de blootstellingsgrens naar 75 decibel. Als secretaris van de Hoorstichting niet. We hebben wel een achterstand in te halen. Uit onderzoek krijgen we steeds meer gegevens die een verlaging rechtvaardigen. Maar het moet wel haalbaar zijn. Ik zie meer in verlaging van de grenswaarde in kleine stapjes. Als we doen wat Vinck wil, krijgen we organisatorische problemen. Ik geloof niet zo in politieke en economische belanghebbenden die een verlaging tegenhouden. De praktijk is dat we de afgelopen jaren al een verlaging van de grenswaarden hebben gezien van 85 decibel naar 80 decibel. En misschien kunnen we in overleg met SZW, tijdens of na de Europese Week voor Veiligheid en Gezondheid op het werk, afspraken maken over verdere verlaging.

 

Een betere gehoorbescherming zit hem trouwens niet alleen in verlaging van de grenswaarden, maar ook in meer ‘awareness’ en persoonlijke afstemming.

 

Ik ben het met Vinck eens dat de audiometrische testen met pieptonen schijnveiligheid kunnen bieden en contraproductief kunnen zijn. Dat zijn overigens andere testen dan de testen van de Hoorstichting. De testen van de Hoorstichting zijn klinische testen, die veel meer gericht zijn op spraakherkenning en ruis. Ik steun het pleidooi van Vinck voor meer gehoorbeschermingscontrole. Als je lukraak oorbescherming eruit pikt en controleert, moet je constateren dat er veel mis is.’

 

Mick Salet, woordvoerder ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

‘Wij verlagen de grens niet naar 75 decibel. We volgen Europa en dat heeft de grens op 80 decibel gesteld. Het vervangen van de audiometrische testen door het OAE-gram is voorbarig. De OAE-grammen kunnen aanvullende waarde hebben, maar er moet nog onderzoek gedaan worden naar de omstandigheden waaronder die OAE-gram men gemaakt worden en de waarde die moet worden gehecht aan de uitkomsten.

 

Wij vinden niet dat gehoorbescherming nu meer moet worden gecheckt. Van veel beschermingsmiddelen is de werking in de praktijk voldoende bekend om in standaardomstandigheden te kunnen bepalen of ze voldoende dempen. In specifieke gevallen en bij persoonlijk aangemeten beschermers kan het nuttig zijn de demping te kunnen meten.’

 

Erno Hannink, hoofd verkoop Comfoor gehoorbescherming

 

‘We zijn het zeer eens met Vinck, als hij zegt dat gehoorbescherming meer gecheckt moet worden. Het oor is een orgaan dat doorgroeit. Daardoor kan er ruimte ontstaan waardoor de op maat gemaakte gehoorbeschermer niet goed meer afsluit. Wij testen dan ook standaard een keer per jaar met behulp van luchtdruk de afdichting van het product. Helaas wordt dit niet door alle leveranciers van op maat gemaakte gehoorbescherming gedaan.

 

We zijn het ook eens met Vinck als hij zegt dat de blootstelling aan lawaai zou moeten worden verlaagd naar 75 decibel. Alleen is het praktisch wat moeilijk uitvoerbaar, denk ik, mede door de Europese wetgeving.

 

Ook zien we veel in de OAE-grammen. Alleen zijn er nog wat onduidelijkheden over de uitkomsten en wat we ermee moeten. Dat verdient meer studie. Maar dat er veel haken en ogen zitten aan de audiometrische testen van nu, is wel duidelijk.’

 

Bas Sorgdrager, consulent expertisecentrum Gehoor en Arbeid van VU en AMC in samenwerking met Nederlands Centrum Beroepsziekten

 

‘Gecombineerde blootstelling aan lawaai vormt een toenemend risico. Buiten het werk worden vooral jongeren ook flink blootgesteld aan herrie. Ik kan me iets voorstellen bij extra bescherming en de grens van 80 decibel is arbitrair. Toch gaat een strengere regelgeving me net iets te ver. Net als De Laat twijfel ik aan de haalbaarheid. Bewustwording is belangrijker.

 

Ik weet dat het bedrijf Hearing Coach, ondersteund door Vinck, een agressieve campagne voor de OAE voert. Ik zie OAE vooral als een mogelijkheid naast de audiometrie. Dat blijft toch de gouden standaard. Ook internationaal. OAE is een leuk systeem dat kapotte celletjes weet te detecteren, maar we weten niet wat die kapotte celletjes voor het gehoor betekenen. We zien wel schade, maar of die te vertalen is in slechthorendheid weten we niet. Bovendien weten we niet of de schade omkeerbaar is of niet en wat het voor de langere termijn betekent.

 

Het argument dat audiometrie vatbaar is voor manipulatie in een claimcultuur verwerp ik. Als het werkelijk tot een claim komt, voert een audiologisch centrum de testen uit. Dan wordt de factor gedrag weggenomen. Maar de traditionele audiometrische testen zijn wel subjectief. Dat klopt.

 

Ik kan het pleidooi voor meer nazorg en nameting van gehoorbescherming wel van harte steunen. Meer aandacht voor gebruik zorgt er ook voor dat werknemers meer gewezen worden op het dragen van bescherming.’

 

 

Reageer op dit artikel