artikel

Slijpmachine

Geen categorie

Het ongeval werd allereerst veroorzaakt door gebreken aan de slijpmachine. De messensliep werkte met twee slijpmachines: een voor het onder- en een voor het kooimes. Deze machines stonden opgesteld op houten balken. Het ondermes was op twee plaatsen met twee stelschroeven (opspan) aan de voorkant van de slijpmachine vastgezet. Daarnaast hield een aantal magneetblokjes het mes in positie. De contactvlakken van de stelschroeven waren helemaal glad, er was geen enkele verruwing of vertanding meer aanwezig. Tijdens het slijpen bewoog de machine iets over de geleiders, waarschijnlijk door de trillingen, of doordat de machine niet waterpas stond. Ook nadat de machine was uitgezet, bleef ze gedurende de uitlooptijd van 55 seconden bewegen.

 

De onfortuinlijke slijper had het ongeval ook aan zichzelf te wijten. Toen het mes losraakte, had hij de slijpmachine moeten afzetten en moeten wachten tot de slijpsteen helemaal tot stilstand was gekomen.

 

Maar ook de werkgever trof blaam: er ontbrak een aantal veiligheidsvoorzieningen op de machine. Allereerst zat er geen mechanisme op tegen het ongewild in beweging komen van de slijpunit. Verder had de slijpunit geblokkeerd moeten zijn in een positie buiten het werkgebied van de bediener, zodat de slijpsteen de slijper niet kon raken. De stelschroeven van de slijpmachine hadden zodanig geconstrueerd moeten zijn dat ze de messen altijd op hun plaats hielden. Ook had de werkgever maatregelen moeten nemen met het oog op de lange uitlooptijd van de machine. Bovendien hadden de machines waterpas moeten staan, om het bewegen over de geleiders tegen te gaan. De fabrikant ten slotte had keurig in de gebruiksaanwijzing vermeld dat de machine moest worden uitgeschakeld voordat voorwerpen aan de machine werden vastgezet of weggehaald. De gebruiksaanwijzing lag echter in het archief van het bedrijf, de slijper had haar nooit gezien.

 

Pas na negen maanden meldde de vakbond van het slachtoffer het ongeval bij de Arbeidsinspectie. Aangezien het aanvankelijk wel mee leek te vallen met het letsel – de slijper was dezelfde dag nog uit het ziekenhuis ontslagen – had de werkgever het niet gemeld. Omdat het letsel achteraf toch blijvend bleek te zijn, had hij het alsnog moeten melden. De werkgever had dit echter niet gedaan.

 

De Arbeidsinspectie maakte een boeterapport op tegen de werkgever, waarin overtreding van artikel 7.5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit als beboetbaar feit werd opgenomen. Bij de productie- en afstelwerkzaamheden was het arbeidsmiddel niet uitgeschakeld en druk- of spanningsloos gemaakt. Verder had de werkgever geen doeltreffende (technische) maatregelen genomen om deze werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren. Ook het niet-melden van het ongeval werd als beboetbaar feit aangemerkt (op basis van artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet). Het boetebureau beboette het bedrijf voor een bedrag van ruim 6000 euro.

 

Reageer op dit artikel