artikel

Stecr in last

Geen categorie

Tot zover is het dus ‘pais en vree’ tussen de twee. Toch is er wel degelijk verschil van inzicht. Zo vindt Verburgt dat je niet gezamenlijk kunt innoveren en denkt Vinke juist dat daar meerwaarde te halen valt.

 

Verburgt: ‘Belangenbehartiging doe je gezamenlijk. Innoveren doe je in je eentje. Als je een afdeling innovatie maakt, kun je het vergeten. Wij innoveren door goed te luisteren naar onze bedrijfsartsen, de klanten, universiteiten en het buitenland. Zo hebben we ‘PrikPunt’ en ‘Arts in Bedrijf’ succesvol op de markt gebracht. Daar verdienen we geld mee. We begeven ons zelfs op de consumentenmarkt. De arbomarkt is zo in beweging dat zelfs uitwisseling van kennis concurrentiegevoelig is. Samenwerking in innovatie kan alleen in een stabiele markt.’

 

Vinke bestrijdt dit. Zij ziet juist kansen in samenwerking en vindt het jammer als het wiel een paar keer wordt uitgevonden. ‘Twee weten meer dan een. Neem nou het levensfasebeleid. Het is toch zonde als arbodienstverleners op eigen houtje en zonder van elkaar te leren nieuwe methoden ontwikkelen om oudere werknemers bij het bedrijf te houden en te inspireren? En concepten als ‘Arts in Bedrijf ’ en ‘PrikPunt’ zijn geen innovaties. Het zijn dienstverleningsconcepten. Daar moeten arbodiensten mee concurreren. Niet op kennis.’

 

Verburgt stapte met ArboNed vorig jaar uit BOA. Niet lang daarna klapte de club uit elkaar en gingen de arbodiensten samen met de branchevereniging Borea: de koepel van reintegratiebedrijven. De nieuwe naam: Boaborea. En daar werd ArboNed weer wel lid van. Verrassend. ‘Ach, je kunt niet eeuwig buiten de kudde blijven’, stelt Verburgt. ‘Mijn grief tegen BOA was dat de club vooral bezig was met de markt af te schermen en achteruit keek. De voorzitter van BoaBorea (Ella Vogelaer red.) is bij me geweest en vroeg me lid te worden. Dat heb ik gedaan. Je komt elkaarnog eens tegen en je krijgt regelmatig informatie over de markt.

 

Al ben ik wel kritisch lid. Ik wil niet zo parmantig zijn dat ikvoorwaarden aan mijn lidmaatschap verbind, maar ik heb welgrote aarzelingen bij het Blik op Werk Keurmerk van Boaborea.’ Het Blik op Werk Keurmerk gold vanaf 2002 voor reintegratiebedrijven die voldoen aan de door Borea gestelde eisen. Vanaf dit jaar geldt het ook voor arbodiensten. Boaborea ziet het keurmerk graag als ‘het gezaghebbende en onafhankelijke keurmerk in de markt van reintegratie en arbodienstverlening’.

 

De kritiek van Verburgt richt zich vooral op het stollen van iets wat vloeibaar is. Volgens de ArboNed-directeur zijn ‘we’ nog niet aan het begin van nieuwe ontwikkelingen op het terrein van verzuimmanagement en preventie. ‘We hebben jaren allemaal zwarte Fords gemaakt en nu maken we nieuwe modellen. Eindelijk innoveren we en zijn we volop in beweging. Hoe kun je dan criteria ontwikkelen waaraan de klant blijkbaar kan zien of het goed is? Temeer daar geen klant daar om vraagt. Je moet de markt niet dichtregelen.’

 

Ook Boaborea subsidieert Stecr niet. Er zijn dus meerdere partijen die het centrum niet langer meer steunen. Verburgt vindt het een raadsel waarom bij het stoppen van de contributie aan Stecr juist bij ArboNed wordt aangeklopt om te horen waarom de arbodiensten niet meer betalen. ‘Het zal wel te maken hebben met het opzeggen van het lidmaatschap van de BOA. Onterecht. Andere arbodiensten stonden juist wat afstandelijker tegenover Stecr. Waarom? Ik weet het niet. Misschien is dat wel een teken aan de wand. Ik heb een haat-liefdeverhouding met Stecr. In die zin ben ik ook erg betrokken. Stecr is nu ‘desperately seeking’ en zoekt een functie. Maar als zo’n functie zich niet opdringt, moet je haar niet zoeken.’

