artikel

RECENTE JURISPRUDENTIE

Geen categorie

Kun je iemand ontslaan die enkele onrechtmatig verkregen cashewnoten heeft gegeten? De werkgever vindt van wel, maar de maatregel gaat de rechter te ver. Hij draait het ontslag terug.

 

Een man werkt bij een vliegtuigcateraar op de luchthaven Schiphol. Zijn werkgever heeft een gedragscode waarin onder meer staat dat het ten strengste is verboden om zich op enigerlei wijze zaken toe te eigenen. Daaronder vallen alle eigendommen van de cateraar, de KLM, een buitenlandse luchtvaartmaatschappij of een toeleverancier. Op overtreding staat ontslag wegens een dringende reden.

 

In juli 2007 eet de man enkele cashewnoten uit een open bakje op een trolley die van een vliegtuig terugkwam. Enkele dagen later wordt hij per brief op staande voet ontslagen. De werkgever geeft als reden dat de werknemer zich de nootjes onrechtmatig heeft toegeeigend. Ondanks dat het een gering vergrijp is of lijkt, kan de werkgever zich niet veroorloven een dergelijke handeling toe te laten.

 

De werknemer roept de nietigheid van het ontslag in en verklaart zich bereid de bedongen arbeid te blijven verrichten. Het eten van de nootjes gebeurde in een moment van onachtzaamheid, mede veroorzaakt door het overlijden van een neef, voor wiens begrafenis hij veel had moeten regelen.

 

De rechter stelt vast dat de werkgever een stringent antidiefstalbeleid voert en dat de werknemer dat ook wist. Maar dan nog moeten bij de beoordeling van de rechtvaardigheid van het ontslag de omstandigheden in aanmerking worden genomen. Daarbij worden de aard en de ernst van de dringende reden afgewogen tegen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Het gaat hier om het pakken van een of meer cashewnoten die weggegooid zouden worden. Bovendien heeft de 34-jarige man zijn werk al ruim vijf jaar naar alle tevredenheid verricht. Hij beseft zelf dat hij het beleid heeft geschonden en bagatelliseert dit geenszins. Maar door dit ontslag zou hij met zijn gezin met twee minderjarige kinderen financieel in een slechte positie raken. Dat staat naar het oordeel van de kantonrechter niet in verhouding tot het pakken van een of meer noten uit een open bakje. Een minder verstrekkende maatregel had meer voor de hand gelegen. Het ontslag op staande voet wordt nietig verklaard en de werknemer moet, op straffe van een dwangsom, weer te werk worden gesteld.

 

(Kantonrechter Haarlem, 2 januari 2008, LJN BC1646)

 

Aan een ongeluk op zijn werk houdt een monteur een beschadigde vinger over. Hierdoor zegt hij zijn toekomstplannen niet meer te kunnen realiseren. Maar dat blijkt mee te vallen.

 

Een 36-jarige monteur werkt sinds januari 2001 bij een partycentrum voor twintig uur per week. In maart van dat jaar krijgt hij een ongeval met een slijptol, waardoor de pezen van zijn linkermiddelvinger blijvend beschadigd worden. In mei 2002 wordt het dienstverband beeindigd. Begin 2003 stelt de man het partycentrum aansprakelijk voor de schade als gevolg van het bedrijfsongeval. Hij vordert een materiele schadevergoeding van 45.000 euro en een vergoeding van 20.000 euro aan immateriele schade. Vanaf mei 2003 werkt hij een jaar als fitnesscoordinator bij een sportcentrum. Sinds die tijd ontvangt hij een WW-uitkering. De kantonrechter wijst respectievelijk 1.600 en 2.000 euro toe. De man gaat in beroep. Hij voert aan dat hij door zijn handicap geen precisiemonteurswerk meer kan verrichten. Ook het plan om samen met zijn vader een motorzaak te beginnen, is in duigen gevallen. Als hij het ongeval niet had gekregen, zou hij een goede naam als motorcrosser hebben opgebouwd en was een goed betaalde baan als professioneel motorcrosstrainer makkelijk haalbaar geweest. Het hof stelt vast dat de kern van het geschil is of, en zo ja in welke mate, er sprake is van beperkingen als gevolg van het ongeval en of de werknemer daardoor financiele schade lij dt. De stelling dat hij geen precisiemonteurswerk meer kan doen, wordt medisch niet onderbouwd. Het beeindigen van het dienstverband bij de sportschool was niet het gevolg van het letsel, maar kwam door een arbeidsconflict. Uit de medische rapporten blijkt ook niet dat hij zijn hobby, motorcrossen, niet meer kan uitoefenen. Na het bedrijfsongeval heeft hij nog meegedaan aan de Nederlandse kampioenschappen motorcross 2003. En in 2004 heeft hij nog aan tien wedstrijden meegedaan. Daarbij heeft hij kennelijk geen hinder ondervonden van zijn hand. De verwachting dat hij op zijn 36ste als professioneel trainer werkzaam zou kunnen zijn, wordt door niets ondersteund. Het hof oordeelt dat de werknemer alle eventuele gevolgen onvoldoende heeft onderbouwd. De vergoeding van materiele schade wordt daarom afgewezen. Bij het vaststellen van de immateriele schade is terecht rekening gehouden met het feit dat hij twee operaties heeft ondergaan en enkele maanden fysiotherapie heeft gehad. Voorts gaat het hof ervan uit dat de monteur man nog langere tijd enige hinder zal ondervinden en dat hij bij slecht weer nog steeds pijn in zijn vinger heeft. Op grond hiervan acht het hof een vergoeding van 2000 euro gepast, mede gezien wat Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld hebben toegewezen.

