artikel

‘Teleurstellend weinig gebruik verruiming werktijden’

Geen categorie

Van Ginkel snapt de koudwatervrees voor het veranderen van de bestaande regels wel. Zo zijn de werkgevers volgens hem bang de werknemers tegen de haren in te strijken en zijn ze ook weer bang voor gezondheidsrisico’s en verlies van productiviteit.

 

‘En ook werknemers hebben hun aarzelingen.

 

Zeker als het gaat om nachtdiensten. De FNV houdt vast aan maximaal negen uur zonder pauze. Als de nood aan de man is, zou dat opgerekt kunnen worden. Maar structureel twaalf uur is uit den boze. Bovendien is de noodzaak voor verandering er niet zo. Door het afschaffen van over-

 

werkbepalingen is het niet zo’n ramp als het werk wat uitloopt. Je bent niet direct in overtreding.’

 

Dehora heeft al jaren een helpdesk www.arbeidstijdenwet.

 

nl die openstaat voor reacties, vragen en opmerkingen over de Arbeidstijdenwet. Zo nu en dan komt er een klacht binnen over nachtwerk, maar structureel geklaag over de verruiming van de werktijden is er niet. ‘Nee, ik kan geen uitspraken hierover doen. Ik heb geen aanwijzingen dat we in Nederland nu structureel ongezonder werken, maar wij zien lang niet alles. Valkuilen zijn er wel. Zo moet je goed in de gaten houden of gezondheidsrisico’s optreden en er een verstoring van het priveleven plaatsvindt. Sommige werknemers hebben de neiging om voor roosters van drie keer twaalf uur te kiezen, maar dat is gezondheidskundig niet handig.’

 

Waarom de bestaande praktijk veranderen als het al jaren goed gaat? Die vraag lijken de sociale partners tot op heden geregeld te stellen. Bovendien gaat de aloude wijsheid geen schoenen weggooien voor je nieuwe hebt, ook hier op. Van Ginkel: ‘Als je oude afspraken vervangt, moet je wel nieuwe ideeen hebben.

 

Veel werkgevers weten niet wat mogelijk is en veel vakorganisaties zijn huiverig de bevochten regels aan te passen. Bovendien moet er wel een behoefte zijn om vrijer met werktijden om te gaan.

 

Onder druk van de wens naar individueel passende werktijden is het wel de verwachting dat collectieve afspraken uit de tijd raken.’

 

Ook in de luchtvaart en de transportsector is er weinig beweging. En dat terwijl juist daar het zogenoemde Fatique Risk Management (FRM) een goed alternatief zou kunnen zijn, aldus Van Ginkel.

 

‘FRM is een methode om er zeker van te zijn dat vermoeidheid geen ongelukken veroorzaakt. De regels zijn daarin slechts een van de maatregelen, die op hoofdlijnen worden opgesteld. Door ook te kijken naar de daadwerkelijke vermoeidheid is een hoger veiligheidsniveau te halen. Het is niet al te makkelijk in te voeren, maar dat mag geen reden zijn om er vanaf te zien. Zeker in de luchtvaart werd een woud aan arbeidstijdregels opgetuigd en ook daar moeten de sociale partners stevig onderhandelen.

 

Al zijn er wel verschuivingen. Vooral Britse luchtvaartorganisaties zijn voortrekkers in FRM.’

 

Volgens Van Ginkel is het vroegtijdig signaleren van vermoeidheidssignalen een onderdeel van FRM. ‘Van de Inspectie Verkeer en Waterstaat begreep ik dat de overtredingen van de Rijtijdenwet in het wegvervoer stabiel zijn. Het wordt niet beter en niet slechter. Onder de huidige regels is het nog steeds mogelijk dat je vermoeid achter het stuur kruipt. Maar chauffeurs worden ook beperkt in hun werktijden op momenten dat ze fit zijn en best kunnen rijden. Het is nu eenmaal extreem moeilijk om regels te maken die recht doen aan alle mogelijke omstandigheden. FRM kan een stap op de goede weg zijn. Zo maakt een touringcarwerkgever in Nederland al gebruik van een Lan Tracking Device.

 

Dat geeft een signaal af als de chauffeur van zijn baan raakt. Invoering van zo’n systeem kost veel tijd, energie en geld. We moeten dus nog een lange weg gaan. Ondernemingen kunnen het uit concurrentieoverwegingen niet alleen. Je zult het dus aan iedereen tegelijkertijd moeten opleggen.’

 

Meer informatie is te vinden op www.szw.nl en op www.arbeidstijdenwet.nl.

 

NS-machinist Vasco de Cocq ziet geregeld collega’s vermoeid rondlopen

 

Vasco de Cocq werkt sinds december vorig jaar in een nieuwe dienstregeling van de NS. De vervoersmaatschappij wachtte met het gebruikmaken van de nieuwe Arbeidstijdenwet tot het nieuwe spoorboekje op orde was. De Cocq is machinist. ‘Ik vind de nieuwe regels heerlijk. Zo kan ik vaker ‘aflopers’ draaien. Dat zijn diensten die tussen twaalf uur ’s avonds en een uur ’s nachts eindigen. Vroeger telden die als nachtdienst. Nu niet meer. Ik vind het heerlijk om uit te slapen.’

 

Maar sommige collega’s zijn minder enthousiast, erkent hij. ‘Een collega van mij heeft als standplaats Utrecht en woont in Apeldoorn. Hij moet nu geregeld met de auto naar huis omdat zijn dienst eindigt rond een uur. Dan rijden geen treinen meer. Een wij hebben wel een gratis NS-kaart, maar krijgen geen vergoeding voor autokilometers.’

 

Ook ziet hij geregeld collega’s vermoeid rondlopen die door de nieuwe dienstregeling en nieuwe Arbeidstijdenwet om vier uur ’s ochtends beginnen. ‘Dan ben je echt doodop rond zeven uur ’s ochtends.’ De Arbeidstijdenwet maakt het ook mogelijk zeven dagen nachtdienst te draaien achter elkaar. ‘Dat vind ik fijn. Ik heb geen hekel aan nachtdiensten. Als het maar een wat langere tijd is. Ik vind het heel vervelend om na drie nachtdiensten weer om te schakelen naar dagdiensten.’ Alles hosanna dus voor De Cocq. Nou vooruit, een minpuntje dan. Wie tot half een ’s nachts werkt op vrijdag, wordt gerekend tot de weekendwerkers. ‘En van de NS-cao moet je na iedere twee gewerkte weekenden er een vrij krijgen. Dat betekent dat ik minder vrijdagen tot half een ’s nachts werk.’

 

 

Reageer op dit artikel