artikel

Spieren kneden & adviseren

Geen categorie

De bedrijfsfysiotherapeut houdt zich bezig met alles wat de mens beweegt. Dat doet hij op drie sporen:

 

– primaire preventie;

 

– secundaire preventie;

 

– tertiaire preventie.

 

Bij primaire preventie doet een PAGO of RIE dienst als inventarisatie van de knelpunten bij fysieke belasting. De bedrijfsfysiotherapeut bespreekt deze knelpunten vervolgens met medewerker en leidinggevende. Dit leidt tot een plan van aanpak dat zich richt op drie aspecten.

 

– De taakinhoud. Hoe is het werk georganiseerd? Is er genoeg afwisseling in werkhouding?

 

– Ergonomische oplossingen en hulpmiddelen.

 

– Gedrag. Hoe is de werktechniek van de medewerkers? Welke risico’s brengt dat met zich mee?

 

Bij secundaire preventie zijn er al klachten aan het houding- en bewegingsapparaat. De medewerker verzuimt of dreigt te verzuimen en de bedrijfsfysiotherapeut komt – op individuele basis – voor een fysiotherapeutisch bewegingsonderzoek. Zo’n bewegingsonderzoek bestaat uit een werkplekanalyse met de medewerker en een aansluitend gesprek met medewerker en leidinggevende. ‘In dat gesprek geven we inzicht in de problematiek, laten we de medewerker zelf knelpunten benoemen en kijken we naar oplossingen die kunnen liggen op taakinhoud, ergonomische hulpmiddelen of verandering van werktechniek’, licht bedrijfsfysiotherapeut Leon Gardien toe.

 

Tertiaire preventie richt zich op de uitgevallen werknemer die niet kan terugkeren naar zijn werkplek. In dit geval is reintegratie op zijn plaats.

 

Sinds 1 januari 2004 mag de bedrijfsarts werknemers met bewegingsproblemen doorsturen naar de fysiotherapeut. Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) constateerde toen een gebrek aan behandelend fysiotherapeuten die kennis hebben van wat er op de werkplek gebeurt. Zij riep toen de arbeidsfysiotherapeut in het leven. ‘In de arbeidsfysiotherapie ben jij – net als in de fysiotherapie – de deskundige. Je staat in een 1:1-relatie met de klant. Als bedrijfsfysiotherapeut zeg je de gezondheidszorg vaarwel. Je krijgt een adviserende rol’, licht bedrijfsfysiotherapeut Clasien Kromhout het verschil tussen de twee beroepen toe.

 

Het nieuwe beroep leidde tot de nodige afstemming tussen de NVBF en het KNGF. Ze kwamen tot het volgende model. Terwijl een bedrijfsfysiotherapeut een helikopterview heeft, werkgevers adviseert en doet aan collectieve preventie – primaire preventie – richt de arbeidsfysiotherapeut zich op individuele begeleiding, het behandelen van klachten aan het houding- en bewegingsapparaat en reintegratie van werknemers met bewegingsproblemen – secundaire preventie.

 

Deze formule leidde tot een herinrichting van de opleidingen. ‘Je doet eerst de opleiding tot arbeidsfysiotherapeut en daarna die tot bedrijfsfysiotherapeut. Elke bedrijfsfysiotherapeut die nu afstudeert, is dus ook arbeidsfysiotherapeut’, zegt Marlene Lutgert-Boomsma, voorzitter van de NVBF.

 

Lutgert maakt zich sinds 2004 sterk voor de aansluiting van de arbeidsfysiotherapeuten bij de NVBF. Dit ging niet zonder slag of stoot. ‘Ik merkte dat er bij de bedrijfsfysiotherapeuten angst zat: ‘gaat het niet ten koste van mij?’. Het kost tijd om veranderingen door te voeren.’ Op 4 mei 2006 was het officieel zo ver: de NVBF werd de Nederlandse Vereniging voor Bedrijfs- en arbeidsfysiotherapie. ‘Het is duidelijker als er een vereniging communiceert met bedrijven. Samen ben je juist sterker’, aldus de stellige overtuiging van Lutgert.

 

In de afgelopen jaren is het hele veld van arbo en verzuim aardig opgeschud. Sinds de verplichte aansluiting bij een gecertificeerde arbodienst van de baan is, richten arbodiensten zich steeds meer op hun corebusiness: het begeleiden van ziekteverzuim. ‘Er was minder werk bij de arbodiensten en vele bedrijfsfysiotherapeuten moesten het pand verlaten. Dit betekende dat de bedrijfsfysiotherapeut zich moest herpositioneren. Hij was gewend een verwijzing van een arts te krijgen’, aldus Lutgert. Voor Clasien Kromhout, voorheen bedrijfsfysiotherapeut bij een arbodienst, betekende deze herpositionering slechts een reorganisatie. ‘Op dit moment ben ik niet meer in dienst bij de arbodienst, maar ben ik er gedetacheerd.’ Kromhout heeft wel een verschuiving in haar werkzaamheden gezien. Ze doet nu bijvoorbeeld meer aan voorlichting en instructies waarbij ze functionarissen – ergocoaches, preventiemedewerkers – opleidt die binnen het bedrijf werken aan de primaire preventie van fysieke belasting. ‘Binnen bedrijven is er nu meer kennis en kunde qua fysieke belasting dan een aantal jaren geleden’, aldus Kromhout.

