artikel

Risico ’s minerale kunstvezels onvoldoende bekend

Geen categorie

Waarom schiet de wetenschap tekort als informatiebron voor de SCOEL? Classificatie van minerale kunstvezels is tot op heden vooral een kwestie van wel/niet kankerverwekkend en is niet zozeer gericht op het kwantificeren van effecten. Dit maakt het volgens Ziegler-Skylakakis moeilijk –- zo niet onmogelijk – om dosisresponsrelaties af te leiden.

 

Het tweede gat in het onderzoek tot nu toe: het mechanisme van genotoxiciteit van MMMFs is nog niet opgehelderd. Werken de vezels direct in op het menselijk DNA of is er sprake van een indirect mechanisme waarbij door een chronische ontsteking van de longen reactieve zuurstofdeeltjes ontstaan die op hun beurt het DNA schade toebrengen? Bij directe genotoxiciteit brengt elke blootstelling een bepaald risico met zich mee en komt het op risicoberekeningen aan. Bij indirecte genotoxiciteit is het mogelijk een NOAEL (‘No Observed Adverse Effect Level’) op te stellen. Omdat het mechanisme nog niet ontrafeld is, blijft de NOAEL voorlopig nog op het verlanglijstje van de SCOEL staan.

 

Een derde manco: veel onderzoeken strekken zich uit over een te beperkte termijn. Voor chemicalien die zich snel uit het lichaam laten verwijderen en dus niet in de organen ophopen, zijn studies van zo’n vier tot dertien weken meestal wel genoeg om een NOAEL op te kunnen stellen. Maar het probleem van de minerale kunstvezels is dat ze zo moeilijk afbreekbaar zijn in het lichaam. De bijbehorende studies moeten dan ook een stuk langer duren. Alle kortdurende studies die met MMMFs zijn uitgevoerd, zijn daarmee ongeschikt voor het afleiden van een eventuele NOAEL. En bij die studies die zich wel over een langere periode uitstrekken, is de blootstelling vaak dusdanig hoog dat de verdedigingsmechanismen van het menselijk lichaam al op tilt gaan bij het idee alleen. Ook dan is het onmogelijk op een betrouwbare manier een relatie te leggen tussen de doses en de respons.

 

De Commissie WGD van de Gezondheidsraad is het Nederlandse zusje van de SCOEL. In 1995 bracht zij voor een bepaald type minerale kunstvezels – de keramische vezels – een rapport uit waarin stond dat de betreffende vezels als kankerverwekkend moeten worden beschouwd. De commissieleden plaatsten daarbij de kanttekening dat het mechanisme van genotoxiciteit niet duidelijk was en ze kwamen met twee adviezen: een voor een direct mechanisme en een voor een indirect mechanisme. De Subcommissie MAC-waarden is toen voorzichtigheidshalve uitgegaan van een direct genotoxisch werkingsmechanisme en stelde in samenspraak met de betrokken branches een wettelijke grenswaarde van 0,5 vezels/ml (tijdgewogen gemiddelde, 8 uur) voor. Deze trad op 1 januari 1998 in werking.

 

Hoe komt het dat de SCOEL vindt dat het haar aan gegevens ontbreekt om advieswaarden op te stellen terwijl de Commissie WGD haar in 1995 al voorging? Een van de secretarissen bij de Gezondheidsraad, Carolien Bouwman, dook voor ARBO graag even het archief in en kwam met de volgende conclusie: ‘Het verschil kan liggen in wat je nog accepteert als ontbrekende factoren in een geheel aan gegevens. Ondanks dat de commissie WGD ook geen gegevens kon vinden over het mechanisme, gaf zij de voorkeur aan het geven van een advieswaarde boven het geven van geen advieswaarde’, aldus Bouwman.

 

Ze weet niet of de commissie op dit moment weer hetzelfde zou doen. ‘Ik kan me voorstellen dat er nieuwe inzichten bij zijn gekomen op basis waarvan de commissieleden nu niet over zouden gaan tot het afgeven van een advieswaarde. Je hebt het wel over een advies van tien jaar geleden’, aldus de secretaris. Bouwman weet uit ervaring dat grenswaarden altijd een punt van discussie zijn en zullen blijven en dat zelfs de wetenschap daar geen uitsluitsel in kan geven. ‘De set gegevens is nooit compleet. En naar welke studies kijk je als expertgroep en hoe interpreteer je ze? Voor een advieswaarde moeten deskundigen altijd afwegingen maken.’

 

Voor een enkelvoudige stof is het nog relatief makkelijk om een grenswaarde op te stellen, weet Bouwman. Maar minerale kunstvezels zijn er in vele soorten, maten, diktes en lengten.