 

Harriet Vinke wil ook helemaal niet blijven bestaan om het blijven bestaan, zo zegt ze desgevraagd. Ze ziet Stecr als een vehikel en niet als einddoel. ‘We zijn bereid om onszelf op te heffen als we geen meerwaarde hebben. Maar dat zou wel jammer zijn. Stecr is een sterk merk geworden en onze kracht zit in het verbinden van partijen. Of je nu bij het UWV of CWI aanklopt, ze weten wie we zijn en wat we doen. Het zou zonde zijn om dat los te laten.’

 

Stecr moet wel andere geldbronnen aanboren om dat sterke merk te handhaven in de markt, zo beseft Vinke maar al te goed. ‘We moeten naar een andere financiering. Lopende projecten kunnen we wel af maken, maar er is geen geld meer voor bureauondersteuning. De subsidie die we kregen van SZW, is in juli 2005 beeindigd en de arbodiensten dragen door het uiteenvallen van BOA ook niet meer bij. We hebben dapper geprobeerd een doorstart te maken en we blijven het ook proberen, maar als de markt er anders over denkt, heb ik geen problemen met het beeindigen van Stecr.’

 

En om nou te ontdekken hoe de markt over een voortbestaan denkt, is Stecr op expeditie. Tot 30 juni verkent het bureau de mogelijkheden voor een doorstart, geschoeid op een andere leest. Vinke: ‘We zijn op expeditie binnen het Alladin-programma. Dat is een programma waar we twee jaar geleden 1,6 miljoen euro subsidie voor kregen van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid Welzijn en Sport om projecten te stimuleren waarin wetenschap en praktijk samenwerken op het terrein van arbeid en gezondheid. We onderzoeken in de expeditie of het mogelijk is wetenschap en de praktijk structureel samen te brengen.’

 

De wetenschap wordt vertegenwoordigd door instituten als Trimbos, het AMC, Coronel instituut, de VU en TNO. De praktijk bestaat uit dienstverleners en vooral ook werkgevers en werknemers. Dat zijn de klanten. In het oude Stecr-concept ging het vooral om het delen van kennis tussen de arbodiensten. Doel van de expeditie is vraaggestuurd samen te werken tussen klanten, dienstverleners en kennisinstituten. Vinke: ‘In het Aladdin-programma zijn inmiddels twaalf projecten opgestart.

 

Stecr kan in de toekomst een rol vervullen in de structurele samenwerking tussen de diverse partijen. Stecr vervult dan een makelaarsfunctie, waarbij vraag en aanbod elkaar vinden. We krijgen een vraag vanuit de praktijk en zoeken kennisinstituten en professionals die eventueel gezamenlijk een oplossing zoeken. De wetenschap is hierin heel duidelijk volgend.’

 

De uitdaging voor Stecr ligt dan niet alleen in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, maar ook in het boven water krijgen van de vraag achter de vraag, aldus de directeur van het expertisecentrum. Vinke: ‘Je moet dan denken aan vragen als ‘op welke manier kan een werkgever die zijn ziekteverzuim naar nul procent wil het beste geholpen worden? Welke zaken komen daar allemaal bij kijken en welke vragen zitten hier weer achter? En in welke context kun je deze vraag plaatsen?’

 

Expeditie Alladin loopt nog tot 30 juni. Daarna moet het duidelijk worden of het initiatief levensvatbaar is. Hoe de financiering gaat lopen en hoe vraag en aanbod bij elkaar moeten komen, is nog onduidelijk. Vinke: ‘Nee, ik weet nog niet of bedrijven en dienstverleners per antwoord gaan betalen en in welke vorm we het gaan gieten. Het kan ook een soort virtuele omgeving zijn. Ook weet ik nog niet of ikzelf betrokken blijf. Maar dat is ook helemaal niet belangrijk. Het gaat erom dat zo’n voorziening er komt. Ik vind wel weer een andere functie.’

 

Reageer op dit artikel