 

Volgens Gardien begrijpen steeds meer mensen wat bedrijfsfysiotherapie is. Joseph Wouters, kijkend vanaf de zijlijn als arbeidsdeskundige en ergonoom, is een stuk kritischer. ‘De PR tot nu toe is te hulpverlenend en als dat zo blijft is de bedrijfsfysiotherapeut over vijftien jaar uitgestorven.’ Volgens hem moet het beroep juist commercieel aan de man worden gebracht. ‘Bedrijven zijn de gogen en peuten zat. De bedrijfsfysiotherapeut moet het maatje worden van het bedrijf en niet de hulpverlener die de zielige medewerker helpt. Houd op met het doen van ad-hocwerkplekonderzoeken, maar blijf de werknemer volgen, begeleiden en stel de zaken bij als het nodig is’, aldus het advies van Wouters. Hij denkt dat de bedrijfsfysiotherapeut zijn voet tussen de deur krijgt door tegen het bedrijf te zeggen: ‘Ik zorg dat jij geen claims aan je broek krijgt en daar huur jij mij voor in.’

 

Lutgert is het eens met de stelling van Wouters. ‘Als je er niet aan trekt, kan het beroep een zachte dood sterven.’ Nu de rol van de arbeidsfysiotherapeut ten opzichte van de bedrijfsfysiotherapeut is uitgekristalliseerd en de hobbels in de interne communicatie zijn genomen, is de tijd volgens hem rijp voor externe communicatie. ‘We moeten onze beroepen naamsbekendheid in ondernemend Nederland gaan geven.’

 

De bedrijfsfysiotherapeut concurreert wat betreft het werkplekonderzoek met arboverpleegkundigen, arbeidshygienisten en ergonomen. Maar het is een paramedicus die veel nauwer is opgeleid dan zijn concurrenten.

 

Wouters ziet een niche in de markt: ‘De kracht van de bedrijfsfysiotherapeut is dat hij weet hoe mensen fysiologisch in elkaar zitten, hoe de werksituatie beter kan en hoe het binnen organisaties beter kan.’

 

Zolang de beroepsgroep weet waar zijn kracht ligt, ziet Lutgert samenwerking met andere arbodeskundigen juist als een kans. ‘Interdisciplinair werken is eigenlijk overal goed voor: voor de klant, maar ook voor de bedrijfsfysiotherapeut zelf. Als je als solist werkt, ben je moeilijk te vinden. Zie je samenwerking als concurrentie, dan kom je niet verder.’ Lutgert denkt dat je argwaan weg kunt halen door open kaart te spelen en niet te doen wat je niet kunt. ‘Ik weet waar het ergonomisch gezien aan kan schorten, maar op het moment dat er iets ontworpen moet worden, roep ik er een ergonoom bij. En als ik lawaai constateer op een werkplek, vraag ik een arbeidshygienist of hij komt meten.’

 

Ook Gardien vindt interdisciplinair werken heel belangrijk. In een traject in de bouw bekeek hij de fysieke belasting bij het opbouwen van steigers. Maar naast fysieke belasting krijg je te maken met normen – hoeveel dwarsbalken, steunen, hoogtes – en valbeveiliging. Hij gaf toen samen met een veiligheidskundige een training over het veilig opbouwen van steigers.

 

Als bedrijfsfysiotherapeut bij een arbodienst ligt die interdisciplinaire samenwerking volgens Kromhout al op een presenteerblaadje. ‘Je werkt in een kweekvijver van arbodeskundigen die elkaar als vanzelfsprekend weten te vinden.’

 

Iedere fysiotherapeut mag zich bedrijfsfysiotherapeut noemen. Het is geen beschermde naam.

 

Maar niet iedereen mag zich geregistreerd bedrijfsfysiotherapeut noemen. De Stichting Registratie Bedrijfsfysiotherapeuten beheert sinds 1999 een kwaliteitsregister voor fysiotherapeuten die de opleiding tot bedrijfsfysiotherapeut hebben gevolgd en – aantoonbaar – minimaal acht uur per week als bedrijfsfysiotherapeut werkzaam zijn. In het najaar wordt er ook een register voor arbeidsfysiotherapeuten geopend.

 

Lutgert verwacht dat deze registers een belangrijk instrument zullen zijn voor de uitstraling van de beroepsgroep. Maar van de 450 tot 500 bedrijfsfysiotherapeuten staan er op dit moment maar 86 te boek als geregistreerd bedrijfsfysiotherapeut. ‘Daarom moeten we ook onderzoeken waarom sommigen zich niet laten registreren’, meent Lutgert. ‘En we moeten laten zien wat het verschil is voor diegene die de opdracht geeft.’

