artikel

RECENTE JURISPRUDENTIE

Geen categorie

Na afloop van een bruiloftsfeest in een kasteel valt de violist van het zigeunerorkest door een trapgat enkele meters naar beneden.

 

Dit trapgat is afgeschermd met enige wijnkisten. Door de val breken twee strijkstokken. Voor de schade houdt de violist de eigenaar en de bewoners van het kasteel aansprakelijk op grond van artikel 174 Boek 6 Burgerlijk Wetboek. Het Hof oordeelt (in hoger beroep) dat de eventuele aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal slechts rust op de bezitter van de opstal. De bewoners zijn namelijk alleen als houder aan te merken. Volgens het Hof was het gat onvoldoende afgezet. De eigenaar had een vaste (hoge) balustrade rondom of een luik op het gat moeten aanbrengen. Nu hij dat niet heeft gedaan, is van een gebrekkige opstal sprake. De eigenaar slaagt er niet in aan te tonen dat er sprake was van eigen schuld van de violist (bijvoorbeeld door overmatig alcoholgebruik).

 

(Hof Den Bosch, 29 oktober 2002, AM 14 november 2003, VR 2003, 140)

 

Bij een herstructurering wordt de functie van een business unit manager met ruim 25 dienstjaren gewijzigd in sales manager.

 

Bij een eerste evaluatiegesprek krijgt hij te horen dat zijn functioneren volstrekt onvoldoende is. Hij meldt zich daarna ziek.

 

De bedrijfsarts laat de werkgever weten dat de werknemer niet ziek is en dat er sprake is van een arbeidsconflict. De werknemer stelt ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor. De werkgever biedt hem echter aan om zijn functie te hervatten onder een nieuwe leidinggevende en met de focus op het type klanten waar hij jarenlang ervaring mee heeft. De werknemer gaat niet op dit aanbod in. Een mediationsessie eindigt met de conclusie dat er sprake is van een onherstelbare vertrouwenscrisis. De bedrijfsarts acht de werknemer niet arbeidsongeschikt; de werknemer vraagt een second opinion aan. Omdat hij niet voldoet aan de sommaties om het werk te hervatten, schort de werkgever de loonbetaling op. Uit de second opinion blijkt dat de werknemer geschikt is voor zijn eigen werk.

 

Meteen de volgende dag stelt de werkgever de werknemer op nonactief wegens werkweigering.

 

De werknemer stapt naar de rechter en vordert loondoorbetaling; de werkgever teruggave van lease-auto, laptop, mobiele telefoon en dergelijke. De kantonrechter is van mening dat vooralsnog niet vast staat dat de werknemer door ziekte verhinderd is te werken. Daarom is de vordering van de werknemer niet toewijsbaar op basis van artikel 629 zevende boek Burgerlijk Wetboek. Evenmin kan de vordering worden toegekend op grond van artikel 7:628 BW. De werknemer heeft immers het aanbod van de werkgever om zijn functie te hervatten niet aanvaard. De werknemer heeft echter wel recht op loon vanaf de datum waarop hij op non-actief is gesteld. Hij heeft namelijk niet de kans gehad om na de uitslag van de second opinion zijn werkzaamheden te hervatten, daar hij per direct op non-actief is gesteld. De vordering van de werkgever tot teruggave van lease-auto, laptop enzovoorts is wel toewijsbaar, omdat ter zake duidelijke contractuele afspraken zijn gemaakt.

 

(Kantonrechter Dordrecht, 24 september 2003, JAR 2003, 247)

 

Een werknemer van een supermarkt raakt als gevolg van een verkeersongeval arbeidsongeschikt.

 

Omdat hij regelmatig niet verschijnt op het spreekuur van de bedrijfsarts, waarschuwt zijn werkgever hem schriftelijk voor de gevolgen van niet-meewerken aan zijn reintegratie. In strijd met eerdere afspraken weigert de werknemer vervolgens om op arbeidstherapeutische basis weer aan de slag te gaan. Daarop stuurt zijn werkgever nogmaals een brief waarin hij dreigt met ontslag op staande voet. Hierop belooft de werknemer zich beter aan de afspraken te houden.

 

Desondanks legt hij na een poosje zijn werk weer neer. Als hij vervolgens noch bij de bedrijfsarts, noch bij de werkgever verschijnt, wordt hij op staande voet ontslagen.

 

De werknemer protesteert bij de rechter omdat hij zo veel mogelijk heeft voldaan aan de afspraken. De kantonrechter stelt dat de werknemer wist dat de werkgever belang hechtte aan naleving van de geldende regels.

 

Verder stelt hij dat een arbeidsongeschikte werknemer zich moet houden aan afspraken met de bedrijfsarts. Als een werknemer zich daar niet aan kan houden, moet hij dit direct melden. De werkgever heeft meerdere keren gewaarschuwd. Daarom had de werknemer zich stipt en correct moeten houden aan de verzuimbegeleiding en actief moeten meewerken aan zijn reintegratie.

 

Door opnieuw zonder bericht van verhindering niet op een afspraak te verschijnen en zich verder ook volstrekt passief op te stellen, heeft de werknemer de voorschriften weer overtreden.

 

Het is te billijken dat de werkgever daarmee ieder vertrouwen heeft verloren in de medewerking van de werknemer aan zijn reintegratie en in zijn toekomstig functioneren. Daarom ontbindt de rechter de arbeidsovereenkomst.

 

Voor een ontslagvergoeding komt de werknemer niet in aanmerking omdat hij het ontslag aan zichzelf heeft te wijten.

 

(Kantonrechter Zwolle, 2 september 2003, JAR 2003, 237)

 

Een werknemer werkt als stadswacht bij de dienst Stadstoezicht van een middelgrote gemeente.

 

Tijdens zijn opleiding voor bedrijfshulpverlener valt hij van een trapje, waarbij hij met zijn linker knie klem komt te zitten achter een verwarmingsbuis. In het ziekenhuis wordt een ernstige fractuur aan de knie vastgesteld.

 

De man vordert schadevergoeding van zijn werkgever voor de geleden materiele en immateriele schade. Stadstoezicht erkent dat er sprake is van een arbeidsongeval waarbij de werknemer schade heeft geleden. De werkgever vindt echter niet dat hij heeft gefaald in het nakomen van zijn zorgverplichting op grond van artikel 658 zevende boek Burgerlijk Wetboek. De rechter meent dat Stadstoezicht in beginsel aansprakelijk is, tenzij wordt aangetoond dat de zorgplicht wel is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

 

Volgens de rechter heeft Stadstoezicht niet aan haar zorgverplichting voldaan. De dienst had de werknemer vooraf duidelijke instructies moeten geven, met name op het punt van de te dragen schoenen. Ook had de werkgever moeten controleren of het verstrekte schoeisel veilig genoeg was. Tevens heeft hij verzuimd om samen met de cursusleiding voldoende maatregelen te treffen om een ongeval als dit te voorkomen. De vordering van de werknemer wordt toegewezen.

 

(Kantonrechter Haarlem, 7 mei 2003, LJN nr. AF 9196)

 

Reageer op dit artikel