 

‘En deze eigenschappen zijn van grote invloed op de schadelijkheid voor de gezondheid’, aldus Bouwman. Ze refereert naar hetgeen de wetenschap al wel gebracht heeft: een definitie van ‘kritische vezels’. Deze zijn langer dan vijf micrometer, korter dan 200 micrometer, dunner dan drie micrometer en hebben een lengte/diameterverhouding van 3:1 of groter. Als de vezels daarnaast nog eens slecht biologisch afbreekbaar zijn (zoals in extreme mate het geval is bij asbestvezels), dan is het stempel ‘kritische vezel’ gezet.

 

Gerard Mulder is voorzitter van de Commissie WGD en tevens hoogleraar in de toxicologie aan de Universiteit Leiden. Wat vindt hij van de oproep in Mutation Research? ‘Ik kan mij voorstellen dat er nog niet voldoende gegevens zijn om kwantitatief mee uit de voeten te kunnen’, aldus Mulder. ‘Je bent natuurlijk afhankelijk van epidemiologisch onderzoek. Als je geluk hebt, dan werken er een aantal industrieen juist bij verschillende vezelconcentraties in de werkomgeving, die het ook mogelijk maken dosisresponsrelaties op te stellen.’ Mulder weet dat het afleiden van grenswaarden voor MMMFs een stuk lastiger is dan voor een hoop andere verbindingen. ‘Het type proefdieronderzoek dat benodigd is, is voor de meeste groepen niet weggelegd omdat inhalatoire blootstelling aan vezeldeeltjes een zeer gespecialiseerde opstelling en expertise vereist. Er zijn maar een paar instellingen in de wereld die dit goed kunnen doen. En die doen het alleen voor veel geld. De oproep van mevrouw Ziegler-Skylakakis zal dus weinig effect hebben’, vreest Mulder.

 

Het lijkt erop dat de gaten die de SCOEL signaleert, op korte termijn niet gedicht gaan worden. Met haar oproep probeert Ziegler-Skylakakis toekomstige onderzoekers in ieder geval op een praktische lijn te krijgen. ‘Veel meer kan ze niet doen. Een geldgever zou moeten zorgen voor een opdracht om het nu eens goed uit te zoeken’, meent Mulder. ‘En dan maar hopen dat niemand een nieuw soort MMMFs op de markt brengt …’

 

VAN ASBEST NAAR MINERALE KUNSTVEZELS

 

Ter vervanging van het eens bejubelde, maar inmiddels verguisde asbest werden vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw de zogeheten man made mineral fibres (minerale kunstvezels) in productie genomen. Maar zijn de alternatieven ook veiliger? Volgens de huidige wetenschap is het niet zozeer de chemische samenstelling van een vezel, maar zijn het haar afmetingen die de kans op gezondheidsschade bepalen. En daarmee zijn ook de minerale kunstvezels zoals glaswol, steenwol en keramische vezels verdacht.

 

In de wetenschappelijke wereld is het inmiddels algemeen bekend dat een ‘kritische vezel’ een vezel is die langer is dan vijf micrometer, korter dan 200 micrometer en dunner dan drie micrometer met een lengte/diameterverhouding die groter is dan 3:1. Zulke vezels kunnen tot in de diepste delen van de longen doordringen. Eenmaal in de longen aangekomen, wachten de zogeheten macrofagen de vezels op. Macrofagen verdedigen ons lichaam tegen indringers. Ze omkapselen lichaamsvreemde deeltjes en breken ze af. Bij asbestvezeltjes lukt dat niet omdat die biologisch niet of nauwelijks afbreekbaar zijn. Maar als de asbestvezel korter is dan vijf micrometer kan de macrofaag de vezel – in z’n gehele lengte – nog net behappen. De verdediger brengt de vezel naar de bronchien en de trilharen in onze luchtpijp brengen ‘m naar de mond. Na inslikken verlaat de vezel via de ontlasting het lichaam.

 

Het zijn de langere asbestvezels (langer dan vijf micrometer) die achterblijven in de longen en daar hun schadelijke werking uitoefenen. Uit dierexperimenten blijkt dat vrijwel alle vezels kankerverwekkende eigenschappen hebben als ze voldoende lang en dun zijn en daarnaast voldoende lang in de longen overleven. En daar zit het verschil tussen asbestvezels en minerale kunstvezels: asbestdeeltje zijn niet of nauwelijks biologisch afbreekbaar; minerale kunstvezels zijn dat ook niet zo goed, maar wel een stuk beter dan asbest. In experimenten is gekeken hoe lang vezels in een vloeistof stabiel blijven. Voor glaswolvezels was dat 0,4 jaar, voor slakkenwolvezels twee jaar, voor glasvezels twee tot vijf jaar en voor keramische vezels van aluminiumoxide vijf jaar. Asbestvezels overleven veel langer: witte asbest zo’n honderd jaar en blauwe asbest nog tien jaar langer.

 

Hoewel de vezelafmetingen van sommige minerale kunstvezels het stempel ‘kritische vezels’ opleveren, duidt de betere biologische afbreekbaarheid van dit soort vezels op een kleiner risico van gezondheidsschade dan bij asbestvezels.

 

 

Reageer op dit artikel