 

Rob Kaasschieter is opleidingscoordinator bij Transfergroep Rotterdam, een van de drie opleiders op het gebied van de arbeids- en bedrijfsfysiotherapie. Hij vertelt dat de arbeidsfysiotherapeut wordt geschoold in ergonomie, adviesvaardigheden en leert denken in een zogeheten multifactorieel verzuimmodel dat veel verder gaat dan fysieke belasting alleen. Ook psychosociale factoren krijgen volop aandacht. ‘Als je weinig binding hebt met je werk, word je eerder ziek’, aldus Kaasschieter. De arbeidsfysiotherapeut in spe bereidt zich daarnaast voor op zijn toekomstige werkplek door een zelfstudie te doen naar het krachtenveld waarin hij gaat opereren.

 

De bedrijfsfysiotherapeut verdiept zich nog een stuk verder in de organisatiekunde. Hij moet zelfstandig een onderzoeksopdracht binnen een bedrijf verwerven. ‘Via die hoek komt hij in contact met het management en de arbodienst en ziet hij met welke spelers hij rekening moet houden’, licht Kaasschieter toe. In september 2006 is bij Saxion Hogescholen de kopstudie ‘Master Arbeid en Gezondheid’ gestart. ‘De bedrijfsfysiotherapeut werkt voornamelijk praktisch. In deze master wordt hij ook wetenschappelijk onderlegd. Het is heel belangrijk om daadwerkelijk aan te kunnen tonen dat je geld spaart op het moment dat je er geld in stopt’, meent Lutgert. Zo staat de fysiotherapie van de werkvloer op een belangrijke tweesprong. Slaagt zij erin de PR goed op de kaart te zetten en de weg naar professionalisering verder in te zetten? Lutgert beschouwt het als haar opdracht de bedrijfsfysiotherapeut beter vindbaar te maken. ‘Ik verwacht dat we over vijftien jaar zullen zeggen: ‘Bedrijfsfysiotherapie staat echt op de kaart’.’

 

DE BEDRIJFSFYSIOTHERAPEUT EN DE ARBEIDSFYSIOTHERAPEUT: MIJLPALEN IN HUN GESCHIEDENIS

 

Jaren ’80 vorige eeuw: ARBO komt in zwang. De Academie voor fysiotherapie in Enschede zoekt een manier om kennis en kunde van fysiotherapeuten in te zetten in bedrijven. Daarbij wordt gedacht aan omschakeling van de curatieve (genezende) kant naar de preventieve kant.

 

1987: de Academie voor fysiotherapie in Enschede start de opleiding ‘Inleiding in de bedrijfsfysiotherapie’.

 

1991: de eerste veertien bedrijfsfysiotherapeuten studeren af. Dit is de basis voor de oprichting van de Nederlandse Vereniging voor Bedrijfsfysiotherapie (NVBF).

 

In 1998 wordt de Stichting Registratie Bedrijfsfysiotherapeuten opgericht. Zij beheert het register van bedrijfsfysiotherapeuten die voldoen aan vastgestelde opleidings- en kwaliteitseisen. Met ingang van 1999 zijn de eerste registerbedrijfsfysiotherapeuten (Rbf) opgenomen in het register.

 

In 2003 start de opleiding tot arbeidsfysiotherapeut. Na de opleiding arbeidsfysiotherapie kun je doorstromen naar de opleiding bedrijfsfysiotherapie. Elke bedrijfsfysiotherapeut die nu afstudeert, is ook arbeidsfysiotherapeut.

 

4 mei 2006: de Nederlandse Vereniging voor Bedrijfsfysiotherapie wordt de Nederlandse Vereniging voor Bedrijfs- en arbeidsfysiotherapie.

 

Najaar 2006 wordt verwacht: het register voor arbeidsfysiotherapeuten.

 

September 2006: de kopstudie ‘Master Arbeid en Gezondheid’ gaat van start bij Saxion Hogescholen.

 

Opleidingen tot Arbeidsfysiotherapeut:

 

– Transfergroep Rotterdam: http://www.transfergroep.nl/page.html?ch=ITR&id=60522

 

Saxion Hogescholen: http://www.saxion.nl/agz/post_hbo/bedrijfsfysiotherapie/arbeidsfysiotherapie

 

– Fontys Hogescholen: http://www.fontys.nl/opleidingen/doel.en.inhoud.48938.htm

 

Opleidingen tot Bedrijfsfysiotherapeut:

 

– Transfergroep Rotterdam: http://www.transfergroep.nl/page.html?ch=ITR&id=60858

 

– Saxion Hogescholen: http://www.saxion.nl/cursussen/nr/0000000608

 

Nederlandse Vereniging voor Bedrijfs- en arbeidsfysiotherapie: www.nvbf.nl

 

 

Reageer op dit artikel