 

(Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 8 januari 2008, LJN BC2216)

 

Een man geeft na een provocatie zijn collega een duw. De supermarkt waar hij werkt wil daarom zijn dienstverband beeindigen. Maar dit gaat de rechter te ver. Beter kunnen de mannen op verschillende afdelingen werken.

 

Een 50-jarige man werkt sinds vijf jaar als krattenspoeler op de expeditie van een supermarkt. In november 2007 krijgt hij tijdens het werk onenigheid met een collega. Hij pakt zijn collega van achteren vast en gooit hem tegen een broodkar. Deze valt op de grond en loopt lichte verwondingen op. De man maakt direct zijn excuses, die zijn collega aanvaardt en bekrachtigt met een handdruk en de woorden ‘zand erover’.

 

Enkele dagen later krijgt hij een brief van de werkgever. Hierin staat dat het gedrag van de man onacceptabel is en dat bij de rechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt gevraagd. Dit op grond van dringende reden dan wel wegens verandering van de omstandigheden. Hangende deze periode wordt hij niet geschorst, maar op een andere afdeling te werk gesteld.

 

De werknemer voert – onder meer – aan dat hij al maandenlang stelselmatig door zijn collega werd getreiterd. De werkgever stelt echter dat hij daarmee nooit naar zijn directe chef is gestapt.

 

De rechter stelt vast dat uit de videobeelden van het incident blijkt dat de werknemer naar zijn collega is gelopen en hem, nadat hij zich had omgedraaid, een duw heeft gegeven waardoor die over de broodkar is gestruikeld. Met het oog op de vereiste veiligheid van het personeel op de werkvloer spreekt het voor zich dat het bedrijf dergelijk gedrag niet hoeft te tolereren. Dat de werknemer dat ook beseft, blijkt uit het feit dat hij zijn spijt heeft betuigd. De vraag is of het incident zo ernstig is dat daarom het dienstverband moet worden beeindigd. De kantonrechter vindt van niet. Tot dan toe had de werknemer nog nooit een dergelijke agressie vertoond. Het is dan ook niet uitgesloten dat hij inderdaad werd geprovoceerd. Waarschijnlijk is het hier ook zo dat waar twee kijven, er twee schuld hebben. Het is dan niet redelijk om alleen tegen deze werknemer maatregelen te nemen. Het ligt veel meer voor de hand om de twee medewerkers uit elkaar te halen en op verschillende afdelingen te plaatsen. Dat blijkt te kunnen, gezien de mededeling van het bedrijf dat beiden nu niet meer samen op de krattenwasserij werken. Gelet op de grote gevolgen voor de werknemer, die een gezin met vier kinderen heeft, gaat het op dit moment dan ook te ver om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werknemer zal zich wel moeten realiseren dat hij thans als een gewaarschuwd man geldt. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

 

(Kantonrechter Haarlem, 11januari 2008, LJN BC1854)

 

Reageer op dit artikel